Vlaanderen investeert in biotechfonds voor derde wereld

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De Vlaamse overheid stopt de komende vijf jaar telkens 250.000 euro in een fonds voor ontwikkelingslanden die een beroep willen doen op biotechnologie. In ruil hoopt Vlaanderen een graantje mee te pikken van eventuele industriële toepassingen die daaruit voortvloeien en op termijn bij te dragen aan het terugdringen van armoede en het verduurzamen van de landbouw in de derde wereld.


Het fonds werd boven de doopvont gehouden door Vlaams minister van Innovatie, Ingrid Lieten. Ook de Verenigde Naties (VN) zal jaarlijks 250.000 euro ter beschikking stellen aan het fonds. De Gentse universiteit staat in voor de technische ondersteuning aan de ontwikkelingslanden, de VN voor de middelen en het netwerk. Concreet gaat het er om gewassen te verbeteren via biotechnologie, zodat een industriële productie mogelijk wordt.

De trekker van het initiatief is de Gentse professor Marc Van Montagu, ook wel eens de Vlaamse vader van de biotechnologie in de landbouw genoemd. Van Montagu richtte al in 2000 het Institute of Plant Biotechnology for Developing Countries (IPBO) op. Hij is ervan overtuigd dat ontwikkelingslanden veel meer uit hun oogsten kunnen halen als ze hun gewassen verbeteren.

Het eerste project wordt een samenwerking met Brazilië. In dat land is Extracta gevestigd, een bedrijf dat vijfduizend exotische planten uit het Amazonewoud heeft gehaald en daaruit diverse mogelijk geneeskundige extracten heeft geïsoleerd. Uit een eerste snelle screening in Brazilië bleek dat sommige stoffen lijken te werken tegen kanker, andere hebben potentieel als antibioticum.

“Wij gaan nu lobbyen bij de Vlaamse industrie om voortgezet onderzoek te doen naar die kandidaat-medicijnen en ze op weg te zetten naar de markt, als ze daarvoor geschikt blijken. Het verbond tussen Vlaamse biotechnologische kennis en tropische grondstoffenrijkdom kan voor beide partijen winst opleveren”, zegt Willy De Greef, secretaris-generaal van de Europese biotechbelangenvereniging Europabio.

Volgens hem zullen er ook afspraken gemaakt worden over intellectuele eigendom. “Het is geen nieuwe vorm van kolonisatie”. De aandacht van het steunfonds zal vooral gaan naar de teeltverbetering van lokale, tropische landbouwvariëteiten en naar de veredeling van gewassen met industrieel potentieel, zoals bamboevariëteiten met stevigere vezels voor de meubelindustrie.

“Het is ook de bedoeling om genetische vingerafdrukken te nemen van zoveel mogelijk planten en dieren die in de tropische en subtropische gebieden voorkomen. Voor de biodiversiteit nog verder achteruit gaat, moeten we genen van planten en dieren oogsten, ten behoeve van de mensheid”, klinkt het.

 

bron De Tijd/De Standaard

06/04/2010