nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Eerste maatschappelijk verantwoorde soja gecontracteerd"
30.05.2008  Yvan Dejaegher - Bemefa

Wat is het verschil tussen de conquistadores die Zuid-Amerika veroverden en de de mengvoedersector? De enen gingen in het Amazonewoud goud zoeken, de andere wil het oerwoud mijden om zijn handel in het groene goud, met name de soja, te legitimeren. Yvan Dejaegher van Bemefa droomt ervan dat straks alleen nog maatschappelijk verantwoorde soja ingevoerd wordt in Europa.

Wat was in het najaar van 2006 de directe aanleiding om Boerenbond, de zuivelindustrie, de distributiesector en de Waalse landbouworganisatie FWA rond de tafel te roepen?
Yvan Dejaegher: De ontbossing van het Amazonewoud was ongetwijfeld de belangrijkste drijfveer om actie te ondernemen. In Nederland maakte Campina plannen om enkel nog met duurzame soja te werken. Wij vonden het belangrijk dat in ons land de hele veehouderijketen zo’n project zou dragen. Een tweede reden waarom de mengvoedersector de kar getrokken heeft, waren de ongemakken waar ons ggo-lastenboek steeds meer mee te maken kreeg. In 2006 deden zich de eerste contaminaties van ggo-gecontroleerde (met tolerantie voor accidentele contaminatie van 0,9 procent, nvdr) voedergrondstoffen voor, en redelijkerwijs konden we verwachten dat het alleen maar erger zou worden. In ons achterhoofd wisten we toen al dat er vroeg of laat een alternatief moest komen voor het ggo-lastenboek. Maar van concrete ideeën en doelstellingen was nog geen sprake toen we het platform installeerden.

Stonden de partners te trappelen om zich actief in het sojadossier te mengen?
We hebben in elk geval niet zwaar moeten lobbyen. Anderzijds was van bij de start duidelijk dat de zuivelsector onder geen beding wilde meestappen in een verhaal van gescheiden productstromen voor gemodificeerde en niet-gemodificeerde soja. Het heikele thema van de transgene gewassen werd dus van bij de aanvang opzijgeschoven.

Dat was geen gemakkelijk uitgangspunt om ook de ngo’s bij het project te kunnen betrekken?
Toch waren alle partners het er van bij de start over eens dat de communicatie met de ngo-wereld van groot belang is om het opzet te doen slagen. Daarom hebben we naast het platform een focusgroep opgericht waarin naast de leden van het platform ook een reeks milieu- en consumentenorganisaties zetelen zoals OIVO, Wervel, Greenpeace, het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling en zijn Waalse tegenhanger. Zij hebben ons duidelijk gemaakt dat we niet van ‘duurzaam’, maar wel van ‘maatschappelijk verantwoord’ diervoeder moeten spreken. Verder beslisten we ook om in een eerste fase uitsluitend te focussen op de sojastromen. Je moet weten dat de mengvoedersector negentig procent van de plantaardige eiwitten moet aanvoeren uit overzeese gebieden. Jaarlijks wordt één miljoen ton sojaschroot aangekocht uit Brazilië, Argentinië en in mindere mate de Verenigde Staten. Soja is dus veruit de belangrijkste eiwitbron. De alternatieven van eigen bodem zijn erwten, bonen, lupinen en luzerne. In Europa vind je enkel wat soja in Italië en Roemenië.

Wat was het beoogde einddoel bij de start van het project?
Het is de bedoeling een standaard te ontwerpen voor de invoer van maatschappelijk verantwoorde soja. Concreet moet je dan principes en criteria beginnen oplijsten, gevolgd door indicatoren die praktijkcontroles mogelijk maken. Daarna komen nog het lastenboek en het certificatiesysteem. We zijn daar dus aan beginnen werken voor de sojateelt, weliswaar met de intentie om in een later stadium ook andere grondstoffen zoals palmolie onder handen te nemen.

Het project is inmiddels anderhalf jaar oud. Welk traject hebben het platform en de focusgroep afgelegd?
We zijn ijverig beginnen sleutelen aan principes en criteria, maar dan bots je al gauw op een aantal knelpunten. Om ervoor te zorgen dat je geen soja meer invoert uit streken waar ontbossing plaatsvindt, moet je kritieke zones kunnen afbakenen en heb je lokale medewerkers nodig. En natuurlijk wensen we geen grondstoffen van plantages waar slaven tewerkgesteld worden. Maar hoe moet je de term ‘slavernij’ definiëren? De projectleden hebben vastgesteld dat Brazilië op dat vlak over een goede wetgeving beschikt, maar de handhaving is een ander paar mouwen. Nog moeilijker wordt het als de principes moeten gelden voor alle handelspartners. Dit jaar heeft Ovocom protocollen afgesloten voor bijvoorbeeld de invoer van soja uit India en Pakistan. Maar om een oplossing voor alle problemen uit te werken, moesten we onvermijdelijk over de grens kijken.

Hoe is dat in zijn werk gegaan?
Via de Europese federatie van de mengvoedersector zijn we in juli vorig jaar in contact gekomen met de Roundtable on Responsible Soy (RTRS). In dat platform waren de industrie, het bankwezen, de handel, sojaproducenten, wetenschappers en ngo’s al vier jaar aan het praten over maatschappelijk verantwoorde sojastromen. Het gaat om een initiatief dat zwaar gesponsord wordt door de Nederlandse overheid en industrie, met partners zoals Unilever, Nutreco en ABN Amro. Aanvankelijk kreeg de organisatie het terechte verwijt dat aan de andere kant van de gesprekstafel alleen maar Brazilianen zaten, maar dat euvel werd intussen verholpen. Het secretariaat is intussen gevestigd in Buenos Aires en de secretaris-generaal is een Costa Ricaan. Verder zijn in de structuren ook vertegenwoordigers uit Paraguay, India en China opgenomen.

Hoe heeft de RTRS jullie concreet vooruitgeholpen?
De Europese mengvoederfederatie heeft hard aangedrongen op de oprichting van een RTRS-werkgroep die zo snel mogelijk een standaard moet uitwerken. Aangezien ik daar een zitje heb, kon ik tijdens de eerste vergadering in oktober vorig jaar in Brazilië meteen de knelpunten van het Belgisch platform op tafel leggen.

In eigen land kwam de mengvoedersector begin dit jaar door de eenzijdige opschorting van het ggo-lastenboek in aanvaring met Fedis. Kon die kwestie niet gewoon binnen jullie platform uitgeklaard worden?
Neen, omdat ggo’s nooit op de agenda van het platform hebben gestaan. Wel hebben we ons lastenboek regelmatig geëvalueerd. De laatste keer gebeurde dat eind vorig jaar, en toen hebben we de grootdistributie uitvoerig gewezen op het stijgend aantal contaminaties van ggo-vrij voeder. Ik heb de supermarktketens daarna nog eens persoonlijk opgebeld om de ernst van het probleem uit te leggen, maar blijkbaar was ik niet duidelijk genoeg aangezien de finale brief over de opschorting van het lastenboek alsnog in het verkeerde keelgat geschoten is. Maar voor de mengvoedersector was er geen weg terug: onze bedrijven betaalden torenhoge premies om nog aan ggo-gecontroleerd voeder te raken, terwijl die kostenstijging door de malaise in de varkenssector onmogelijk kon doorgerekend worden aan de klant. Meer nog, steeds meer mengvoederbedrijven werden getrakteerd op processen-verbaal als gevolg van contaminaties. Dan houdt het natuurlijk op.

Ondertussen zijn de brokken weer gelijmd?
Een stopzetting van het lastenboek zonder volwaardig alternatief zou onaanvaardbaar geweest zijn. Na de eerste vergadering met de RTRS-werkgroep begonnen een aantal ideeën te gisten, die ik dit voorjaar tijdens een tweede meeting in Argentinië kon aftoetsen met een aantal experts. Die gesprekken hebben me definitief doen inzien dat een scheiding van voederstromen op het niveau van de mengvoederfabriek een regelrechte utopie is. Tegelijkertijd beschouwen we het echter als onze plicht om maatschappelijk verantwoorde soja naar hier te krijgen. Met die twee uitgangspunten heeft Fedis zich kunnen verzoenen.

Daarna bent u met een delegatie van de Belgische voedselketen opnieuw naar Brazilië getrokken?
We wilden in alle openheid de toestand ter plaatse nog eens bestuderen. Uiteindelijk zijn Colruyt en Westvlees op onze uitnodiging ingegaan. Tijdens een bezoek aan de familiale sojaverwerker Imcopa hebben we proefondervindelijk kunnen vaststellen dat de beschikbaarheid van ggo-gecontroleerde soja afneemt. Dat bedrijf certificeert dergelijke soja, maar moet vandaag al tien procent van de aanleverende vrachtwagens terugsturen als gevolg van contaminaties met transgene soja. Ook de kennismaking met de haven van Santos was een openbaring. Om veertig procent van de Braziliaanse soja-export te kunnen verschepen, heeft men er opslagplaatsen ter grootte van tien voetbalvelden, die van elkaar gescheiden worden door kleine muurtjes. Het volstaat dat een transgeen bestanddeel over de muur wipt om een lading van 500.000 ton te besmetten. Heeft het dan nog zin om in ons land met gescheiden stromen te werken? Tot in de mengvoederfabriek kan door onbedoelde versleping kruiscontaminatie van verschillende loten optreden. Eind vorig jaar werd de helft van de Belgische mengvoederbedrijven geconfronteerd met analyseresultaten die boven de wettelijke norm uitkwamen. Komt daarbij dat in landen zoals Argentinië en Paraguay nauwelijks of geen ggo-vrije soja meer te vinden is.

Wat hebben jullie nog meer vastgesteld in Brazilië?
Positief is dat boerenorganisaties zoals Fetraf en Aprosoja volop werken aan criteria om maatschappelijk verantwoorde landbouwgewassen te commercialiseren. Om deze partners te belonen voor hun inspanningen moeten we proberen om op zeer korte termijn hun soja in te voeren. Sommige mengvoederbedrijven hebben zelfs al volumes gecontracteerd. Daarnaast hebben we ook gepraat met familiale boeren die bewust conventionele soja aanplanten om voor hun zaaigoed niet afhankelijk te worden van Monsanto. Dat streven naar zelfstandig ondernemerschap lijkt ons lovenswaardig, en dus willen we de idee niet laten varen om ook in de nabije toekomst nog een aanzienlijke hoeveelheid ggo-gecontroleerde soja aan te kopen.

Welke concrete afspraken hebben Bemefa en Fedis gemaakt voor de komende maanden?
De mengvoedersector heeft een gezamenlijke optelsom gemaakt van de ggo-gecontroleerde soja die vorig jaar ingevoerd werd. In de tweede helft van dit jaar willen we op basis van een nieuw lastenboek een gelijkwaardig volume invoeren. De precieze hoeveelheid moeten we nog bespreken met de distributiesector, net zoals de verhouding tussen ggo-gecontroleerde en maatschappelijk verantwoorde soja. En dan is er natuurlijk nog het prijskaartje waarover we een consensus moeten bereiken.

Op termijn zal de maatschappelijk verantwoorde soja de ggo-gecontroleerde stroom helemaal vervangen?
Dat is inderdaad de bedoeling. De Braziliaanse boerenorganisaties waarmee we gepraat hebben, zijn bereid om de RTRS-standaard te adopteren van zodra die klaar is. De principes en criteria staan vandaag al op papier en dus maak ik me sterk dat tegen eind dit jaar de standaard klaar kan zijn. Dan zal er nog wat ruimte voorzien worden voor commentaren van alle betrokken partijen, maar vanaf de zomer van 2009 moeten we normaliter kunnen starten met de verspreiding van het lastenboek en de opleiding van auditoren, zodat de eerste sojaproducenten volgend jaar nog kunnen gecertificeerd worden.

Zal dat systeem betaalbaar zijn?
Dat kan alleen maar indien alle soja die in Europa wordt ingevoerd aan de nieuwe standaard zal voldoen. Het is mijn droom om dat te realiseren, maar ik besef ook wel dat het niet eenvoudig wordt. Vijf jaar geleden kocht China twintig procent van de Braziliaanse soja-export op, terwijl die verhouding nu al fiftyfifty is en straks duidelijk gaat overhellen naar de kant van de Chinezen. En die stellen natuurlijk geen enkele eis aan de soja die ze invoeren. Op de wereldmarkt beschouwt men de Europeanen steeds meer als lastigaards. (lacht)

Greenpeace, Friends of the Earth en andere milieuorganisaties hebben tot hiertoe hun kritiek op de RTRS niet gespaard. Het is een praatbarak waar uitsluitend aan ‘greenwashing’ gedaan wordt, klinkt het.
We moeten niet onder stoelen of banken steken dat de RTRS het gedurende de eerste jaren heel moeilijk heeft gehad om de juiste aanpak en partners te vinden. Het hele project is een primeur, waardoor het niet abnormaal is dat aanvankelijk de nodige ervaring ontbrak. Dat heeft eigenlijk geduurd tot Proforest werd aangesteld als procesbegeleider. Dat bureau heeft in het verleden al een aantal standaarden ontwikkeld voor de instandhouding van bossen. Nu verlopen de vergaderingen erg professioneel, transparant én het gaat bovendien goed vooruit. Eind dit jaar publiceren we onze standaard. Dat de ontbossing intussen nog altijd verdergaat, is niet alleen de schuld van sojaproducenten. De hoofdverantwoordelijke is de houtsector, gevolgd door de rundveehouderij en dan pas de sojaproductie. Maar goed, dit doet geen afbreuk aan ons engagement.

In Paraguay zou de oprukkende sojateelt kleine boeren van de kaart vegen?
De soja uit dat land is in elk geval erg gegeerd omdat het eiwitgehalte 47 à 48 procent bedraagt, terwijl dat in Argentinië gemiddeld slechts 44 procent is. Maar ik heb er eerlijk gezegd geen idee van in welke mate er in Paraguay sprake is van onmenselijke toestanden. Kleine boeren zouden er uitgekocht worden door grote landeigenaars. In onze RTRS-werkgroep zetelt een Paraguayaan, maar die vertelt nooit iets over wanpraktijken. Het zou voor ons ook niet evident zijn om er iets aan te doen: hoe kan je Argentijnse sojahandelaars overtuigen om geen Paraguayaanse soja meer aan te kopen? En hoe ga je zoiets controleren?

Welke rol is de komende maanden weggelegd voor het Belgische platform?
We gaan werken aan een breder draagvlak bij het beleid. Van Kris Peeters hebben we 5.000 euro gekregen voor een studie die de sojastromen gedetailleerd in kaart gaat brengen. In Nederland strijkt het sojaplatform jaarlijks een subsidie op van 400.000 à 500.000 euro, al heeft dat natuurlijk te maken met het feit dat de haven van Rotterdam de draaischijf is voor de Europese sojatrafiek. Verder zullen we een studiedag organiseren over de alternatieven voor soja.

De mengvoedersector wil dat Europa het licht voor diermeel zo snel mogelijk weer op groen zet.
Omdat diermeel veruit het meest efficiënte alternatief voor soja is. Maar het blijft een gevoelige kwestie, zelfs in de schoot van de Europese mengvoederfederatie is het niet makkelijk om de Britten, Duitsers en Fransen te overtuigen. Anderzijds heeft de Europese Commissie de wetgeving reeds gewijzigd, waardoor een eenvoudige beschikking volstaat om diermeel weer toe te laten. Maar dan moeten de wetenschappers er eerst in slagen om via dna-analyses een onderscheid te maken tussen het meel van diverse diersoorten zodat kannibalisme kan uitgesloten worden. Aan de andere leden van de focusgroep heb ik gevraagd of we in naam van alle partners actief mogen lobbyen in dit dossier.

Jullie gaan de boeren niet overtuigen om meer bonen of andere eiwithoudende gewassen in te zaaien?
Met de huidige graanprijzen is dat onbegonnen werk. Daarnaast zal de concurrentie van koolzaad toenemen aangezien ik ervan uitga dat de producenten van biodiesel niet al hun grondstoffen via schepen zullen aanvoeren. Greenpeace stelt voor om gras en klaver in het voeder te mengen. Voor een beperkt segment melkveehouders met hoogproductieve koeien schijnt dit een valabele piste te zijn. Maar aan kippen en varkens moet je geen klaver voederen, hé.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via