nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Controverse over biobrandstof bloedt vanzelf dood"
01.05.2008  Wim Soetaert - UGent

In de Gentse haven werd onlangs de biodieselfabriek van Bioro geopend en volgende maand start Alco Bio Fuel er met de productie van bio-ethanol. Volgend jaar verrijst er ook nog eens een proefinstallatie die de tweede generatie biobrandstoffen een stap dichterbij moet brengen. Maar willen we al die biobrandstof nog wel? Geestesvader Wim Soetaert van de Ghent Bio-Energy Valley antwoordt.

Jean Ziegler, de voormalige Rapporteur voor het Recht op Voedsel van de Verenigde Naties, herhaalt om de haverklap dat de productie van biobrandstoffen een misdaad tegen de menselijkheid is. Raakt die kritiek u persoonlijk?
Wim Soetaert: Leuk is anders. De man misbruikt zijn positie om uitspraken te lanceren die op z’n zachtst gezegd erg kort door de bocht gaan. Ik kan best leven met opbouwende kritiek op biobrandstoffen, maar een misdaad tegen de menselijkheid zijn ze in geen geval. Ziegler is een socioloog die zich geregeld op straffe uitspraken laat betrappen. Zo hemelde hij in november vorig jaar Cuba nog op als "een lichtend voorbeeld voor alle landen van de wereld".

Hebben de uitlatingen van Louis Michel en Yves Leterme over biobrandstof u verrast?
Eigenlijk niet. Politici drijven met hun standpunten graag mee op de golven van de publieke opinie. Van Michel verbaast me zo een uitspraak niet, omdat hij simpelweg niets kent van biobrandstoffen. Als voormalig minister van Landbouw zou Leterme beter moeten weten.

Plots beginnen velen hardop te twijfelen of biobrandstoffen wel zo milieuvriendelijk zijn. Is de kritiek terecht?
Je zal nooit uit mijn mond horen dat biobrandstoffen een perfecte oplossing zijn. Bij sommige toepassingen kunnen vraagtekens geplaatst worden, en als het gaat om palmolie waarvoor Indonesische regenwouden gekapt worden schaar ik me volmondig achter de kritische commentaren. De partners in de Ghent Bio-Energy Valley staan niet achter bio-energie indien er geen ecologisch rendement uit te puren valt. We hebben er dan ook grote moeite mee dat alle biobrandstoffen door de buitenwereld over dezelfde kam geschoren worden. In Europa worden voor de productie van bio-energie geen bossen gekapt, maar wel braakgronden geactiveerd. Zoiets lees je echter niet in de pers.

Wat kunnen biobrandstoffen bijdragen in de strijd tegen de klimaatverandering?
Bio-ethanol op basis van tarwe of maïs is goed voor een CO2-besparing van 30 à 40 procent. Je kan dat te weinig vinden, maar het is toch al dat. En biodiesel van de eerste generatie bespaart 70 tot 80 procent. Eenmaal de volgende generatie biobrandstof ontwikkeld is, zullen de percentages schommelen tussen 90 en 95 procent. Naast een milieuvriendelijkere brandstof moeten we ook iets doen aan de efficiëntie van ons transport. Zolang men bijvoorbeeld in de VS blijft rijden met energieverslindende auto’s zijn we niet goed bezig, of ze nu rijden op biobrandstof of niet. Maar de nood aan sensibilisatie rond energieverbruik betekent niet dat de productie van biobrandstof moet stopgezet worden. En het is ook irrealistisch om een tijdelijk moratorium te overwegen tot de tweede generatie biobrandstoffen marktrijp is: men mag niet verwachten dat we meteen gaan lopen zonder te leren wandelen. De transitie van de eerste naar de tweede generatie zal geleidelijk gebeuren.

De kritiek van de jongste weken heeft vooral te maken met de prijsstijgingen voor voedsel. De EU-Commissie heeft becijferd dat in Europa 15 procent van het landbouwareaal zal moeten gereserveerd worden voor de productie van biobrandstoffen indien de doelstellingen tegen 2020 gehandhaafd blijven. Vindt u dat niet schrikwekkend veel?
Op mondiale schaal wordt vandaag ongeveer één procent van het landbouwareaal ingezet voor de productie van biobrandstof. Dat kleine aandeel kan niet verantwoordelijk zijn voor de forse prijsstijgingen. Een veel belangrijker factor is de toenemende welvaart en de hiermee gepaard gaande wijziging van het voedselpatroon in Azië. Hun stijgende vleesverbruik heeft een enorm multiplicator effect op de mondiale vraag naar granen. Ook koper, staal en petroleum zijn overigens flink duurder geworden, om precies dezelfde reden. Dat zijn de onvermijdelijke effecten van een groeiende wereldeconomie. En wie kan er nu tegen meer welvaart zijn?

De komende jaren zal het areaal voor energieteelten nog fors groeien. Het Wereldvoedselprogramma vreest voor een ‘stille tsunami’ die honderden miljoenen met de honger bedreigt.
Ik heb veel vertrouwen in het marktmechanisme. Door de hoge prijzen gaan de boeren meer graan inzaaien waardoor de markt zichzelf corrigeert. De voorbije jaren moesten de boeren het wereldwijd stellen met uiterst lage prijzen, waardoor niet langer geïnvesteerd werd in een uitbreiding van de landbouwproductie. Integendeel, het Europees beleid was als gevolg van een structureel overaanbod volledig afgestemd op een inperking van de productiecapaciteit. Probeer dan maar eens de beroepsfierheid onder de boeren hoog te houden. Vandaag slaat de balans naar het andere extreem door. En veranderingsprocessen zijn nu eenmaal moeilijk, maar ik geloof dat de wereld binnenkort weer op zijn pootjes landt en dat we in de toekomst een gezond spanningsveld tussen vraag en aanbod zullen krijgen. Er is geen reden om de Europese doelstellingen voor biobrandstof te herzien, want het is perfect haalbaar om tegen 2020 tien procent biobrandstof in te mengen. De belangrijkste variabele is de komst van de tweede generatie biobrandstof. De wetenschap heeft er nog een hele kluif aan, maar neem gerust aan dat de eerste fabrieken er binnen vijf à tien jaar staan.

Ligt u ’s nachts in bed wel eens te woelen van voedselrellen in Haïti, Mozambique of Egypte?
Die voedselrellen worden sterk uitvergroot door de media. De hoge petroleumprijzen zorgen al veel langer voor ellende in ontwikkelingslanden, maar daar zijn de media en politici blijkbaar niet in geïnteresseerd. In essentie zijn die spanningen een gevolg van een veranderende machtsverhouding tussen stad en platteland. In veel ontwikkelingslanden ging van oudsher alle aandacht naar de stedelijke bevolking. De plaatselijke politici opteerden voor de invoer van zo goedkoop mogelijk voedsel, zodat de stedelijke bevolking niet aan het morren ging. Dat het platteland hierdoor crepeerde, speelde blijkbaar geen rol. Vandaag zijn de kansen gekeerd. Veruit de meeste armen in de derde wereld leven op het platteland, en die gaan er vandaag op vooruit. In de steden wordt onder meer het voedsel duurder, en de rellen die er het gevolg van zijn, komen natuurlijk uitgebreid in de media.

De Europese Commissie koppelt een aantal duurzaamheidscriteria aan haar doelstellingen voor biobrandstof. Kan u daarmee leven?
De Commissie heeft er honderd pagina’s over vol geschreven. Voorlopig gaat het nog om proefballonnetjes, maar ik ga ervan uit dat de grote lijnen vastliggen. Belangrijk is dat de CO2-reductie van biobrandstoffen minimaal 35 procent moet bedragen. Dat lijkt me een goed uitgangspunt. Daarnaast mag biobrandstof enkel geproduceerd worden uit biomassa die op duurzame wijze wordt beheerd, waarbij de productie ook niet ten koste mag gaan van eco-systemen met hoge biodiversiteitswaarde. Hopelijk kunnen die criteria de vernietiging van regenwouden tegengaan, niet alleen om de biodiversiteit te vrijwaren, maar ook om die groene longen hun rol in de strijd tegen de opwarming van de aarde te laten spelen. Voldoende en gezonde wouden zijn onze beste buffer tegen klimaatverandering. Zonder afdoende bescherming belanden we ondanks alle klimaatinspanningen van de regen in de drop.

Misschien hadden de criteria nog wat strenger mogen zijn?
We hebben binnen de Ghent Bio-Energy Valley uitvoerig gediscussieerd over die duurzaamheidscriteria en we staan er in grote lijnen achter. Alleen begrijpen we niet goed waarom die criteria enkel zouden gelden voor de aanmaak van biobrandstof, maar niet voor de voedselproductie. Amper vijf procent van de wereldwijd geoogste palmolie wordt vandaag ingezet voor de productie van biodiesel, veruit het grootste deel vloeit naar de voedingssector. Welke sector draagt dan de grootste verantwoordelijkheid voor de palmolieplantages die regenwouden wegvreten? In de praktijk is het bovendien onmogelijk om de productstromen voor biobrandstof en voeding te scheiden. En een biodieselfabriek die koolzaad verwerkt, is eigenlijk een veevoederfabriek: de output bestaat voor veertig procent uit biodiesel en zestig procent uit dierenvoeder. Als we het echt menen met die duurzaamheidscriteria moet iedereen mee in het bad.

De veehouderijsector werkt al hard aan criteria voor de invoer van duurzame soja.
De voedingsindustrie schiet inderdaad wakker, en dat is positief. Maar een bedrijf als Unilever laat geen gelegenheid onbenut om in de media de stijgende voedselprijzen af te wentelen op de rug van de biobrandstoffen. Maar uitgerekend die multinational heeft erg veel boter – of eerder margarine – op zijn hoofd. Als één van de grootste opkopers van Indonesische palmolie voor de productie van margarine heb ik Unilever in het verleden nog nooit over duurzaamheid horen praten. Maar sinds de biobrandstoffen in competitie treden met hun grondstof moeten die plots wél duurzaam zijn. Maar hoe harder ze roepen, hoe sneller ze het dossier als een boemerang in het eigen gezicht terugkrijgen.

Hoe groot acht u de kans dat de Europese Commissie de doelstellingen voor biobrandstof uiteindelijk handhaaft?
Ik ben optimistisch. Het debat werd enkele maanden geleden reeds gevoerd binnen de Europese Commissie maar de doelstelling om het aandeel biobrandstof tegen 2020 op te drijven naar tien procent bleef overeind, alleen over de modaliteiten van de duurzaamheidscriteria moet nog worden gepraat. De Europa Commissie heeft trouwens geen keuze: als de doelstellingen zouden afgezwakt worden, zakt de sector als een pudding in elkaar, waardoor Europa een onherstelbare achterstand zouden oplopen.

Alco Bio Fuel zou vanaf dit voorjaar bio-ethanol beginnen produceren in de Gentse haven. Hoe staat het ermee?
Ze hebben wat vertraging opgelopen, hetgeen niet abnormaal is voor zo’n groot project. De opstart is voorzien voor juni. Dan zal de bouwfase in de Gentse haven afgerond zijn, aangezien Bioro en Oleon op dit ogenblik al biodiesel produceren. Nu komt het er op aan om de productiefase goed te structureren. Het belangrijkste knelpunt is dat ons land één van de weinige EU-lidstaten is zonder bijmengplicht voor biobrandstoffen. We moeten met lede ogen vaststellen dat de Belgische petroleumfederatie overduidelijk geen zin heeft om haar eigen product concurrentie aan te doen. Zonder verplichte bijmenging zal ons land de Europese doelstellingen zal missen. De federale regering weet dus wat haar te doen staat indien ze torenhoge boetes wil vermijden.

Hoe erg is de huidige situatie voor de producenten?
Vandaag hebben ze een haast onbestaande thuismarkt, en dus is het gros van de productie bestemd voor exportmarkten. Dat is toch een heel eigenaardige situatie, als je weet dat de politici nog niet zolang geleden investeerders hebben warm gemaakt om fabrieken te bouwen. Het is echt vijf na twaalf. Op het vlak van hernieuwbare energie scoren overigens slechts twee Europese lidstaten nog slechter dan België. Het is godgeklaagd dat de politici niet meer aandacht hebben voor zo’n veelbelovende groeimarkt.

Zowat iedereen is het erover eens dat er moet geïnvesteerd worden in het onderzoek naar biobrandstoffen van de tweede generatie. Beschikt u zelf over voldoende fondsen om die aan het gewenste ritme te ontwikkelen?
Er wordt inderdaad veel gepraat over de tweede generatie, maar op het vlak van onderzoeksfinanciering is het toch allemaal niet zo schitterend. De grootste uitdaging bestaat er op dit ogenblik in om laboratoriumprocessen op te schalen naar industriële toepassingen. Om de lacune in de innovatieketen te overbruggen, hebben we een pilootinstallatie nodig. Gelukkig heeft Vlaams minister van Innovatie Patricia Ceysens de boodschap begrepen. Met een duwtje in de rug zullen we in het najaar kunnen starten met de bouw van de ‘Pilootinstallatie voor Industriële Biotechnologie en Bioraffinage’ op het Rodenhuizedok, goed voor een investering van 15 miljoen euro. In het najaar van 2009 moet het project operationeel zijn.

Wat gaat er precies gebeuren?
We gaan er vooral bioprocessen optimaliseren en opschalen. Maar het is daarnaast ook zeker de bedoeling om proefproducties van de band te laten rollen, zodat we ons ook kunnen bezighouden met applicatietests en marktprospectie. Dan gaat het dus niet alleen over de productie van biobrandstoffen, maar ook van bioplastics, biodetergenten, chemische stoffen, voedingsingrediënten, enzovoort. De inputstromen kunnen heel divers zijn: tarwe en maïs, maar bijvoorbeeld ook stro of gewoon oud papier. Verder bouwen we ook een opleidings- en voorlichtingsfaciliteit, maar die komt in Zeeland terecht omdat de proefinstallatie deel uitmaakt van een Europees Interreg-project.

Het Duitse bedrijf Choren heeft nabij Freiburg een raffinaderij voor biodiesel van de tweede generatie geopend. Die zal jaarlijks 18 miljoen liter biodiesel produceren op basis van hout, stro en micro-algen. Een wereldprimeur?
Het gaat inderdaad om de eerste proeffabriek die de zogenaamde btl-biodiesel produceert op industriële schaal. Nadeel is dat dit type biodiesel nog twee keer zo duur is als de biodiesel van de eerste generatie. Dat heeft te maken met de hoge investeringskosten aangezien een nieuw thermochemisch proces gehanteerd wordt. Interessant om weten is dat onder meer Shell en Volkswagen participeren in Choren. Als je ziet hoe sterk er in Duitsland wordt ingezet op hernieuwbare energie is het natuurlijk geen toeval dat het eerste grote project voor biobrandstof van de tweede generatie in Duitsland wordt neergepoot. Choren heeft trouwens ook plannen om in Finland een nog grotere fabriek te bouwen die houtsnippers gaat verwerken.

Heeft de Vlaamse landbouw iets te winnen bij groene chemie en biobrandstof van de tweede generatie als houtsnippers, oud papier en zelfs onkruid verwerkt zullen worden?
Ik verwacht dat op korte termijn het areaal energiemaïs sterk zal groeien. Daarna volgt allicht de aanplant van houtachtige gewassen voor de bio-energiemarkt. Er komt een nieuw soort landbouw op ons af, maar allicht zal die in het dichtbevolkte Vlaanderen niet zo’n hoge vlucht nemen. Het zal voor de meeste boeren financieel interessanter blijven om bijvoorbeeld hoogwaardige groenten te kweken dan bulkgewassen voor industriële verwerking.

Slotvraag: vindt u dat de ontwikkeling van de Ghent Bio-Energy Valley in zijn totaliteit naar wens evolueert?
Het kan altijd nog beter. Maar het voorbije jaar heeft de biogebaseerde economie in Gent toch een infrastructuur neergepoot ter waarde van 250 miljoen euro. Op het vlak van onderzoek zullen we verder aan de weg kunnen timmeren dankzij de nieuwe pilootinstallatie. We laten ons echt niet afleiden door hetgeen we in de krant lezen, ik verwacht trouwens dat de hele hetze rond biobrandstoffen straks zal wegebben. De prijzen voor hernieuwbare grondstoffen zijn al beginnen dalen, waardoor de controverse vanzelf doodbloedt. Ik hoop dat het debat over biobrandstof binnen een jaar alleen nog zal gaan over duurzaamheid, en niet over de vraag of het graan al dan niet te duur is.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via