Voorlichting en steun voor omschakelende kippenboeren

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Net zoals in andere lidstaten zijn veel kippenboeren in ons land nog niet klaar met de omschakeling naar een verrijkte kooi of alternatieve huisvesting. Om de deadline te halen, stimuleert de Vlaamse overheid de omschakeling via investeringssteun en voorlichting. Dat heeft landbouwminister Kris Peeters geantwoord op een vraag van parlementslid Herman Sanctorum (Groen!).


In een recent rapport van Vepek staat te lezen dat zestig procent van de legkippenbedrijven in België vorig jaar nog uitgerust was met kooihuisvesting. Er zijn ongeveer evenveel bedrijven met scharrelkippen (16 pct) als bedrijven met vrije uitloop (15 pct). De overige negen procent van de bedrijven staan in voor de biologische productie van eieren.

Indien het aandeel van de verschillende houderijsystemen op basis van het aantal gehuisveste legkippen bekeken wordt, blijft de volgorde van belangrijkheid dezelfde, maar de percentages veranderen nog drastischer in het voordeel van de kooihuisvesting. Omdat bedrijven met kooihuisvesting gemiddeld groter zijn dan bedrijven met alternatieve systemen en omdat in bedrijven met kooien minder oppervlakte per kip noodzakelijk is, blijkt dat nog altijd 84 procent van de legkippen zijn carrière slijt in een kooisysteem.

Sanctorum maakt zich zorgen omdat de sector reeds heeft laten uitschijnen dat niet alle bedrijven tijdig zullen kunnen omschakelen. Peeters stipt echter aan dat de problemen niet zo groot zijn als de cijfers van Vepek laten uitschijnen. “Een aantal kooibedrijven is reeds in orde met de wetgeving omdat er verrijkte kooien geïnstalleerd werden. Er zijn voorlopig echter geen cijfers bekend met betrekking tot het aantal dergelijke bedrijven”.

In samenwerking met de Hogeschool Gent en het Departement Landbouw en Visserij voert het ILVO momenteel wel een onderzoek uit naar bij alle leghennenhouders die tegen 2012 aan de Europese richtlijn moeten voldoen. “De resultaten van de enquête moeten een licht werpen op het aantal bedrijven dat reeds is omgeschakeld, op de plannen op korte termijn en op de redenen waarom de investering eventueel wordt uitgesteld”, aldus de minister-president.

Om pluimveehouders aan te zetten tot omschakeling, verleent de Vlaamse overheid investeringssteun en voorlichting. De omvang van de steun verschilt naargelang het huisvestingstype: 20 procent bij omschakeling naar volière- en grondhuisvesting en 10 procent bij omschakeling naar verrijkte kooien. In een recent interview met VILT drong kippenexpert Wouter Wytynck van Boerenbond nog aan op een verhoging van de middelen tot het maximale steunpercentage, maar daar heeft Peeters met geen woord over gerept.

Wel zorgt de landbouwadministratie voor een heel pak voorlichting. Onlangs werd een nieuwe brochure over de huisvesting van legkippen uitgegeven. Verder worden ook twee demoprojecten betoelaagd. “Op die manier willen we de pluimveesector op de goede weg zetten, met respect voor de Europese regelgeving. Die regels moeten we respecteren, maar we zijn niet strenger dan Europa”, besluit Peeters.

Twee maanden geleden stelde de commissie die het welzijn van legkippen evalueert dat een verbod op kooisystemen voor legkippen er ten vroegste kan komen in 2025. De commissie, die door de federale regering in het leven werd geroepen, heeft twee jaar lang de voor- en nadelen bestudeerd van systemen om legkippen te houden in verrijkte kooisystemen en niet-kooisystemen.

 

 

bron eigen verslaggeving

17/10/2009