nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Sterktes en zwaktes op de weegschaal
21.06.2008  Vleesproductie in Vlaanderen

De veehouderij is sinds jaar en dag het hart van de Vlaamse landbouw. Vorig jaar tekende de dierlijke sector nog voor 57 procent van de totale landbouwproductie-waarde – of 40 procent zonder melk, eieren en andere dierlijke producten. Maar de veestapel krimpt al een aantal jaar gestaag voor zowel rund- als pluimvee. En de varkenshouders zien al meer dan een jaar zwarte sneeuw. Blijft het in de huidige omstandigheden nog zinvol om in Vlaanderen in vleesproductie te investeren? Een overzicht van de belangrijkste cijfers, tendensen en prognoses.

-227 euro per dikbil
Na de toegenomen energiekosten sneden de hoge voederprijzen de afgelopen maanden diep in het vel van onze veehouders. De studiedienst van de Boerenbond berekende dat het afmesten van een dikbilstier in 2007 liefst 268 euro meer kostte dan het jaar voordien, louter door de gestegen voeder- en stroprijzen. Als we ook de overige, minder veranderde factoren zoals de aan- en verkoopprijs van de dieren en de variabele kosten in rekening brengen, geeft dat een zwaar negatief saldo als resultaat: gemiddeld -227 euro per stier.

Ook de varkenshouderij verkeert door de hoge voederkosten in een ernstige economische crisis. Volgens andere cijfers van de Boerenbond-studiedienst verkopen zeugenhouders hun biggen al meer dan een jaar met een verlies dat gemiddeld zowat 11 euro per big bedraagt. De opfokbedrijven zouden sinds nieuwjaar ongeveer 8 euro per afgeleverd varken verliezen, en de gesloten bedrijven zouden sinds oktober 2007 tot 17 euro per dier mislopen.

Tragere varkenscyclus
In de loop der jaren heeft onze veehouderij uiteraard nog meer moeilijke tijden beleefd. Maar gelet op de duur van de crisis en op de andere oorzaken, duikt nu toch her en der de vraag op of de actuele crisissen geen structureel karakter hebben. Enerzijds is het wel zo dat de ‘varkenscyclus’ al een aantal jaar trager dan vroeger blijkt te verlopen. De periodes waarin de prijzen stabiel zijn en de productie groeit, duren langer. Maar ook de slechte periodes slepen langer aan. Anderzijds zijn er vandaag toch een paar fundamentele veranderingen op de internationale vleesmarkt, waar ook de Belgische prijzen worden bepaald.

Tendensen op de wereldmarkt
Volgens de analyses van Belgian Meat Office, het Exportbureau Vlees van VLAM, wordt de wereldwijde vleesmarkt momenteel door vier tendensen beheerst:

1. Veevoeder wordt schaarser. Door verschillende factoren – de gestegen vraag, slechte oogsten, de opkomst van biobrandstoffen – is het aanbod aan veevoeder lager dan de vraag. In alle landen worden veehouders daardoor momenteel op kosten gejaagd.
2. De sterke euro bezorgt Europa een zwakke exportpositie. Terwijl de euro vroeger de koers van de dollar volgde, is één euro vandaag meer dan anderhalve dollar waard. Daardoor wordt het voor Europa interessanter om vlees uit dollarlanden aan te kopen en wordt het voor niet-Europeanen nog duurder om vlees uit de EU in te voeren.
3. De markt ondervindt vandaag weinig druk meer van dierziektes. Blauwtong is wereldwijd nog ruim verspreid, maar belemmert de vleeshandel niet. Na de grote epidemieën of voedselfobieën lijkt de rust op de markt teruggekeerd, al kan niemand voorspellen hoelang dat zo zal blijven.
4. Zuid-Amerika en meer bepaald Brazilië blijft groeien als vleesmacht. Brazilië vergroot zijn dominantie in de wereldhandel en vertegenwoordigt al 30 procent van de rundvleeshandel, 15 procent van de varkensvleeshandel en 45 procent van de gevogeltehandel. De Zuid-Amerikanen worden intussen ook via overnames en investeringen in de Verenigde Staten en Europa actief.

België blijft buitenbeentje
Bij die tendensen is het niet onbelangrijk om in het achterhoofd te houden dat de Belgische vleessector op internationaal vlak een buitenbeentje blijft. Ons land is een kleine speler die bekend is om kwaliteitsvlees: vleesrijke rassen met veel mager vlees, zoals het witblauw rund en het Piétrain-varken. De Belgische export blijft aanzienlijk, vooral voor varkensvlees. Globaal genomen gaat het echter meer en meer om gespecialiseerde stromen binnen EU, die sterk variëren per subsector. De belangrijkste afnemende landen voor onze vleessector zijn Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Europese productie en consumptie in 2014
Gelet op die exportstromen is de toekomstprognose voor 2014 die de Europese Commissie eind vorig jaar heeft neergeschreven een belangrijk document. De onderzoekers brachten factoren als de consumptie, de wereldhandel, demografische ontwikkelingen, veranderende productiekosten, enz. in kaart. Op basis daarvan concluderen ze in ‘Prospects for agricultural markets and income in the European Union’ dat de Europese vleessector in 2014 eigenlijk niet zo veel zal verschillen van de huidige sector. Zowel op het vlak van productie als consumptie blijven de verwachte verschuivingen al bij al miniem.

Lees ook:
Vlaamse vleesproductie in cijfers
In de studie gaat men er wel van uit dat de Europese veehouders meer en meer voor eigen markten zullen gaan produceren. Concurrentienadelen als grondschaarste en de eisen op het vlak van dierenwelzijn, milieu en kwaliteitszorg dreigen dus hun sporen na te laten. De onderzoekers voorspellen dat de uitvoer voor alle diersoorten terugloopt: voor varkensvlees met 128.000 ton, voor rundvlees met 69.000 ton en voor gevogelte met 80.000 ton (zie kader voor meer details). Anderzijds gaat men ervan uit dat de Europese consumptie zou stijgen van 85,7 kilogram in 2007 naar 87,2 kilogram in 2014. Daarbij valt wel op te merken dat de groei in nieuwe lidstaten een minieme daling in de oude lidstaten compenseert.

Belg eet meer vlees
Op het vlak van de Belgische vleesconsumptie bracht 2007 goed nieuws. Volgens de GfK-cijfers van VLAM kocht de Belg vorig jaar gemiddeld 710 gram meer vlees dan in 2006. Ondanks de onheilsberichten van een paar jaar geleden dat het vleesgebruik drastisch zou teruglopen, kocht de Belg gemiddeld 32,3 kilogram vlees – exclusief gevogelte en wild – voor thuisgebruik. Ook hoopvol is dat de consumptie van puur varkensvlees voor het eerst sinds 2000 opnieuw is gestegen. Het verbruik van rundvlees bleef stabiel.

Uit de cijfers kunnen we een aantal interessante tendensen aflezen. Net als de voorgaande jaren zitten de vleesmengelingen in de lift, vooral bij jongeren. Daarnaast blijkt dat het vleesverbruik toeneemt met de leeftijd, en dat Walen en Brusselaars meer vlees eten. Ook goed om weten is dat de vermarkting voornamelijk verloopt via de hyper- en supermarkten (78%). De slager haalt maar een marktaandeel van 16 procent, de harddiscounts genre Aldi en Lidl halen inmiddels al 25 procent.

Onvoorwaardelijke en betrokken vleeseters
Om de Vlaamse consument zo goed mogelijk te blijven bedienen, is het goed om te weten wat die belangrijk vindt. In zijn onderzoek naar het profiel van de Vlaamse vleesconsument uit 2004 stelt professor Wim Verbeke van de UGent dat je de Vlaming in vier soorten consumenten kunt indelen:

1. De onvoorwaardelijke vleeseter (17%, voornamelijk mannen, die erg graag vlees eten en dat niet snel zullen opgeven).
2. De onverschillige vleeseter (16%, vooral jongeren, geen ‘echte’ vleeseters, bij wie de prijs doorslaggevend is voor hun aankoopgedrag).
3. De voorzichtige vleeseter (33%, voornamelijk families met kinderen, die kunnen genieten van vlees maar ook erg begaan zijn met hun gezondheid).
4. De betrokken vleeseter (33%, mensen die hun vleesgebruik aangepast hebben en die veel belang hechten aan voedselveiligheid en gezondheid. Zij eten minder maar beter vlees.)

Uit het onderzoek blijkt dat je met marketingcampagnes over smaak bij alle consumenten, en in het bijzonder bij de onvoorwaardelijke vleeseters, een gevoelige snaar kunt raken. Andere kwaliteitsaspecten van vlees, zoals gezondheid, veiligheid en duurzaamheid, zijn vooral voor groep 3 en 4 van doorslaggevend belang. Omdat de onvoorwaardelijke en de onverschillige vleeseters vrij moeilijk te beïnvloeden zijn, richten we ons volgens de Gentse professor het best op de voorzichtige en op de betrokken vleeseters. Zij maken samen 2/3 van de bevolking uit, dus bieden zij ook nog heel wat perspectief. Voorts blijkt dat de meeste consumenten vooral belang hechten aan dierenwelzijn als het lang stil geweest is op het vlak van voedselveiligheid.

WTO en ggo
Naast de consumptie zijn uiteraard nog andere factoren bepalend voor de toekomst van onze vleesproductie. Het Europese landbouwbeleid, meer bepaald de afbouw van de restituties, heeft een aanzienlijke rol gespeeld in de afname van de rundvleesexport door EU-lidstaten – die sinds 1995 met 80 procent is afgenomen. Van de verdere WTO-onderhandelingen wordt verwacht dat ze de rundveeprijs met 25 procent kan doen dalen. De prijs voor gevogelte kan met 33 procent afnemen en die voor varkensvlees met 20 procent.

Lees ook:
"De Belgische veehouderij blijft belangr...
Met het oog op de toekomst van de veehouderij gaan er dan ook meer en meer stemmen op om Europese eisen zoals kwaliteitszorg, dierenwelzijn, voedselveiligheid of traceerbaarheid te proberen opleggen voor ingevoerd vlees. Daarnaast klinkt de roep om ggo-teelten en om de invoer van ggo-maïs uit Noord-Amerika alsmaar luider. Zeker nu de stijgende prijzen voedsel opnieuw in de positie van een strategisch goed duwen, beloven het boeiende politieke debatten te worden.

Meer weten?
www.vlam.be
www.belgianmeat.com
http://ec.europa.eu
http://lv.vlaanderen.be

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

In samenwerking met: VLAM

Volg VILT ook via