nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Boer zkt. alternatief voor grondwater
26.03.2012  Waterverbruik van de Vlaamse landbouw

Naar aanleiding van Wereldwaterdag werd op 22 maart aandacht gevraagd voor de mondiale waterproblematiek. Wereldwijd is 70 procent van het zoetwaterverbruik bestemd voor landbouw. In Vlaanderen vergt land- en tuinbouw minder dan 10 procent van het totale waterverbruik. De Vlaamse landbouwadministratie berekende dat de sector bijna 54 miljoen m³ water nodig had in 2009. Door een hogere inschatting van het grondwaterverbruik gaat de Vlaamse Milieumaatschappij uit van bijna 68 miljoen m³ water. Net dat grote aandeel grondwater (60 tot 80%) is problematisch gelet op het alarmerend laag peil van bepaalde grondwaterlagen. De heffing op grondwater verhoogt stelselmatig en grondwaterputten raken moeilijker vergund. Tijd om op zoek te gaan naar alternatieve waterbronnen.

Hoeveel water gebruikt de Vlaamse landbouw?

Het waterverbruik van de land- en tuinbouw is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Des te warmer en droger lente en zomer zijn, des te meer water nodig is voor de gewassen en voor het vee. De afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij berekende dat het geregistreerd waterverbruik tussen 2005 en 2009 schommelde tussen 47 en 54 miljoen m³ (zie AMS-rapport ‘Gebruik van energie, gewasbescherming, water en kunstmest in de Vlaamse landbouw’ ). De Vlaamse Milieumaatschappij schat het watergebruik met 68 miljoen m³ een stuk hoger in (zie Milieurapport Vlaanderen). VMM gaat namelijk uit van een grondwaterverbruik van 55 miljoen m³ (80% van het totale verbruik) omdat niet alle watergebruik in het verleden werd geregistreerd.

Ook uit de AMS-studie blijkt dat de Vlaamse land- en tuinbouwers het overgrote deel (59%) van het water zelf uit de grond oppompen, meestal uit diepere grondwaterlagen (42%). Opgevangen hemelwater vult bijna een derde van het verbruik in. Hierbij wordt uitgegaan van de veronderstelling dat alle opgevangen regenwater op daken van landbouwbedrijfsgebouwen wordt verbruikt. Het aandeel leidingwater zakte in 2009 naar acht procent. Oppervlaktewater kan enkel benut worden als een waterloop nabij is en geen hoge eisen worden gesteld aan de waterkwaliteit. Met twee miljoen m³ (4%) blijft het aandeel oppervlaktewater daarom beperkt.

Lees ook:
Praktijkgids Water
AMS baseert zich voor zijn berekeningen op het waterverbruik van een 750-tal Vlaamse land- en tuinbouwers die deelnemen aan het landbouwmonitoringsnetwerk van de landbouwadministratie. De extrapolatie naar de ganse land- en tuinbouwsector leert dat glastuinbouw in 2009 de grootste waterverbruiker was. De teelt van groenten en fruit onder glas vereist namelijk elk jaar 11 miljoen m³ oftewel 4.359 m³ per hectare. Ook sierteelt (zowel onder glas als in openlucht) neemt met 2.209 m³ per hectare ongeveer een vijfde van het totale waterverbruik voor zijn rekening.

Aan teelten in openlucht wordt in Vlaanderen weinig extra water toegediend via beregening. Hemelwater dat rechtstreeks op de gewassen valt, wordt niet in rekening gebracht. Akkerbouw en fruitteelt hebben vooral water nodig voor het verspuiten van gewasbeschermingsmiddelen en in het geval van fruitbomen ook voor bescherming tegen nachtvorst via beregening van de bloesems. Een gespecialiseerd akkerbouwbedrijf gebruikt gemiddeld slechts 8,7 m³ water per hectare, een fruitteler heeft bijna 30 m³ per hectare nodig.

Lees ook:
Irrigatiesturing want elke druppel telt
Bij groenten in openlucht is er naast gewasbescherming ook water nodig voor irrigatie, het wassen van de groenten na de oogst en het reinigen van de machines. Naargelang de groente is het verbruik sterk verschillend. Gemiddeld vergen groenten 131 m³ water per hectare. De helft van dat water wordt uit diepere grondlagen opgepompt, wat in bepaalde groentestreken voor problemen zorgt.

In de veehouderij hebben melk- en vleesvee en varkens samen iets meer dan een derde van het waterverbruik van de landbouw nodig. Drinkwater voor het vee en een grote waterbehoefte voor het spoelen van melkinstallatie en koeltank brengen het aandeel van de melkveehouderij op 14 procent in 2009. De vleesveehouderij heeft maar zes procent van het door landbouw geclaimde water nodig.

Varkensbedrijven hebben op hun beurt 14 procent van het water nodig voor drinkwater, reiniging van de stal en voor de luchtwasser die geur, ammoniakemissie en fijn stof terugdringt. Het waterverbruik van de pluimveehouderij, die in 2009 nog 289 gespecialiseerde bedrijven telde in Vlaanderen, werd door AMS niet afzonderlijk berekend. In 2005 werd het waterverbruik op pluimveebedrijven geraamd op 2,05 miljoen m³ (zie achtergronddocument MIRA 2007). Dat was toen drie procent van het totale waterverbruik in de landbouw.

Beter 10 liter water uit de lucht dan 1 liter uit de grond!

Ondanks zijn hoge waterverbruik is de glastuinbouw de beste leerling op milieuvlak omdat de sector veel hemelwater - gemiddeld 61 procent van het sectorverbruik tussen 2005 en 2009 - opvangt via de serres en het stockeert in bassins. “Door druppelbevloeiing en recirculatie van drainwater bij substraatteelt kan nog veel water bespaard worden bij de teelt van groenten en fruit onder glas”, zien de onderzoekers van AMS nog ruimte voor verbetering. Sierteelt, die andere grote waterverbruiker, doet bijna even goed als de teelt van groenten en fruit onder glas door 54 procent van het volume in te vullen met opgevangen regenwater.

Lees ook:
Wat is het nut van een wateraudit?
Akkerbouwers gebruiken vooral diep grondwater (35%), hemelwater (27%) en leidingwater (20%). Geen enkele andere sector benut procentueel gezien meer oppervlaktewater dan de akkerbouw (9%), die dat vooral aanwendt voor het verspuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Voor groenten in openlucht wordt voornamelijk grondwater uit diepere lagen (50%) opgepompt. Niet op alle plaatsen kan de sector oppervlaktewater benutten voor beregening door het risico op verontreiniging van de groente. Met hemelwater (21%) kan er steeds beregend worden.

Op gespecialiseerde melkveebedrijven wordt per grootvee-eenheid (rundveestapel omgerekend naar dieren ouder dan twee jaar, nvdr.) gemiddeld 23,5 m³ water gebruikt. De vereiste waterkwaliteit voor de reiniging van koeltank en melkinstallatie maakt dat er veel leidingwater (21%) nodig is. Het ontbreken van die installaties op vleesveebedrijven en het lager drinkwaterverbruik van vleesvee maakt dat het gemiddeld waterverbruik met 12,8 m³ gevoelig lager ligt. De varkenshouderij gebruikt 2,1 m³ water per omgerekend varken. Opvallend is het hoog aandeel grondwater (88%) en het laag aandeel hemelwater (8%).

Vergt één kg rundvlees werkelijk bijna 20.000 liter water?

Op de website Watervoetafdruk.be, een initiatief van Ecolife, WWF en Velt, worden Belgen bewust gemaakt van hun hoge waterverbruik (7.400 liter per dag) dat deels verborgen zit in voeding. Zo zou voor 200 gram rundvlees 3.960 liter water nodig zijn vooraleer het op het bord van de consument ligt. Voor dezelfde hoeveelheid gevogelte volstaat 624 liter water, terwijl voor 200 gram aardappelen, een snede brood of een appel maar een 40-tal liter water vereist is.

Terwijl de Vlaamse Milieumaatschappij en de landbouwadministratie alleen het water rapporteren dat door de landbouwer voor de primaire productie van planten en dieren wordt aangewend, meet de watervoetafdruk het watergebruik van een voedingsmiddel gedurende de hele productieketen van boer tot bord. Hemelwater dat rechtstreeks op de gewassen valt, zit daar ook in vervat. De eerste rekenmethode resulteert in het direct of reëel waterverbruik, terwijl de watervoetafdruk een idee geeft van het indirect of virtueel waterverbruik. Toch vind je ook in de cijfers van AMS een deeltje virtueel waterverbruik terug want irrigatiewater verdampt natuurlijk net zo goed als regenwater.

Door de verdamping van water bij de groei van gewassen op te nemen in de watervoetafdruk van voedingsproducten, loopt het verschil tussen reëel en virtueel waterverbruik hoog op. Vraag is of de neerslag op (voeder)gewassen daadwerkelijk verrekend moet worden in de watervoetafdruk van plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen. “Jawel”, zeggen Ecolife, WWF en Velt, “want het is noodzakelijk om mensen wakker te schudden en te vermijden dat we massaal kiezen voor producten met een hoge watervoetafdruk.” Dan bestaat immers het risico dat de productie uitbreidt naar plaatsen waar minder regenwater beschikbaar is. Anders gezegd: als elke persoon op aarde meer vlees gaat eten, dan gaat de veehouderij voedergewassen meer en meer moeten irrigeren omdat de plaatsen met voldoende regenwater schaarser worden.

Op het ogenblik dat melk- of vleesvee het landbouwbedrijf verlaat, is per kg geslacht gewicht bij benadering 30 liter (vleesvee) tot 80 liter (melkvee) water verbruikt vooral in de vorm van drink- en reinigingswater. Wanneer Ecolife en co schrijven dat 19.800 liter water nodig is voor één kg rundvlees, dan houden zij daarenboven rekening met: water dat verdampt wordt door weiden en voedergewassen; water dat verontreinigd wordt met (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen; water dat geïmporteerd wordt in de vorm van veevoeder (soja); water dat gebruikt wordt door de andere actoren van de vleesketen (slachthuizen, vleesverwerkers, transport en distributie) en tot slot ook het water dat de consument in de keuken gebruikt.

Grondwatervoorraden in Vlaanderen zijn erg kwetsbaar!

Grondwater uit diepere lagen is meestal van goede kwaliteit en kan dus op een landbouwbedrijf voor allerlei doeleinden worden aangewend. In bepaalde streken in Vlaanderen moeten boeren echter op zoek naar een alternatieven. Jarenlang te intensief gebruik van diep grondwater heeft het grondwaterpeil doen dalen. Op verschillende plaatsen zijn er ook problemen met verzilting of worden lokale verhogingen van fluoride-, ijzer- en sulfaatconcentraties vastgesteld.

De Vlaamse overheid is zich bewust van de eindigheid van de grondwatervoorraden en laat de Vlaamse Milieumaatschappij de toestand opvolgen. Uit de metingen van VMM blijkt dat de uitdroging van diepe grondwaterlagen een acuut probleem is. De reserves van bepaalde lagen, met name het sokkel- en landeniaanwater in Oost- en West-Vlaanderen, dreigen uitgeput te raken. Vooral de landbouw en de textiel- en voedingsindustrie hebben jaren grondwater opgepompt uit de Sokkel.

Lees ook:
Kenniscentra Water
Zuiver water wordt schaars, zoveel is duidelijk. Om de draagkracht van het watersysteem niet te overschrijden, verwacht de overheid ook van de land- en tuinbouwers grote inspanningen. In het zuiden van Oost- en West-Vlaanderen ervaren boeren vandaag al dat VMM streng is bij het uitreiken van een vergunning voor een diepe grondwaterwinning. De landbouwers worden aangezet tot waterbesparende maatregelen, het reserveren van grondwater voor hoogwaardige toepassingen of ze moeten op zoek gaan naar alternatieven via het opwaarderen van hemel- en oppervlaktewater.

Sinds 2010 zijn in gans Vlaanderen debietmeters verplicht voor zowat elke grondwaterwinning. VMM geeft hier meer uitleg over op hun website die de verschillende heffingen uiteenzet. Stapsgewijs wordt de grondwaterheffing verhoogd zodat tegen 2017 de prijs van grondwater uit de meest bedreigde lagen even hoog zal liggen als de kostprijs van gezuiverd oppervlakte-, hemel- of afvalwater. Het is erg belangrijk dat het grondwaterpeil niet verder daalt en dat zorgzaam wordt omgesprongen met het beschikbare water. De waterbeschikbaarheid in Vlaanderen, uitgedrukt in kubieke meter per persoon, is laag terwijl de vraag van bevolking, industrie en landbouw groot is. Bovendien wordt verwacht dat de klimaatverandering de kansen op ernstig watertekort zal doen stijgen. Duurzaam watergebruik is dus geen modewoord.

Vooral in de strijd tegen de verdroging en kwaliteitsachteruitgang van grondwaterlagen rekent de overheid op inspanningen van de boeren en tuinders maar ondersteunt zij die ook. Zo voorziet het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds onder meer in financiële steun voor de opvang en het hergebruik van regen- en irrigatiewater. Naast voorlichtingsactiviteiten door zowel lokale als hogere overheden zijn er ook gratis brochures die land- en tuinbouwers op weg helpen naar een duurzaam watergebruik. Het Interreg-project ‘Interactief waterbeheer’ resulteerde in een brochure voor melkveebedrijven. De Praktijkgids Water van het beleidsdomein Landbouw en Visserij bevat voor alle deelsectoren tips om spaarzaam om te gaan met water.

Meer weten? Praktijkgids Water & Infodag ‘Watermarkt’ op vrijdag 30 maart

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via