nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

VIRA brengt duurzaamheid van de Vlaamse visserij in kaart
22.04.2013  Visserijrapport

Met het eerste Visserijrapport (VIRA) krijgt de Vlaamse visserijsector een naslagwerk naar het voorbeeld van het tweejaarlijkse Landbouwrapport (LARA) over land- en tuinbouw. Het werkstuk van het Departement Landbouw en Visserij leert ons dat de Vlaamse vloot begin vorig jaar 86 vissersvaartuigen telde, waarvan er 41 behoren tot het grote vlootsegment. De 439 erkende zeevissers brachten 20.138 ton vis aan wal in 2011. Ongeveer 84 procent ging naar de havens van Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort. De belangrijkste aangevoerde soorten waren schol, tong en rog. “VIRA toont duidelijk aan dat de Vlaamse visserij de voorbije jaren heel wat veranderingen heeft ondergaan. Duurzaamheid is de rode draad in die evolutie”, aldus minister-president Kris Peeters. Vlaanderen en Europa investeren ook steeds meer in de ontwikkeling van een duurzame aquacultuur, die de groeiende vraag naar visproducten deels moet opvangen.

Het Visserijrapport (VIRA) geeft een accurate beschrijving van de Vlaamse visserijsector in al haar dimensies. De rode draad in het rapport is duurzaamheid. VIRA schetst de context waarin de sector zich beweegt, brengt de duurzaamheid van de Vlaamse visserij op economisch, ecologisch en sociaal vlak in kaart, en duidt de recentste innovaties in de sector in Vlaanderen aan. VIRA bevat volgens minister-president Peeters essentiële informatie over de Vlaamse visserijsector in al haar dimensies, “en draagt op die manier bij tot een beter maatschappelijk draagvlak voor de visserijsector”. Door de aanwezige informatie en kennis te bundelen, maakten de auteurs van VIRA ook een betrouwbaar referentiekader voor beleidsmakers.

Vlaamse visserij in wereldperspectief
In 2009 bedroeg de Belgische visproductie uit visserij en aquacultuur volgens Eurostat 0,35 procent van het Europese totaal. De grootste ‘vislanden’ zijn Spanje (16,2%), Denemarken (12,8%), het Verenigd Koninkrijk (12,3%), en Frankrijk (10,6%). Samen zijn ze goed voor ongeveer de helft van de Europese productie.

visserij2.jpgMet een totaal van 6.369.756 ton nam de EU in 2009 4,4 procent van de wereldproductie van visserij en aquacultuur voor haar rekening. Toch is de EU daarmee de vijfde grootste producent wereldwijd, groter dan de VS (3,3%) en Japan (3,2%), die de zevende en achtste plaats bekleden. De absolute nummer één is China met 34,4 procent, wat volgens Wereldvoedselorganisatie FAO goed is voor een productie van 49,7 miljoen ton op een wereldwijd totaal dat schommelt rond 150 miljoen ton, waarvan 90 miljoen ton wildvangst door visserij.

Een kleine vloot met relatief grote vaartuigen
Van de ongeveer 83.000 vissersvaartuigen in Europa telde ons land er 86 (0,1%) begin vorig jaar. Binnen de Europese vloot mag dan al sprake zijn van overcapaciteit, de Vlaamse vissersvloot is al sterk afgebouwd. In 1950 bedroeg de vloot nog 457 vaartuigen. Een verdere
inkrimping zou kunnen leiden tot het volledig verdwijnen van de visserijsector. Op Europees niveau ijvert ons land daarom sterk voor het behoud van zijn kleine, nationale vloot die op de rand van de economische leefbaarheid balanceert.

41 van de 86 Vlaamse vaartuigen behoren tot het grote vlootsegment. Dat wil zeggen dat zij een motorvermogen hebben van meer dan 221 kilowatt. 45 vaartuigen behoren tot het kleine vlootsegment. Economisch gaat het grote vlootsegment er sinds de brandstofcrisis van 2008 op vooruit. Het kleine vlootsegment lijdt daarentegen sterker onder de hoge kosten voor lonen, brandstof en afschrijvingen, en de lagere prijsvorming van de visserijproducten.

De gemiddelde leeftijd van de vloot is opgelopen tot 24 jaar. Vooral de romp van de vaartuigen is verouderd. De laatste jaren werd er daarom, met ondersteuning van de Vlaamse overheid, veel aan motorvernieuwing gedaan in functie van energiebesparing.

Specialiteit: platvis
We duiken even terug in de tijd. In 1950 werd nog 53.848 ton vis aangevoerd, met het topjaar 1955 als uitschieter (72.428 ton). Sindsdien daalt de aanvoer sterk. Dat is in belangrijke mate te wijten aan een wijziging in het vangstassortiment. Gedurende de jaren ’50, ’60 en ’70 werden grote hoeveelheden haring aangeland en verhandeld. Ondertussen domineert in Vlaanderen de gespecialiseerde platvis-visserij. Met één kilo tong realiseert een visser dezelfde waarde als met 25 à 30 kilo haring. Bovendien verdween de vroegere belangrijke verre Vlaamse visserij, beter bekend als de IJslandvisserij.

visveiling1.jpgIn 2011 waren de Vlaamse vissersvaartuigen goed voor een aanvoer van 20.138 ton vis, twee procent meer dan in 2010. Daarvan ging 16.905 ton naar binnenlandse havens en 3.233 ton naar buitenlandse havens, hoofdzakelijk in Nederland. Zeebrugge nam 67 procent van de totale aanvoer in Vlaamse havens voor zijn rekening, Oostende 31 procent en Nieuwpoort twee procent. De verkoop van vis gebeurde voornamelijk in de Vlaamse Visveiling, die het daglicht zag in november 2010 na overname van de stedelijke vismijn in Oostende door de private Zeebrugse Visveiling.

De belangrijkste aangevoerde soorten in de Vlaamse visserij waren in 2011 schol (6.057 ton), tong (3.430 ton) en rog (1.519 ton). De top tien wordt vervolledigd door sint-jakobsschelpen, tongschar, kabeljauw, garnalen, inktvis, hondshaai en zeeduivel. De totale waarde van de vangst laat een ander beeld zien: tong neemt met 37,7 miljoen euro maar liefst 47 procent van de waardecreatie voor zijn rekening en laat schol (8,4 miljoen euro) en zeeduivel (4,3 miljoen euro) ver achter zich.

Visserij in een gezond ecosysteem
De Vlaamse vloot is vanaf de jaren ’80 geëvolueerd naar een sterk gespecialiseerde platvis-visserij, maar de context waarin de visserij zich beweegt, verandert momenteel sterk. In de toekomst komt een ‘ecosysteembenadering’ steeds meer op het voorplan. Visbestanden staan niet los van hun omgeving, maar vormen een klein onderdeel van een complex ecosysteem, waarbij de verstoring van één element verreikende gevolgen kan hebben. De visserijsector deed de voorbije jaren serieuze inspanningen voor het behoud en het herstel van het mariene milieu via het gebruik van selectiever vistuig zoals grotere maaswijdten, maar ook de installatie van nieuwe motoren met een verminderde CO2 -uitstoot, het gebruik van de sumwing die voor minder bodemberoering moet zorgen, enz.

Het economisch en ecologisch aspect van visserij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gezonde visbestanden zijn immers een absolute voorwaarde voor de rentabiliteit van de visserijsector. Het beleid heeft daarbij een sturende rol. Op het Europese niveau ontstond de voorbije decennia een geïntegreerd maritiem beleid, waaraan Vlaanderen positief mee bijdraagt. Het voorlopige sluitstuk daarvan is de ‘mariene strategie’: lidstaten die een maritieme regio delen, leggen gezamenlijk hun normen voor een goede milieustatus vast en nemen maatregelen om tegen 2020 de visserijsector verder te verduurzamen.

convenant duurzame visserij1.jpgDe Vlaamse visserijsector neemt ook zelf de handschoen op in het duurzaamheidsverhaal. In 2011 nam de Rederscentrale het initiatief om een maatschappelijk convenant af te sluiten, met de actieve steun van onderzoeksinstelling ILVO, Natuurpunt en de Vlaamse overheid. Samen willen ze de ontwikkeling naar een duurzame en maatschappelijk gewaardeerde Vlaamse visserij bevorderen door tal van acties. Er wordt ook een link gemaakt met het project ‘Valduvis’, dat de keten van duurzame vis verder moet uitbouwen en valoriseren. Duurzame visserij wordt ook verder gestimuleerd door het opstellen van een verbetertraject, en een duurzaamheidstoets waaraan nieuwe investeringsprojecten zullen worden getoetst.

De Vlaamse vloot bestaat voornamelijk uit boomkorvaartuigen, waarbij met een viskotter twee sleepnetten over de zeebodem worden getrokken. Om de impact op het mariene milieu te verminderen, is het merendeel van de vaartuigen de laatste jaren overgeschakeld op milieuvriendelijkere vistechnieken. Zo hebben de meeste reders het tuig merkelijk lichter gemaakt zodat de bodemberoering afneemt en ook de sleepweerstand en dus het brandstofverbruik afneemt. De sector nam ook het initiatief om de kleine mazen in de rug van het net te vervangen door mazen van minimum 30 cm waardoor bepaalde vissoorten betere ontsnappingskansen hebben. Voor die continue innovatie kan de sector een beroep doen op het Europees Visserijfonds en het financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector.

Door de ontwikkeling van een geïntegreerd maritiem beleid, de evolutie naar maximale duurzame opbrengst met een versterkte samenwerking tussen sector en wetenschap voor meer complete wetenschappelijke adviezen, minder bodemberoering door de inzet van de sumwing en de ecokor, het behoud van de genetische diversiteit, meer nadruk op energie-efficiëntie en het vermijden of opruimen van afval in het mariene milieu wordt steeds meer ingezet op gezonde ecosystemen en visbestanden.

Gemeenschappelijk Visserijbeleid
Sinds het ontstaan van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) in 1983 werd het Europees beleidskader om de tien jaar herzien. Ondanks positieve ontwikkelingen zoals de meerjarige herstel- en beheersplannen, de oprichting van regionale adviesraden en forse capaciteitsreducties zijn de doelstellingen nog niet bereikt. De huidige toestand wordt volgens de Europese Commissie nog altijd gekenmerkt door een sterke overbevissing, overcapaciteit van de vloot, hoge subsidies, geringe economische rentabiliteit en dalende vangsten. Vissers krijgen bovendien te maken met de klimaatverandering, de financiële crisis en hoge brandstofprijzen. Daarop besloot de Europese Commissie dat er opnieuw een fundamentele hervorming nodig was van het GVB.

grootmazenpaneelvisserij_ILVO.1.jpgHet Europees Parlement en de lidstaten zullen de contouren van het vernieuwde beleid, dat op 1 januari 2014 in werking moet treden, vastleggen. De op stapel staande hervorming van het visserijbeleid vormt het voorlopige sluitstuk van de veranderingen in de sector. “In het kader van de hernieuwing van het Europees visserijbeleid zal Vlaanderen maximaal inzetten op innovatie, werkgelegenheid en ecologische duurzaamheid”, belooft Kris Peeters.

Klimaatverandering
Het mariene milieu is onderhevig aan wereldwijde veranderingen zoals de klimaatopwarming. Door de stijgende watertemperatuur schuiven bepaalde soorten op naar het noorden. Een bekend voorbeeld is de makreel die vroeger vooral in Europese wateren terug te vinden was, maar sinds 2008 ook meer in IJslandse en Faeröerse wateren. Dat kabeljauw zich in de Noordzee - ondanks de grote inspanningen - amper lijkt te herstellen, kan voor een stuk te wijten zijn aan de opwarming van het water. Deze vissoort lijkt nu vooral de koudere wateren van Noorwegen te verkiezen.

rode poon1.jpgBepaalde verstorende soorten, zoals de ribkwal, zullen zich in een warmere Noordzee perfect thuis voelen, en inheemse soorten schade toebrengen of zelfs volledig verdringen. De klimaatverandering kan met andere woorden verreikende gevolgen hebben voor het ecosysteem. Al krijgt de Vlaamse visserij ook nieuwe kansen, door visvangst op soorten die niet onderhevig zijn aan quota en/of in hogere concentraties beschikbaar worden in de zuidelijke Noordzee en andere traditionele visgebieden. De migratie van zonnevis, pijlinktvis, zeekat, rode poon en zeebaars zal voor onze vissers positief uitdraaien.

Tewerkstelling en arbeidsomstandigheden
Tijdens 2012 waren er 439 erkende zeevissers actief in de Vlaamse vloot. Het Fonds voor Scheepsjongeren moet een nieuwe generatie warm maken voor de sector. Vooral bij de omschakeling naar nieuwe duurzame vistechnieken blijkt de zoektocht naar personeel problematisch, waardoor opleiding en begeleiding aan boord een steeds belangrijkere rol spelen. De Vlaamse vissers genieten door de wet van 2003 echter wel inkomenszekerheid tijdens de zeereis. Vlaanderen is hiermee een voorloper, want in 95 procent van de zeevisserij op wereldschaal geldt nog altijd het principe ‘no catch, no pay’.

Net als de landbouw, kampt ook de visserij met vaak zeer goedkope invoer uit derde landen. Dat prijsverschil is vaak het gevolg van lagere standaarden met betrekking tot het milieu en de sociale rechten van de werknemers. Dat zorgt meteen voor valse concurrentie. In het externe visserijbeleid van de EU wordt daarom voor een gelijk speelveld gepleit, waardoor de druk op derde landen stijgt om meer aandacht te besteden aan zowel het milieu als het welzijn van hun vissers. In Vlaanderen maken promotiecampagnes van VLAM consumenten bewust van de duurzamere, lokale aanvoer.

Aquacultuur, een sector met toekomst
Vlaanderen en Europa investeren steeds meer in de ontwikkeling van een duurzame aquacultuur, die de groeiende vraag naar visproducten deels moet opvangen. Vlaanderen beschikt over kennis- en onderzoeksinstellingen met internationale erkenning, maar ziet dat nog te weinig vertaald in lokale productie. Gezien de uitdagingen en het ontwikkelingspotentieel in Vlaanderen werd daarom op initiatief van Kris Peeters in september 2012 het Vlaams Aquacultuurplatform opgericht, dat de aquacultuursector moet aansturen.

Meer info: Visserijrapport 2012

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO/VILT

Volg VILT ook via