nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Samenwerken kan een uitweg uit de crisis betekenen"
05.09.2011  Vlaamse varkenshouderij vandaag. En morgen?

“Er is geen uitweg uit de crisis voor de Vlaamse varkenssector”, schreef journalist Guy Van den Broek in De Tijd. Is dat inderdaad zo? Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) organiseerde samen met Landbouwkrediet en het Nationaal Agrarisch Centrum (NAC) een studienamiddag varkenshouderij die opende met de leefbaarheidproblematiek vandaag om vervolgens in te gaan op de kansen en problemen van morgen. De grote verschillen in arbeidsinkomen tussen bedrijven wijzen erop dat heel wat bedrijven technisch en economisch het onderste nog niet uit de kan halen. Algemene teneur is dat samenwerken met collega-varkenshouders hen vooruit kan helpen. Vraag rest wie al die Belgische varkens zal afnemen wanneer Duitsland op de loer ligt om exportmarkten in te pikken. Aanbodbeheersing is voor ABS een optie, maar enkel onder strikte voorwaarden.

De voorbije tien jaar is het aantal varkensbedrijven met meer dan 40 procent gedaald tot ongeveer 5.900 varkensbedrijven. “Aan het belang van de varkenshouderij voor de Belgische economie mag echter niet getwijfeld worden”, zegt Mathias Ingelbrecht van de FOD Economie. Met ruim zes miljoen varkens is de varkensstapel maar met 15 procent gedaald ten opzichte van 2000. Uit de cijfers van de FOD Economie blijkt verder dat varkens gemiddeld één vijfde van de productiewaarde van de Belgische landbouw uitmaken. “De handel in varkensvlees maakt zelfs 6,5 procent uit van de totale handelsbalans van België”, onderstreept Paul Coenen van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM).

De laatste jaren is vooral de export van varkenskarkassen (300 miljoen ton) toegenomen ten nadele van de export van gesneden vlees (ruim 200 miljoen ton). “Duitsland kan namelijk veel goedkoper vlees versnijden dan wij dat kunnen”, verklaart Coenen. “Op 130 kilometer van Brussel werkt de Duitse vleesindustrie met arbeiders die minder dan zes euro per uur kosten. Dat is een handicap die wij nooit kunnen overwinnen”, legt hij een belangrijk pijnpunt bloot. Die scheeftrekking van loonkosten heeft tot gevolg dat Duitsland 1,3 miljoen ton varkensvlees importeert om dat te versnijden, verwerken en vervolgens opnieuw te exporteren. ’s Werelds grootste exporteur voert jaarlijks 2,5 miljoen ton varkensvlees uit.

export.bmp

Het lijkt erop dat de Belgische vleesindustrie in 2011 voor het eerst zijn tanden stuk gaat bijten op die zware concurrent. “Voorlopige cijfers voor de eerste vijf maanden van dit jaar wijzen erop dat de Belgische export van varkensvlees zou dalen”, zegt Coenen. Geen varkens meer exporteren naar Duitsland, noemt hij absoluut geen oplossing om minder afhankelijk te worden van de Duitse markt. “Zolang België één varken produceert, zal Duitsland ons concurrentie aandoen”, waarschuwt Coenen. Duitsland is nu eenmaal de draaischijf voor de wereldwijde handel in varkensvlees.

Behalve de vergunningsproblematiek voor grote varkensstallen, ziet Coenen niet meteen een obstakel voor de Duitse groei. De vleesindustrie is de sterkste ter wereld en hoewel de varkenshouders het ook in Duitsland moeilijk hebben, geloven zij als meest competitieve de crisis te overleven. Daarbij worden ze een handje geholpen door het ministerie van Milieu dat biogas en mestverwerking gretig subsidieert.

In de vertrouwensindex van Landbouwkrediet hinken de Vlaamse varkenshouders flink achterop ten opzichte van de andere sectoren. Waar 20 procent van de land- en tuinbouwers in 2011 verklaarde met financiële problemen te kampen, loopt dat voor de gespecialiseerde varkensbedrijven op tot 70 procent. “Grosso modo onderscheidt Landbouwkrediet vier even grote groepen varkenshouders”, zegt Jozef De Laporte van het kenniscenter Landbouw van de bank. Een eerste reeks bedrijven kent geen problemen. Een tweede en derde groep komen rond door uit eigen reserves te putten of uitstel te vragen van kapitaalaflossing. En dan zijn er de varkensbedrijven die voor extra middelen aankloppen bij de bank of de veevoederfirma en het meeste risico lopen.”

Met het oog op de toekomst, krijgen varkenshouders het advies hun activiteiten te verbreden, te vergroten of te verbeteren. Volgens ABS-ondervoorzitter Luc Van Dommelen geeft geen van deze drie pistes de zekerheid dat er ook wat te verdienen valt. “Verbreden is slechts voor enkelen weggelegd”, weet Van Dommelen. “Verbeteren doet de sector, de zeugenhouderij op kop, al jaren. Tien jaar geleden gold een productiegetal van 18 biggen, vandaag is de norm 28 biggen per zeug. Aangezien elk big wordt afgemest, weegt dit op de markt.” Ook vergroten, en de extra arbeid die daar komt bij kijken, heeft volgens Van Dommelen zijn grenzen.

kengetallenzeugen.bmp

Door de hoge variabele kosten kon een zeugenhouder in 2010 geen arbeidsinkomen bijeen werken, maar keek hij op tegen een verlies van 31 euro per zeug. “Tussen de bedrijven met het hoogste en het laagste arbeidsinkomen, zit evenwel een verschil van 243 euro per zeug”, zegt Joeri Deuninck van het departement Landbouw en Visserij. De goed presterende bedrijven konden dankzij hogere opbrengsten en lagere vaste en variabele kosten in 2009 een beter, zij het nog steeds negatief, bedrijfsresultaat neerzetten. Nadere analyse door de afdeling Monitoring en Studie toont aan dat zij daarin slagen dankzij een lagere biggensterfte, hoger productiegetal, hogere dagelijkse groei, minder krachtvoeder, hogere waarde van de verkochte biggen en een hoger percentage verkochte biggen.

kengetallenvleesvarkens.bmp

Ook bedrijven die vleesvarkens vetmesten, zagen hun resultaat in 2010 verslechteren. Hoewel de cijfers minder diep in het rood duiken dan op vermeerderingsbedrijven, wordt de eigen arbeid op gesloten bedrijven al evenmin normaal vergoed. “Het arbeidsinkomen kan in één jaar sterk fluctueren, maar sinds eind vorig jaar is het lager of gelijk aan nul”, illustreert Deuninck de crisis. Andermaal zijn de verschillen tussen bedrijven erg groot. Vooral in tijden van hoge krachtvoederprijzen is de voederconversie, het efficiënt omspringen met voeder, van cruciaal belang. Daarnaast maken de beter presterende bedrijven het verschil met een hoge dagelijkse groei, een lager sterftecijfer, goedkoper krachtvoeder en goedkopere biggen.

“De leefbaarheid van de varkenshouderij hangt dus sterk af van de bedrijfsspecifieke situatie”, besluit Deuninck. “Onder meer de technische resultaten, investeringslast en financiële reserves zullen bepalen of een varkensbedrijf een moeilijke periode kan overbruggen of niet.” Professor Jacques Viaene van de vakgroep Landbouweconomie van de UGent beaamt dat de verschillen tussen de bedrijven immens zijn. Hij adviseert de landbouwadministratie om de voederwinst (brutowinst min voederkosten) wekelijks weer te geven in een vergelijkende tabel van goede, gemiddelde en minder goede bedrijven. ABS krijgt de raad om een varkensstudiekring op te richten waar varkenshouders hun bedrijfsresultaten vergelijken. “Alleen door de zwaktes van je bedrijf aan je buur te tonen, kun je leren van elkaar”, probeert de professor de achterdocht tussen boeren uit de wereld te helpen. Tot slot schat Viaene dat 50 procent van de vleesvarkens en 10 procent van de zeugen op contract geteeld worden zodat de varkenshouder het risico kan delen met een contractant. Wie risico’s wil afdekken, kan zijn toevlucht ook zoeken tot de termijnmarkt.

prijsvarkenskolom.bmp

De evolutie van de prijs in de varkenskolom toont van 2004 tot 2011 een gestage stijging van de consumentenprijs voor varkensvlees (+10%). Ingelbrecht ontwaart zelfs een stijging van 17 procent van de vleeswarenprijs. De producentenprijs toont daarentegen korte pieken in 2006 en 2008, maar vooral lange periodes van slechte prijsvorming. Bij de slachthuizen is die prijsvolatiliteit veel minder uitgesproken. “Hoe verder in de keten, hoe minder belangrijk de kostprijs van het vlees zelf is, wat zorgt voor een minder volatiel prijsverloop”, besluit Ingelbrechts. “In de praktijk is de landbouwer prijsnemer. Dat zorgt voor een neerwaartse druk op het inkomen bij stijgende kosten”, weet Joeri Deuninck.

Een mogelijke oplossing voor de crisis zit verscholen in aanbodbeheersing. De Vereniging voor Varkenshouderij (VEVA) lanceerde recent het voorstel om met een stopzettingspremie zeugen uit de markt te halen. Het Algemeen Boerensyndicaat gelooft dat dit succesvol kan zijn, maar alleen op voorwaarde dat het Europees aangepakt wordt. “De Vlaamse varkensproductie bedraagt slechts vier procent van de Europese productie. Bovendien zullen Nederland en Denemarken hun biggen op onze markt afzetten”, legt Luc Van Dommelen uit. Als tweede noodzakelijke voorwaarde noemt hij het uit de markt nemen van de bijhorende nutriëntenemissierechten en de stopzetting van ‘uitbreiding mits mestverwerking’. Derde heikel punt is de financiering van zo’n warme sanering. “Mengvoederfabrikanten, slachthuizen, vleesverwerkers en distributie moeten bijdragen aan de herstructurering. Het is immers ook in hun belang dat deze crisis opgelost geraakt en de varkenshouderij in Vlaanderen verankerd blijft”, aldus Van Dommelen.

Wat met aanbodbeheersing niet opgelost kan worden, is de machtspositie van de Duitse slachthuizen en verwerkers. Aan de houding van de grootdistributie in België proberen de landbouworganisaties wat te doen binnen het ketenoverleg. Hendrik Vandamme, voorzitter van ABS, vreest dat de gesprekspartners binnen het ketenoverleg wakker geschud moeten worden omdat “niet elke schakel in de voedselketen de problemen van de schakels voor hem ernstig neemt”. Ondervoorzitter Van Dommelen kijkt ook naar de overheid. “Een visie ontwikkelen voor 2020 is niet meer nodig als onze varkenshouderij vandaag al ten onder gaat”, lonkt Van Dommelen naar de Vlaamse overheid voor een duwtje in de rug. Die hoop koestert hij niet ten aanzien van de Europese Commissie die blijk geeft van een groot geloof in de werking van de vrije markt en geen graten ziet in een koude sanering van de varkenssector.

Of de Vlaamse varkenshouderij nog een toekomst heeft, is daarom voor een stuk afhankelijk van de houding van de andere spelers in de keten, de overheid en de consument. “Het Westen heeft geen respect meer voor voedsel”, citeert Van Dommelen Univeg-topman Hein Deprez. Gelukkig hebben varkenshouders hun toekomst deels zelf in handen door betere productieresultaten neer te zetten en daartoe vaker samen te werken. Die bereidheid lijkt er te zijn want 91 procent van de ondervraagden in de vertrouwensindex van Landbouwkrediet is overtuigd dat landbouwers meer moeten samenwerken.

Voorlopig blijft het nog te vaak bij woorden, terwijl Vlaamse boeren die de handen wel in mekaar slaan, daar hun profijt mee doen. Dat bleek alleszins uit de getuigenis van Diane Hendrickx van de machinering Noorderkempen. Gestart met 31 leden in 2006 is de machinering intussen 71 leden sterk. Niet alleen drukken zij de kosten door de gezamenlijke aankoop van machines, zij verkrijgen op dezelfde manier ook fikse kortingen voor zaaigoed, gewasbeschermingsmiddelen en andere productiemiddelen. “Samenwerken kan een uitweg uit de crisis betekenen”, gelooft Hendrik Vandamme, al merkt hij op dat coöperaties zo groot kunnen worden dat ze hun basisprincipes uit het oog verliezen en gaan functioneren als een privaat bedrijf.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via