nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

21.04.2016 Aantal boerderijen daalde afgelopen 15 jaar met 40%

Vlaanderen telt steeds minder land- en tuinbouwbedrijven, maar hun gemiddelde oppervlakte stijgt. Dat blijkt uit het antwoord van minister voor Landbouw Joke Schauvliege op een schriftelijke vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Het aantal bedrijven daalde tussen 2000 en 2014 met ongeveer 40 procent. Die daling was het grootst in de provincie West-Vlaanderen (-4.350). In diezelfde periode steeg de oppervlakte van de overgebleven bedrijven met zo’n 70 procent. Een stijging die het hoogst was in de provincie Vlaams-Brabant (+90%). Het aantal land- en tuinbouwers die een VLIF-aanvraag voor overnamesteun indienden, steeg de afgelopen 15 jaar met zo’n 40 procent.

Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalde van 40.949 in 2000 tot 24.252 in 2014 (-40%). Die daling was het grootst in absolute getallen in West-Vlaanderen (-4.350 bedrijven), gevolgd door Oost-Vlaanderen (-4.278). Procentueel was de daling echter het grootst in Vlaams-Brabant (-48%), gevolgd door Antwerpen (-44%). Schauvliege merkt evenwel op dat de methode van gegevensverzameling door de FOD Economie (landbouwenquête) in 2011 gewijzigd is, dus dat bij een vergelijking over de jaren heen rekening moet worden gehouden met een zekere vertekening.

Van de 24.252 landbouwbedrijven in 2014, telen 343 volgens de principes van de biologische teelt. Dat aantal is sinds 2005 met zo’n 45 procent gestegen. Het grootste aantal biobedrijven situeert zich in de provincie West-Vlaanderen (81), maar de provincie die het laatste decennium de grootste stijging van het aantal biobedrijven heeft gekend, is Vlaams-Brabant (+66%). Het aantal biobedrijven steeg er van 45 in 2005 tot 75 in 2014. In Oost-Vlaanderen was de stijging het kleinst: van 57 biobedrijven in 2005 tot 73 biobedrijven in 2014 (+28%). Limburg is de provincie met het kleinste aantal biobedrijven (47).

Terwijl het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen daalt, stijgt hun gemiddelde oppervlakte. Tussen 2000 en 2014 steeg die van 15 hectare naar 26 hectare (+71%). In de provincie Vlaams-Brabant was die stijging het hoogst (+90%), van 16 naar 30 hectare, in de provincie West-Vlaanderen het kleinst (+43%), van 17 naar 24 hectare. Vlaams-Brabant is ook de provincie met de grootste gemiddelde bedrijven (30 ha), gevolgd door Limburg (29 ha). Oost-Vlaanderen telt de kleinste gemiddelde bedrijven (23 ha), gevolgd door West-Vlaanderen (24 ha).

Wat het aantal starters betreft, beschikt Schauvliege enkel over VLIF-cijfers. Het aantal bedrijven dat bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) overnamesteun aanvroeg, kende een verdubbeling tussen 2000 (107) en 2010 (202), om daarna opnieuw met een kwart te dalen (153). De meeste starters in 2014 en 2010 situeerden zich in West-Vlaanderen (53, 71), gevolgd door Antwerpen (35, 48). In Vlaams-Brabant was het aantal starters het kleinst (14, 18).

De Meyer informeerde behalve naar de grootte en het aantal bedrijven in Vlaanderen ook naar enkele verbredingsactiviteiten, zoals korteketenverkoop, zorgboerderijen en natuur- en landschapszorg. Wat de korteketenverkoop betreft, beschikt Schauvliege alleen over cijfers voor 2013. Dat jaar kozen 2.133 bedrijven voor verkoop van hun producten op de boerderij, 243 bedrijven kozen voor verkoop via een pakkettensysteem, 362 bedrijven trokken met hun producten naar de markt en 323 bedrijven opteerden voor nog een andere vorm van korte keten. Omdat sommige bedrijven meerder vormen van korteketenverkoop combineren, mogen deze cijfers niet bij elkaar worden opgeteld.

Wat het aantal zorgboerderijen betreft, zijn wel enkele evolutiecijfers bekend. Het aantal bedrijven dat een aanvraag tot subsidie indienden, steeg met 9 procent van 2010 tot 2014. In 2010 bedroeg het aantal zorgboerderijen 397 en in 2014 432. De provincie met het hoogst aantal zorgboerderijen is West-Vlaanderen (109), maar in die provincie daalde het aantal wel (-11%). In alle andere provincies steeg het, met Limburg (+24%) en Antwerpen (+20%) op kop. Het aantal landbouwers dat een vrijwillige oppervlakte- of diergebonden agromilieumaatregel uitvoerde, daalde ten slotte van 6.413 in 2010 tot 5.303 in 2015 (-17%). Alleen in de provincie Vlaams-Brabant nam dat aantal toe (+22%). 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via