nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Water, een factor om rekening mee te houden
17.09.2009  Waterbeheer

Het integraal waterbeleid en de waterbeheerplannen worden steeds concreter op het terrein. De overstromingsgebieden en oeverzones worden door de landbouw met argusogen gevolgd, maar er liggen in het waterbeleid ook heel wat kansen. In elk geval is water een factor om mee rekening te houden.

In januari 2009 keurde de Vlaamse Regering voor heel Vlaanderen de bekken- en deelbekkenbeheerplannen definitief goed, met uitzondering van de West-Vlaamse deelbekkenbeheerplannen waarover nog een openbaar onderzoek plaatsvindt. Die plannen bevatten een hele reeks acties rond waterbeheer die de komende jaren lokaal worden uitgevoerd en een impact kunnen hebben op het terrein. Meest in het oog springend voor de landbouwsector - omdat ze een ruimtelijke impact hebben op de land- en tuinbouw - is de afbakening van 13 extra overstromingsgebieden en 2 oeverzones langs waterlopen.

De beheerplannen bevatten echter ook allerlei zaken zoals erosiemaatregelen, projecten om waterlopen in hun natuurlijke staat te herstellen, maatregelen voor de scheepvaart maar ook een verscherpt vergunningenbeleid met betrekking tot het grondwater, of maatregelen rond waterkwaliteit enzovoort. Sommige maatregelen zijn nieuw, andere bestonden al langer.

Tijdig alternatieven zoeken
Elke landbouwer of tuinder zal de komende tijd nog meer dan nu al het geval is met de waterproblematiek in al zijn facetten geconfronteerd worden. Door het waterbeleid, maar ook door de problemen die opduiken, zoals overstromingen, verzilting of watertekorten.

Joke Charles (afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, Departement Landbouw en Visserij): "Landbouwers hebben er alle belang bij om voorbereid te zijn. Zo ondervinden landbouwers in West- en Oost-Vlaanderen al enige tijd de gevolgen van de daling van het grondwater. De grondwaterlichamen Sokkel en Landeniaan zijn er in een heel slechte toestand. Om daar iets aan te doen is in de stroomgebiedbeheerplannen onder meer opgenomen dat de vergunningen vanaf nu worden gebaseerd op de draagkracht van het systeem. Men zal dus minder water mogen oppompen. Maar in de praktijk is er soms gewoon al geen water meer, en bovendien daalt de kwaliteit ervan. Alternatieven zijn dus meer dan nodig, en dat zal de komende jaren voor meer en meer aspecten van het watergebruik gelden. De sector heeft zelf alle belang bij een rationeel en duurzaam watergebruik".

Impact op land- en tuinbouw
De Vlaamse landbouwadministratie waakt er mee over dat die zoektocht naar alternatieven en naar een duurzaam waterbeheer op een voor de landbouw redelijke en haalbare manier gebeurt. Joke Charles en Karen Demeulemeester van de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling doen dat op Vlaams niveau, hun collega's van de afdeling Landbouw- en Visserijbeleid volgen de Europese ontwikkelingen op.

Karen Demeulemeester: "Wij bekijken in verschillende werkgroepen en commissies alle voorstellen door een landbouwbril: zijn er zaken die in tegenspraak zijn met het landbouwbeleid, zijn er gevolgen voor de landbouwers, is de landbouwsector wel de juiste sector om een bepaald probleem op te lossen of bieden maatregelen in de andere sectoren een efficiëntere oplossing, zijn er bepaalde kansen, zijn er knelpunten en welke oplossingen kunnen we voorstellen. Het is onze rol de partners te doen inzien dat sommige dingen een enorme impact hebben op de land- en tuinbouw. Zo pleiten we er bijvoorbeeld voor om de looptijd van vergunningen niet fel in te korten, aangezien landbouwers meer dan ooit rechtszekerheid nodig hebben. We streven mee naar een duurzaam waterbeheer en duurzaam watergebruik in de Vlaamse land- en tuinbouw, maar het moet realistisch en haalbaar zijn. En daarbij geven we de voorkeur aan stimuleren en sensibiliseren in plaats van dingen op te leggen".

Een nieuw instrument dat onder impuls van de Vlaamse landbouwadministratie ingang vond, is het landbouweffectenrapport of LER, naar analogie met het milieueffectrapport (MER). Karen Demeulemeester: "Als er plannen zijn met een ruimtelijke impact op landbouwgrond, dan voeren wij eerst een landbouwgevoeligheidsanalyse uit. Dat gebeurt aan de hand van de beschikbare administratieve gegevens".

Een tweede stap is een LER. Dat is nog geen verplichting, maar het is wel de bedoeling dat dit in de toekomst, zeker bij grote projecten, verplicht wordt. Een LER gaat tot in detail na wat de gevolgen van een bepaald scenario zouden zijn voor de betrokken landbouwbedrijven. Daarbij worden ook de landbouwers bevraagd. Meestal is het de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die het LER opmaakt. De waarde van de grond en het belang ervan voor het bedrijf worden in kaart gebracht, aan de hand van bodemkwaliteit, juridische status, afstand tot de bedrijfszetel enzovoort. Op die manier kunnen plannen worden verfijnd of aangepast, of kan een flankerend maatregelenpakket (eventueel met financiële vergoedingen of grondenruil) worden samengesteld op maat van en in samenspraak met de betrokken landbouwer.

Vergoedingen
Als er landbouwgrond wordt ingenomen, dan gaat de overheid momenteel over tot onteigening of roept zij haar recht van voorkoop in. In het decreet Integraal Waterbeleid werden echter ook de aankoopplicht en vergoedingsplicht opgenomen. Joke Charles: "In juli is het uitvoeringsbesluit daarover verschenen. Het bepaalt dat landbouwers die gronden hebben in overstromingsgebieden en oeverzones, de initiatiefnemer onder bepaalde voorwaarden kunnen verplichten tot aankoop van de gronden. Ook gebruikers van percelen gelegen in overstromingsgebieden kunnen financieel gecompenseerd worden. Hiervoor hebben we binnen de ciw (zie kader Achtergrond) een billijke vergoedingsmethodiek uitgewerkt, afgestemd op de verschillende teelten en bedrijfstypes".

Inspraak en informatie
Hoe kun je nu als landbouwer weten wat je te wachten staat in het kader van het integraal waterbeleid? Kor Van Hoof (Vlaamse Milieumaatschappij): "De plannen komen natuurlijk niet uit de lucht gevallen. Er zijn openbare onderzoeken geweest waarbij iedereen de voorstellen kon raadplegen en opmerkingen formuleren. Er is ook ruim overlegd met alle sectoren, en dus ook met vertegenwoordigers uit de landbouwsector. Voorts zijn concrete projecten op het terrein, en zeker inrichtingsmaatregelen, gebonden aan een hele procedure. Er moeten vergunningen worden gevraagd en openbare onderzoeken worden gedaan. Zoiets gaat zeker niet ongemerkt voorbij. En je kunt acties terugvinden op de online kaarten van het geoloket (zie Info hieronder)".

Kansen en goede praktijken
Intussen werkt de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling aan een code goede landbouwpraktijken water en zetten verschillende organisaties en praktijkcentra projecten rond water op. Er zijn onder meer demonstratieprojecten, er is de VLIF-steun en er is het Waterloket Vlaanderen waar iedereen terechtkan. "Elke landbouwer moet nadenken over duurzaam en zuinig omgaan met water", zegt Karen Demeulemeester, "en wij willen de mogelijkheden aanreiken om dat te doen. Integraal waterbeleid biedt immers ook veel kansen voor landbouwers. Sommige bedrijven hebben nu al grote inspanningen geleverd, denk maar aan de gesloten watercirculatiesystemen in de glastuinbouw. Rationeel omspringen met water is immers ook economisch voordelig, en bovendien zijn er nog nieuwe inkomsten denkbaar. Nu al zijn er boeren die oeverzones beheren of hun vee een dijk laten begrazen. In zogenaamde blauwe diensten (zie kader Blauwe diensten) liggen zeker opportuniteiten voor ondernemers".

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

Volg VILT ook via