nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

01.03.2017 Aantal boeren mag niet onder het kritisch minimum dalen

Een derde en laatste maal duiken we in het recent verschenen boek ‘Wat met ons voedsel?’. Onderzoeker Tessa Avermaete en professor Wannes Keulemans verwoorden als auteurs de visie van de Metaforum-denktank aan de KU Leuven. Die klinkt een tikkeltje zorgelijk wanneer het over het aantal boeren gaat dat in de toekomst voor ons voedsel zal zorgen. In 2006 voerde Boerenbond campagne met de slogan ‘2016, nog een boer gezien?’. “Vandaag constateren we dat Vlaanderen nog meer dan 20.000 boeren telt, maar de continue daling kan niet genegeerd worden”, klinkt het in het hoofdstuk over de toekomst van de Vlaamse boer. En nog iets scherper: “Er moet voor gezorgd worden dat het aantal (landbouw)bedrijven niet onder een kritische massa belandt, want dan dreigen ook de kennis- en verwerkingscluster er rond te verdwijnen.”

Zeggen of schrijven dat het aantal boeren in Vlaanderen daalt, is een open deur intrappen. Gemiddeld gaat de boerenpopulatie met drie à vier procent per jaar achteruit. Stilaan beginnen we dat normaal gaan te vinden. Het is geen wonder dat jonge boeren afhaken als je ziet hoe hard men in de sector moet werken om toch bijna niets te verdienen. Het boek ‘Wat met ons voedsel?’ durft toch de vraag stellen waarom jongeren vandaag boer zouden worden. In het kader van een Europees innovatiepartnerschap heeft een groep experts zich daar gedurende twee jaar over gebogen. Ze kwamen tot de conclusie dat het profiel van starters zeer divers is en hun motivatie uiteenlopend. De keuze voor landbouw als onderdeel van een levensstijl is de grootste drijvende kracht.

Op de vraag of je kan leven van een landbouwbedrijf volgt een sombere analyse van de situatie van de boeren in het Zuiden. Ook in het Westen lijkt de boer niet tevreden met zijn inkomen want boerenprotesten in de Europese wijken van Brussel zijn stilaan een vertrouwd beeld. Voor nagenoeg alle landbouwproducten uit Vlaanderen kan je een plaats in de wereld vinden waar ze goedkoper geteeld of gekweekt kunnen worden. Concurreren op kostprijs is dan, zeker in een aanbodmarkt, uitermate moeilijk of zelfs geen optie.

In Vlaanderen slagen nicheproducten bestemd voor een welbepaald, eerder beperkt publiek er meestal wel in om hun unieke karakter te verzilveren in een hogere prijs. Dat is vandaag onder meer het geval voor streekproducten, bio- of speciaal gelabelde producten. Daarom opperen de wetenschappers van de KU Leuven om deze strategie toe te passen op de hele Vlaamse landbouw. De sector als het ware in zijn geheel positioneren als niche op de wereldmarkt.

Het hoofdstuk besluit met uit te zoeken of de vrees terecht is dat de boerenpopulatie in Vlaanderen onder een ‘kritisch minimum’ duikt. Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand want boeren kopen of pachten de grond van collega’s die hun landbouwactiviteit stopzetten. De schaalvergroting is ook een gevolg van de maatschappelijke eisen (milieu, dierenwelzijn, voedselveiligheid) die aan het productieproces gesteld worden. Deze nieuwe normen brengen investeringen met zich mee. Voor de ene landbouwer is dat een reden om uit te breiden, voor de ander om te stoppen. De continue daling van het aantal landbouwbedrijven kan niet blijven doorgaan. Aan de KU Leuven lijkt men te geloven in het bestaan van een kritische ondergrens. Daaronder dreigen ook de kenniscluster en verwerkende nijverheid rond landbouw te verdwijnen.

Meer weten? Het boek ‘Wat met ons voedsel?’ is verkrijgbaar bij uitgeverij Lannoo. VILT mocht vijf gratis exemplaren verloten onder zijn lezers. Gelet op bovenstaand artikel wilden we daar graag vijf jongeren een plezier mee doen. De vijf jonge winnaars die hun reden om boer te worden op mail hebben gezet, krijgen een seintje van ons.

Bron: Wat met ons voedsel?

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via