nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  


05.03.2007  Veel rode lichten voor groene energie

Boeren en tuinders zijn niet vies van Kyoto. Helaas is de weg naar schone energie vaak een hobbelige kasseiweg. Rudy Bayens uit Ternat weet er alles van. 15 jaar geleden deed hij de pomp van zijn drinkbakken al op zonne-energie werken. Sindsdien heeft de boer zich intensief verdiept over de inschakeling van wind, zon en biomassa in zijn bedrijfsvoering. Een verhaal dat de hele buurt beroert.

Geen mest- en afvalverwerking! Stank op komst! De borden langs de kant van de weg in de omgeving van de Pangaardenstraat zijn stille getuigen van de bitse juridische strijd die het lokale actiecomité ‘Werkgroep Terlinden’ uitvecht met boer Bayens. Wat een schril contrast met een krantenbericht van juli vorig jaar waarin euforisch werd aangekondigd dat de nog te bouwen biogasinstallatie spoedig tien procent van de Ternatse bevolking van groene stroom zou voorzien. De oorspronkelijke bedoeling was dat de vergisting van organische reststromen in combinatie met de koeienmest van Bayens’ eigen bedrijf eind vorig jaar operationeel zou zijn. De boer zucht eens diep wanneer we peilen naar de nieuwe deadline: “Daar kan ik momenteel niks zinnig over zeggen”, klinkt het. “Maar vroeg of laat verdien ik de proceskosten wel terug. Want de installatie komt er gegarandeerd”.

Boer Bayens is zelf een vat vol energie. De productierechten maken het voor veehouders echter niet eenvoudig om te groeien. “Voor mezelf heeft het geen enkele zin om nog te investeren in melkquota als die in 2015 toch verdwijnen”, klinkt het. Omdat hij met zijn bedrijf niet ter plaatse wil blijven trappelen, heeft hij zich de voorbije jaren op de groene energie gestort. Toen Colruyt zeven jaar geleden een windmolen deed draaien op zijn vestiging in Halle, was de boer er rotsvast van overtuigd dat het hem ook zou lukken. Maar dat was buiten de wetgever gerekend. Op enkele kilometers van zijn bedrijf staat een baken dat piloten gebruiken om zich te oriënteren. Blijkt dat in een straal van negen kilometer rond dat baken geen windmolens mogen gebouwd worden. Brute pech. “Blijkbaar zitten in Boeings geen gps-systemen van godbetert 500 euro”, verwoordt de boer het.

Boer vs buurt. Bayens participeert wel in de Wase Wind, een coöperatie die sinds het voorjaar van 2005 wind oogst langs de E17 ter hoogte van Kruibeke. Voor zijn eigen bedrijf dokterde de landbouwer dan maar nieuwe plannen uit: een biogasinstallatie die op jaarbasis 12.000 kubieke meter organisch materiaal vergist, een investering van ongeveer een miljoen euro. Zeventig procent van het organisch materiaal is afkomstig van eigen dieren en gewassen, de rest moet aangevoerd worden. Rudy Bayens: “Vooraf heb ik goed overwogen hoe ik dit project het best kon communiceren naar de buurtbewoners. Over dergelijke zaken wordt nogal wat informatie uitgewisseld tussen collega-landbouwers met gelijkaardige projecten. Uit de ingewonnen adviezen bleek dat een open communicatieaanpak evengoed leidt tot strubbelingen met de buurt”. In Ternat bracht een door het gemeentebestuur inderhaast bijeengeroepen informatieavond ten tijde van het openbaar onderzoek in elk geval geen zoden aan de dijk. Een aantal buren richtten de ‘Werkgroep Terlinden’ op. Die ging eerst in beroep tegen de toekenning van de milieuvergunning en stapte later naar de Raad van State om ook de bouwvergunning nietig te laten verklaren.

De actiegroep vreest lawaai, permanente stank, verkeersoverlast, toxiciteit, ongedierte, ontploffingsgevaar en de aanvoer van kadavers. De buurtbewoners en de uitbater zelf kunnen gegijzeld raken in een technologisch avontuur dat een hele regio in een spiraal naar beneden trekt, zo staat te lezen op de website van het wijkcomité. In agrarische middens klinkt steevast dat dergelijke conclusies het gevolg zijn van onwetendheid. Rudy Bayens heeft als antwoord een stevig dossier in elkaar gepuzzeld. “In Duitsland heb ik de nodige bewijzen bijeengesprokkeld over het vermeende ontploffingsgevaar. Daar hebben ze als ultieme test biogasinstallaties in brand gestoken, om finaal te kunnen concluderen dat er geen enkel risico bestaat. De geurhinder van mijn installatie komt overeen met de dagelijkse uitscheiding van twee mensen. En op een meter van de installatie is de geluidsoverlast lager dan die van een inktjet-printer”. Bayens moet af en toe een krop in de keel wegslikken wanneer hij het hele verhaal opdist. Naar eigen zeggen heeft de hele hetze hem aanvankelijk sterk aangegrepen, maar heeft hij zich daar al een tijdje overheen gezet. Onlangs kreeg de boer zelfs een schouderklopje van een buurtbewoner die in een verder verleden wel eens kritiek uitte op zijn bedrijfsactiviteiten. “Nu moedigt hij me aan om door te zetten met het biogasproject. Zoiets doet deugd”.

Alle bestuurlijke niveaus mogen de komende maanden nog hun zegje doen over het dossier, en dan zijn er voor beide partijen nog altijd beroepsprocedures mogelijk. Om elders in Vlaanderen explosieve relaties met buurtbewoners te ontmijnen, wordt in opdracht van minister van Leefmilieu Peeters momenteel aan een communicatiehandboek gewerkt voor toekomstige mestverwerkers en biogasproducenten. Eind dit jaar moet het klaar zijn. “Communicatie is geen exacte wetenschap”, licht VCM-adviseur Isabelle Vermander een tipje van de sluier. “Bijvoorbeeld een brief in de bus van de buren steken, is een goeie zaak. Maar dagelijks informele contacten onderhouden, kan nog veel beter zijn. Wat we in elk geval vaststellen in de praktijk is dat problemen zich minder scherp stellen naarmate buurtbewoners in een vroeg stadium geïnformeerd worden over de plannen”.

Na regen komt zonneschijn. Intussen zit Bayens niet met zijn vingers te draaien. Begin 2005 knoopte hij opnieuw gesprekken aan met Geert Boeraeve van Belgian Energy Systems, het bedrijf waarmee de landbouwer destijds het vastgelopen dossier van de windenergie bestudeerd heeft. Er werd niet langer gepraat over windmolens, maar wel over zonnepanelen. “Eigenlijk was ik heel snel overtuigd, want het systeem heeft zichzelf in het buitenland voldoende bewezen”, zegt Bayens. In april vorig jaar werd op het dak van twee bedrijfsgebouwen in totaal tachtig vierkante meter fotovoltaïsche cellen geplaatst, meteen ook de allereerste relatief grootschalige installatie op een landbouwbedrijf in Vlaanderen. Prijskaartje: 55.000 euro. “De investeringskost is vrij hoog, maar na acht tot maximaal tien jaar moet dat bedrag terugverdiend zijn”.

Omdat het aantal zonne-uren over meerdere jaren vrij stabiel blijft, heet de vooropgestelde opbrengst van 9.000 kWh per jaar een betrouwbaar richtcijfer te zijn. Dat is iets meer dan een derde van het totale elektriciteitsverbruik op de boerderij van Bayens. Het gebruik van die groene stroom levert de boer een jaarlijkse besparing op van meer dan duizend euro. Bayens neemt ons bij de arm en samen wandelen we naar de melkstal, waar de kast met de elektriciteitsteller geïnstalleerd is. In plaats van vooruit loopt de teller achteruit, zelfs wanneer de boer alle lichten en apparaten aanknippert. “In het begin gaf die vaststelling me telkens weer een kick. Sinds we zonne-energie benutten, ben ik trouwens zelf ook veel milieubewuster geworden”.

Zonder subsidies is de productie van groene stroom niet rendabel, en dat geldt ook voor zonne-energie. Voor zijn zonnepanelen vangt Bayens jaarlijks meer dan vierduizend euro aan groenestroomcertificaten. “Wanneer je alles samentelt, haalt een boer uit een dergelijke installatie een bruto inkomen van ongeveer 5.200 euro per jaar”, zegt Geert Boerave, die sinds vorig jaar een zestigtal installaties geplaatst heeft bij klanten, waaronder een tiental bij boeren en tuinders. Volgens de berekeningen van Bayens blijft er een netto opbrengst over van 2.500 euro. “Dat is een mooi cijfer, want ik hoef aan het systeem helemaal niks te doen. Onderhoud is niet nodig en mocht er echt iets foutlopen, dan zorgt de internetbewaking ervoor dat alle gegevens rechtstreeks binnenlopen bij Belgian Energy Systems. Wie met zonne-energie start, moet alleen zorgen dat hij een goede leverancier kiest. Door de huidige hype lopen er nogal wat kwakzalvers rond”. Of hij na amper tien maanden al kan zeggen dat hij effectief tevreden is over zijn zonnepanelen? Bayens: “Aangezien ik op mijn bedrijf over een tweede teller beschik, laat ik een nieuwe reeks zonnepanelen installeren. Dat zegt toch genoeg?”
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via