nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.01.2019 "Aan de basis van spijs en drank staan boer(inn)en"

“Agricultura curans cura te ipsum” oftewel “Wie voor de landbouw zorgt, zorgt voor zichzelf”. Dat aan de basis van spijs en drank boeren en boerinnen staan, hier en elders ter wereld, heeft Alexander Vercamer vaak genoeg herhaald toen hij nog gedeputeerde van Landbouw was in de provincie Oost-Vlaanderen. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar maakte hij tijd voor een gesprek met VILT. Terugblikken op zo’n lange carrière van een landbouwbeleidsmaker levert boeiende inzichten op. “Landbouw is geen economische sector als een ander”, benadrukt Vercamer, “want werken met levend materiaal op het ritme van de seizoenen maakt het niet evident om te beantwoorden aan een veranderende marktvraag en evoluerende consumenteneisen.

De provincie Oost-Vlaanderen is de tweede grootste landbouwprovincie van Vlaanderen. De helft van de oppervlakte, 150.000 hectare, wordt ingenomen door land- en tuinbouw. Het landbouwareaal wordt bewerkt door krap 6.000 boeren en tuinders. Toen Alexander Vercamer in 1981 provincieraadslid werd, waren er nog bijna 25.000 boeren. Het provinciaal landbouwbeleid omschrijft de voormalige gedeputeerde als een nichebeleid “We proberen dingen te doen die anderen niet of minder doen”, zegt Vercamer, die eind vorig jaar afzwaaide. “In de loop der jaren zijn daarover ook afspraken gemaakt met de Vlaamse overheid.”

Aan landbouw is door de provincies altijd al grote zorg besteed. Vercamer: “Oorspronkelijk was voedselzekerheid de drijfveer. Voedsel is essentieel – ‘primum vivere deinde philipsophare’ – en de beschikbaarheid daarvan is altijd stof voor discussie geweest. Omstreeks 1900 besteedde een modale Vlaming net geen 60 procent van zijn budget aan voeding en moesten er wereldwijd 1,6 miljard monden gevoed worden. Nu zijn we met 7 miljard mensen en geeft de Vlaming amper 13 procent van het gezinsbudget aan voeding uit, en daarvan gaat maar 20 procent naar de boer.”

Oost-Vlaanderen profileert zich als een regio waar kennis en technologie centraal staan. Zo participeert de provincie aan de Vlaamse ambitie om tegen 2030 tot de top van de meest competitieve en innovatieve bio-economieregio’s te behoren. Investeren in kennis en technologie kost echter geld. Als voorzitter van de drie praktijkcentra (aardappelen, groenten en sierteelt) hielp Alexander Vercamer permanent naar centen zoeken. “De uitbouw van de nieuwe performante proefserres in Destelbergen en een groen kantoorgebouw voor de medewerkers van het Proefcentrum voor Sierteelt (PCS) kostte bijvoorbeeld 5,7 miljoen euro. Gelukkig kunnen we hier in Vlaanderen rekenen op een overheid die gelooft in praktijkonderzoek en dat voor 50 procent mee wou ondersteunen.”

Hou VILT.be in de gaten voor de uitgebreide weergave van het interview.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via