nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.03.2012 Vlaanderen kiest voor "gematigd" vleesconsumptiebeleid

De vleesconsumptie van Belgen moet in kaart worden gebracht, en fouten in studies over de ecologische voetafdruk moeten worden geweerd. Alleen op basis van feiten kan immers een doordacht beleid worden gevoerd. Verder moet iedereen er zich van bewust zijn dat de productie wereldwijd nog zal stijgen. Dat stelt minister Peeters naar aanleiding van een parlementaire vraag van Els Robeyns (sp.a).

Minister voor Landbouw Kris Peeters ziet twee belangrijke invalshoeken voor de discussie over het reduceren van vleesverbruik. Het eerste facet is de ecologische voetafdruk, het tweede facet zijn de gezondheidsredenen. “Wat gezondheid betreft, sluit de Vlaamse overheid zich aan bij de aanbevelingen van het Vlaamse voedingsvoorlichtingsmodel, de actieve voedingsdriehoek: een dagelijkse consumptie van 100 gram vlees, vis, eieren of vervangproducten maakt deel uit van een gezond eetpatroon. We willen duidelijk voor die 100 gram gaan, en willen dat ook zo communiceren.”

Daarbij wijst Peters naar de sensibiliseringscampagne ‘Lekker van bij ons’ die het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijonderzoek (VLAM) momenteel voert. Die campagne focust enerzijds op de plaats van vlees in een gezond en gevarieerd voedselpatroon, en anderzijds op het duurzame karakter van lokaal geproduceerd vlees.

“Met dergelijke campagnes proberen we een gematigd beleid te voeren, gericht op informatie, dat consumenten in staat stelt om zelf bewuste en evenwichtige keuzes te maken. Het is daarbij evenwel niet de bedoeling dat de overheid in de keuken gaat kijken of die aanbeveling van 100 gram wel wordt gerespecteerd”, nuanceert hij. “Bovendien is de boodschap dat de vleesconsumptie te hoog ligt en dat iedereen moet minderen, relatief. Wie al weinig vlees eet, moet met het oog op een goede gezondheid niet noodzakelijk nog minderen. Dat moet geval per geval bekeken worden.”

Daarbij wijst Peeters op de noodzaak om de huidige vleesconsumptie van Belgen in kaart te brengen. “De laatste voedselconsumptiepeiling onder de Belgische bevolking dateert immers van 2004. Daaruit bleek dat de gebruikelijke inname van vlees bij personen vanaf 15 jaar 121 gram per dag bedroeg. Bij vrouwen lag dat volume significant lager dan bij mannen, respectievelijk 91 gram per dag en 152 gram per dag. De 160 gram waarnaar vaak wordt verwezen, betrof toen de gemiddelde consumptie van vlees, vis, eieren en vervangproducten sámen.”

Of die cijfers vandaag nog opgaan, moet dus onderzocht worden. Volgens Peeters geven verschillende onderzoeken immers aan dat de vleesconsumptie daalt. “Volgens GfK Panel Services Belgium, het bureau dat voor het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing de markt scant, zijn de aankopen van vlees voor thuisverbruik de jongste jaren lichtjes gedaald. Ook het Centrum voor Landbouw-Economisch Onderzoek en het Nationaal Instituut voor Statistiek stellen dat het vleesverbruik in België al enige tijd een dalende trend vertoont. Daarmee moet rekening worden gehouden in het debat. De daling is misschien te gering en moet misschien sneller, maar op zich is het al een positieve evolutie.”

Wat de ecologische voetafdruk betreft, benadrukt Peeters dat er studies circuleren die niet altijd accuraat zijn uitgewerkt. “De Ecolife-studie bijvoorbeeld, die recent werd gepubliceerd, bevat een aantal pertinente fouten. We moeten voorzichtig zijn met dergelijke studies en moeten erover waken dat de fouten worden gedetecteerd en rechtgezet.”

Wat hij wel met zekerheid durft te stellen, is dat de ecologische voetafdruk van de Vlaamse vleesproductie de afgelopen jaren is gedaald. “Ik stel bijvoorbeeld vast dat het aantal dieren in Vlaanderen in afgenomen. Bovendien levert de sector grote inspanningen om de ecologische druk nog te verlagen. Onder meer via investeringssteun voor milieu-investeringen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) kunnen wij als overheid dit ondersteunen. We hebben daar al heel wat geld voor vrijgemaakt.”

Toch moet iedereen er zich volgens Peeters bewust van zijn dat de vleesproductie op wereldniveau nog sterk zal toenemen. “Uit internationaal onderzoek blijkt dat mensen met een inkomen van minder dan 1.000 dollar zich nauwelijks vlees kunnen permitteren. In de inkomenscategorie van 1.000 tot 5.000 dollar explodeert de consumptie van dierlijke producten echter, om bij een inkomen boven 5.000 dollar opnieuw te dalen. Aangezien een groot deel van de wereldbevolking door de stijgende welvaart in de inkomenscategorie 1.000 dollar tot 5.000 dollar terecht zal komen, verwacht de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) dus een toename van de vleesproductie met 44 procent tegen 2030.” Daarbij kan het Westen volgens Peeters niet zomaar voor de groeilanden bepalen dat de vleesproductie om ecologische redenen moet afnemen. “Op dat vlak spelen ook ethische aspecten mee”, klinkt het.

Volg VILT ook via