nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Hoe ver kunnen boeren broeikasgas reduceren?
16.03.2009  Veerle Campens - Landbouw en Visserij

Wie vandaag het klimaatdebat probeert te volgen, krijgt het er warm van. Men heeft het over Kyoto en Kopenhagen, over klimaatpakketten en adaptatieplannen, over een hele rits reductiedoelstellingen. Maar wat heeft dat nu allemaal te betekenen voor de Vlaamse land- en tuinbouwers? Dat vroegen we aan klimaatdeskundige Veerle Campens van de landbouwadministratie.

Kris Peeters heeft zich ooit laten ontvallen dat de landbouwsector een temperatuurstijging van drie graden Celsius best aankan. De Vlaamse landbouwers moeten zich dus helemaal geen zorgen maken over de klimaatverandering?
Veerle Campens: Indien onze landbouwers tijdig de nodige adaptatiemaatregelen nemen, kan de schade zeker binnen de perken gehouden worden. Een studie van de Leuvense universiteit, die vorig jaar werd uitgevoerd, heeft aangetoond dat we vooral waakzaam moeten zijn voor occasionele droogteperioden en hittestress bij dieren. We krijgen weliswaar een hogere neerslagvariabiliteit, met een toename van vooral de winterneerslag, maar daarnaast zal het aantal warme zomerdagen en hittegolven ook toenemen.

Hoe groot zal de schade zijn?
Op zanderige bodems moeten we bij een gemiddelde stijging van de temperatuur met twee graden rekenen op oogstverliezen die voor minder diep wortelende zomergewassen toch wel sterk kunnen oplopen. Gewassen zoals wintergranen die gebruik kunnen maken van vochtopslag tijdens de winter zullen daarentegen een minder grote impact ondervinden van de opwarming. Veehouders krijgen wellicht af te rekenen met meer exotische dierziekten en toenemende hittestress bij de dieren kan leiden tot een dalende voederopname. Voor runderen en schapen zou het productieverlies kunnen oplopen tot bijna tien procent. In het ergste klimaatscenario wordt de financiële schade voor de land- en tuinbouw op jaarbasis geraamd op 201 miljoen euro. Dat bedrag is goed voor 4,1 procent van de eindproductiewaarde van de productieactiviteiten in kwestie.

Maar zo’n vaart hoeft het niet per se te lopen?
Indien zeventig procent van de bedrijven adaptatiemaatregelen zou nemen, kan de schade beperkt blijven tot nauwelijks 0,4 procent. Hou er wel rekening mee dat dit gemiddelde waarden zijn, per landbouwer kan de schade sterk gaan variëren, afhankelijk van zijn productieactiviteiten en zijn adaptatiegraad. Noteer anderzijds ook dat hogere temperaturen een positief effect kunnen hebben op de energieafhankelijke glastuinbouw en dat bepaalde technologieën, denk maar aan de warmtepomp, interessanter zullen worden. De vissers zullen dan weer merken dat soorten zoals kabeljauw en tong koelere visgronden opzoeken, maar andere soorten zoals de zeebaars zullen allicht meer voorkomen.

Momenteel wordt het tweede Vlaamse klimaatbeleidsplan afgehaspeld, dat loopt van 2006 tot 2012. Hoever staat het met de realisatie van de doelstellingen?
Voor de hele landbouw- en visserijsector werd als doel vooropgesteld om tegen 2012 een reductie te realiseren van één megaton CO2-equivalenten ten opzichte van 1990. Die kaderdoelstelling is op dit ogenblik al bereikt.

Vooral de glastuinders hebben de voorbije jaren fors geïnvesteerd in het energievraagstuk?
In de glastuinbouw is het de bedoeling om het aandeel van aardgas en andere duurzame energiebronnen op te krikken tot 75 procent. We hebben geen exact zicht op de tussenstand, maar we stellen vast dat alleen al het geïnstalleerde vermogen van wkk-installaties dicht in de buurt komt van 180 megawatt. Om de investeringslast van energiebesparende maatregelen en hernieuwbare energieproductie te kunnen dragen, werd het budget voor het Landbouwinvesteringsfonds de jongste jaren overigens gevoelig verhoogd. Verder beginnen de plannen voor een aantal glastuinbouwzones verspreid over heel Vlaanderen toch redelijk op te schieten. Daarbij komt de valorisatie van restwarmte en CO2 bij elektriciteitsproducenten en de industrie nadrukkelijk in beeld. Dit zou op milieuvlak de meest interessante vorm zijn om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen,maar dan moeten er ook wel inspanningen gebeuren op het vlak van ruimtelijke ordening.

Welke inspanningen leveren de andere land- en tuinbouwbouwsectoren?
Er zijn intussen ook al elf biogasinstallaties operationeel in landbouwgebied, terwijl minstens zes andere projecten in de pijplijn zitten. Daarnaast heeft de Vlaamse regering een vernieuwd subsidiebesluit goedgekeurd voor de bebossing van landbouwgronden en het ILVO onderzoekt de impact van het mestdecreet op de uitstoot van broeikasgassen. Een zorgenkindje zijn de doelstellingen die we hadden vooropgesteld met betrekking tot bepaalde energiegewassen zoals het korte-omloophout en koolzaad voor de productie van pure plantenolie. We hadden gehoopt dat tegen 2010 honderd hectare korte omloophout zou aangeplant zijn, maar de teller blijft voorlopig haperen op amper vier hectare, en dat zijn dan nog proefvelden.

Is de teelt van korte-omloophout een doodgeboren kind?
In het bosdecreet werd de definitie van korte-omloophout reeds aangepast, maar hetzelfde moet nu nog gebeuren met de pachtwetgeving. Voor een pachter is het vanuit juridisch oogpunt niet zo eenvoudig om meerjarige gewassen zoals wilgen te telen. Positief is echter dat dergelijke energieteelten vanaf dit jaar ook in aanmerking komen om toeslagrechten te activeren. Maar allicht zal een bijkomende premie noodzakelijk zijn om boeren over de streep te trekken. Ik denk overigens dat korte-omloophout vooral interessant is voor boeren die de geoogste biomassa zelf kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor de verwarming van stallen. Voor de rest is het vooral wachten op een stijging van de olieprijs, die de interesse voor energieteelten automatisch weer zal doen stijgen.

In het Vlaamse klimaatbeleidsplan is een hoofdstukje voorzien voor adaptatiemaatregelen.
Europa heeft al een groenboek gepubliceerd over adaptatie, en komt eerstdaags met een witboek voor de pinnen. Op basis daarvan zal ons land een adaptatieplan uitwerken over alle sectoren heen, ook de Vlaamse landbouwadministratie zal meewerken aan dat project, en dit in overleg met de belanghebbenden.

Moeten de boeren daar schrik van hebben?
Helemaal niet, er is geen sprake van bindende doelstellingen voor de landbouwsector. Maar uit welbegrepen eigenbelang zullen de landbouwers ongetwijfeld inspelen op de voorgestelde adaptatiemaatregelen. Binnen bestaande beleidsinstrumenten zoals de beheersovereenkomsten, het Landbouwinvesteringsfonds en het systeem van de randvoorwaarden worden vandaag trouwens al maatregelen ondersteund die de sector helpen bij de aanpassing aan de klimaatverandering. Denk maar aan watermanagement, stalventilatie, gereduceerde bodembewerking, verhoging van de biodiversiteit, het onderhoud van permanente graslanden, de bewaking van het koolstofgehalte van de bodem, enzovoort. Bij de opmaak van de volledige lijst met adaptatiemaatregelen zullen we beroep doen op bestaand onderzoek. In de eerder aangehaalde studie van de K.U.Leuven is sprake van 22 maatregelen, gaande van de selectie van hittetolerante dierenrassen en de verschuiving van plant- en oogstdata tot de plaatsing van stormresistente windturbines en het voorzien van de nodige irrigatie om droogteperiodes door te komen. In de jongste bijsturing van het Europees landbouwbeleid werd klimaatverandering weerhouden als een prioritair thema waarvoor steun beschikbaar is via het plattelandsbeleid. Maar een echt succes kunnen dit soort maatregelen pas worden indien de landbouwers er het nut van inzien. Vandaar dat een degelijke voorlichting en advisering ten behoeve van een duurzame landbouw weer aan belang zal moeten winnen.

De agrarische sector gaat er prat op dat ze sinds 1990 reeds aanzienlijke klimaatinspanningen geleverd heeft.
De uitstoot van broeikasgassen was in 2007 met 18 procent gedaald ten opzichte van 1990. Daarmee is de landbouw de beste leerling van de klas in Vlaanderen.

De opgetekende daling van de broeikasgassen is vooral een gevolg geweest van de krimpende veestapel. Kan u dan wel optimistisch zijn over een verdere reductie op langere termijn?
Driekwart van de gerealiseerde reductie is toe te schrijven aan de mestwetgeving. Maar het is niet alleen de daling van de veestapel die de voorbije jaren de uitstoot van broeikasgas heeft teruggedrongen, ook de emissiearme stallen, de nutriëntenarme voeders en de lagere bodememissies dankzij de strengere bemestingsnormen hebben een rol gespeeld. En ik ben ervan overtuigd dat het allemaal nog klimaatvriendelijker kan. Wereldwijd wordt onderzoek verricht naar voederrantsoenen die een lagere methaanuitstoot veroorzaken, de energiebalans in de glastuinbouw kan nog verder geoptimaliseerd worden, de boomkorvisserij is in volle omschakeling. Door de verbranding van biogas kan nog veel meer methaan omgezet worden in CO2, een broeikasgas dat 21 keer minder schadelijk is.

Wat zijn de gevolgen voor de Vlaamse landbouw van het klimaatpakket dat de Europese regeringsleiders onlangs hebben goedgekeurd?
De zware industrieën die onder het systeem van de emissiehandel vallen, moeten tegen 2020 hun uitstoot met 21 procent terugdringen ten opzichte van 2005. Sectoren zoals transport, huisvesting en landbouw krijgen over alle lidstaten heen een percentage opgelegd van tien procent, maar voor België is dat berekend op vijftien procent. Vlaanderen en Wallonië moeten nog rond de tafel zitten om een verdeling van die bijkomende inspanning af te spreken. De landbouwsector wil de handschoen oppakken en zal verder haar emissies reduceren, maar op een bepaald ogenblik zullen we rationeel moeten nagaan in welke sectoren en welke landen de reductie van een kilogram CO2 het minste kost. Tegen 2050 is momenteel sprake van een reductie van minstens vijftig procent tegenover 1990, maar intussen zal de voedselproductie wereldwijd wel moeten toenemen om alle monden te kunnen voeden. De landbouw zal haar productie dus nog nadrukkelijker moeten loskoppelen van de milieu-impact. Het heeft in elk geval geen zin om bijvoorbeeld onze rundveebedrijven op te doeken, als dit de vleesproductie doet stijgen in landen die door een gebrek aan infrastructuur en kennis minder efficiënt produceren.

Europa wil tegen 2020 ook een energiebesparing van twintig procent realiseren. Wat hebben de energieconsulenten de voorbije drie jaar teweeggebracht in de agrarische sector?
De twee energieconsulenten die met financiële middelen uit het klimaatbeleidsplan land- en tuinbouwbedrijven advies verlenen, hebben de voorbije jaren op jaarbasis zeventig energiescans uitgevoerd op land- en tuinbouwbedrijven. Aanvankelijk lag de focus voornamelijk op de glastuinbouwbedrijven, die samen verantwoordelijk zijn voor zeventig procent van het energiegebruik in de agrarische sector. De voorbije drie jaar zijn de glastuinders er echter in geslaagd om hun verbruik met meer dan vier procent te doen dalen. In principe loopt het project met de consulenten eind mei af, maar we gaan ervan uit dat het verlengd zal worden. Ze zorgen niet alleen voor energiescans en eerstelijnshulp, maar geven ook infosessies, hebben voorbeeldbedrijven in het leven geroepen en nemen deel aan platforms. Bovendien hebben ze een aantal knelpunten geïnventariseerd met betrekking tot het beleid.

Welke zijn die knelpunten?
Het elektriciteitsnet kan het transport van de decentrale elektriciteitsproductie niet meer aan, en dus zijn aanpassingen aan het net dringend noodzakelijk. Daarnaast is er voor kleine en grote bedrijven nood aan een transparantere prijsvorming van de energietarieven bij de verschillende energieleveranciers. Particulieren kunnen vandaag wel reeds prijsvergelijkingen maken. Verder zorgt de stroeve toekenning van vergunningen voor kleinere windturbines in agrarisch gebied en het gebrek aan een toetsingskader en meetgegevens voor dergelijke turbines ervoor dat er nog maar weinig landbouwers de stap naar deze vorm van hernieuwbare energie durven zetten. Maar hier wordt wel aan gewerkt. Ook de productie van groene warmte en het nuttig gebruik van restwarmte zouden moeten ondersteund kunnen worden, naar analogie van groenestroomcertificaten. Deze vormen van energie hoeven niet langs het elektriciteitsnet, zodat dit niet verder belast wordt. Dit is ook het geval indien de mogelijkheid zou bestaan om ‘opgeschoond’ biogas in het aardgasnet te injecteren. Tot slot zou er meer onderzoek moeten komen naar een nog grotere energie-efficiëntie en er is nood aan een langetermijnvisie.

Op het vlak van hernieuwbare energie heeft iedereen in Vlaanderen de mond vol van windmolens en zonnepanelen. De rol van biomassa blijft in de schaduw…
Het aandeel hernieuwbare energie is in Vlaanderen goed voor ongeveer drie procent. Van dat aandeel is 55,5 procent afkomstig van energie die gewonnen wordt uit biomassa. Daarbij gaat het om de verwerking van organisch afval, mest en ook hout. Op de tweede plaats komt windenergie met 17,2 procent. Biogas – dat ook geproduceerd wordt op basis van biomassa - is goed voor 15,4 procent, terwijl zonne-energie het ondanks alle mediabelangstelling moet stellen met een schamele 0,3 procent. Om de klimaatdoelstellingen te halen, zal onze regio in de toekomst veel biomassa moeten invoeren. Dat zal ook blijken uit het nationale klimaatplan dat volgend jaar klaar moet zijn.

De Australische regering maakt miljoenen dollars vrij om te onderzoeken hoe de methaanuitstoot van de runderen gereduceerd kan worden.
Tot hiertoe hadden we het geluk dat de mestwetgeving naast een daling van de hoeveelheid nitraat in het oppervlaktewater ook de broeikasgassen heeft gereduceerd. Maar door het principe van de uitbreiding mits mestverwerking in het jongste mestdecreet wordt dat verband doorbroken. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar dan moeten we er wel in slagen om de emissies onder controle te houden. Dat kan allicht het best gebeuren door runderen op te stallen, maar dat is dan weer niet goed voor de landschapsbeleving. Ook binnen Europa wordt er veel onderzoek verricht naar aangepaste voeders om de methaanuitstoot door runderen te verlagen. Maar misschien moeten we op termijn ook durven nadenken over onze vleesconsumptie. Eén dag per week geen vlees eten, is geen doodzonde.

PollGelooft u dat de landbouwproductie in Vlaanderen op termijn zware schade zal lijden als gevolg van de klimaatverandering?
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via