nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.07.2012 Vlaams milieuhandhavingsbeleid krijgt meer slagkracht

Op voorstel van minister van Leefmilieu Joke Schauvliege stemde de Vlaamse regering in met de conceptnota om het Vlaams milieuhandhavingsbeleid te versterken. De nota is een concreet antwoord op knelpunten in het milieuhandhavingsbeleid die de strategische adviesraden (Minaraad en SERV) en de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving hadden opgeworpen.

Drie jaar na de inwerkingtreding van het Milieuhandhavingsdecreet heeft Vlaams minister Joke Schauvliege het milieuhandhavingsbeleid grondig doorgelicht. Daarbij is rekening gehouden met de bevindingen van de handhavingsactoren op het terrein en met de adviezen van de SERV, de Minaraad en de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving (VHRM), waarin de diverse relevante handhavers vertegenwoordigd zijn.

In de goedgekeurde conceptnota legt de minister de krachtlijnen van het toekomstig milieuhandhavingsbeleid vast en formuleert ze voorstellen om versnippering en overlappingen in de handhaving te verminderen, de samenwerking op te voeren, het scala aan handhavingsinstrumenten efficiënter te maken en het lokaal toezicht te optimaliseren. De komende maanden wordt dit alles in regelgevende teksten omgezet.

De Vlaamse regering wil meer het accent leggen op programmatorische handhaving. Nu maakt de VHRM jaarlijks een milieuhandhavingsprogramma met een overzicht van alle handhavingsprogramma’s van alle instanties. In de plaats zou een vijfjaarlijks strategisch meerjarenprogramma komen. Dat moet meer zijn dan een loutere optelsom van handhavingsprogramma’s, zoals dat vandaag te veel het geval is. "Door specifieke prioriteiten aan te wijzen, kunnen personeel en middelen efficiënter worden ingezet", meent Schauvliege.

Een tweede krachtlijn is een betere samenwerking tussen de diverse handhavers. Een derde pijler is de ontwikkeling van een doelgerichter handhavingsinstrumentarium. Zo werd op 6 juli de verkorte boeteprocedure definitief goedgekeurd waardoor kleinere milieuovertredingen (sluikstorten, afvalverbranding, enz.) sneller kunnen worden bestraft. Hierdoor kunnen meer mensen en middelen worden vrijgemaakt voor milieumisdrijven die een zware impact hebben op het leefmilieu en de gezondheid.
 
De conceptnota schaaft ook aan de lokale milieuhandhaving. Omdat de lokale besturen dicht bij de burger staan en kort op de bal kunnen spelen, blijft de gemeente bevoegd voor de controle van klasse 3-inrichtingen en de handhaving van vrije velddelicten (b.v. het achterlaten van slachtafval). Voor klasse 1-inrichtingen kunnen lokale toezichthouders visuele vaststellingen doen, maar kunnen zij bij moeilijke, complexe klachten een beroep doen op de gewestelijke toezichthouders.

Wat klasse 2-inrichtingen betreft kan in geval het lokaal bestuur na een reactieve inspectie niet de gepaste maatregelen neemt, de Milieu-inspectie dit alsnog doen. Milieurelevante zaken die een planmatige aanpak vereisen, worden naar het gewest overgeheveld, dus ook de planmatige handhaving van klasse 2-inrichtingen.

“De milieuwetgeving verandert snel omdat op steeds meer en diverse problemen adequaat moet worden gereageerd. Als overheid moeten we daar een coherente handhaving met heldere afspraken en meer en verregaande samenwerking tegenover zetten", aldus minister Schauvliege. Bijzondere aandacht zal bijvoorbeeld gaan naar de samenwerking tussen gemeenten.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: gemeente Zwevegem

Volg VILT ook via