nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.10.2017 Aantal rode MAP-meetpunten blijft liggen op 21 procent

De waterkwaliteit in landbouwgebied is sinds 2013 niet verbeterd voor nitraat. Voor fosfaat is er geen verbetering meer sinds 2010. Zo werd in de winter van 2016-2017 nog op 21 procent van de meetplaatsen minstens één keer een overschrijding van 50 milligram nitraat per liter vastgesteld en voor fosfaat is er zelfs een overschrijding op 67 procent van de meetplaatsen. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is er meer aandacht nodig voor de fosfaatproblematiek. Boerenbond betreurt dat er niet meer resultaat geboekt wordt, maar ziet in de onderliggende resultaten toch bewijs dat de gebiedsgerichte aanpak werkt.

Hoge concentraties nutriënten, zoals nitraat en fosfaat, hebben een negatieve impact op de ecologische toestand van het water en bedreigen de drinkwaterproductie. Daarom voert VMM sinds 1999 metingen uit via het MAP-meetnet. De resultaten daarvan worden afgetoetst aan de drempelwaarden voor nitraat en fosfaat die zijn vastgelegd in respectievelijk het mestactieplan en in Vlarem II. De doelstelling van het vijfde mestactieplan bepaalt dat het aantal meetplaatsen waar minstens één keer een overschrijding van de drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter per liter niet hoger mag zijn dan vijf procent tegen 2018. 

Maandelijks worden stalen genomen in 760 MAP-meetpunten. Wanneer bij één van die stalen een overschrijding van de drempelwaarde wordt vastgesteld, kleurt het meetpunt rood. Sinds 2002 is het aantal ‘rode’ meetpunten gedaald, maar sinds de winter van 2013-2014 blijft het percentage met overschrijdingen stabiel op 20 à 21 procent. “Uit een trendanalyse blijkt wel dat het percentage meetplaatsen met een significante dalende trend (38%) merkelijk groter is dan het percentage meetplaatsen met een significante stijgende trend (2%)”, ziet VMM een positieve noot in de resultaten.

Voor fosfaat werd in het winterjaar 2016-2017 de milieukwaliteitsnorm op 67 procent van de meetplaatsen overschreden. Sinds 2010 is er geen verbetering in de waterkwaliteit voor fosfaat: op de meeste meetplaatsen (77 %) treedt er geen verbetering op, op 19 procent van de meetplaatsen is er zelfs sprake van een verslechtering. VMM stelt dan ook dat de fosfaatproblematiek meer aandacht verdient in het mestbeleid. “Extra maatregelen zijn nodig om het fosfaatprobleem aan te pakken”, klinkt het.

Boerenbond betreurt dat er geen reductie van het percentage rode MAP-meetpunten werd bereikt, maar ziet in de onderliggende resultaten wel dat de gebiedsgerichte aanpak werkt. “In bepaalde gevallen is er meetbare vooruitgang, in andere spijtig genoeg niet”, klinkt het. Om die reden pleit de landbouworganisatie voor het behoud, en waar nodig, een verfijning van de gebiedsgerichte aanpak en een consequente handhaving van de bemestingsregelgeving. “Ook andere landen schakelen over naar de gebiedsgerichte aanpak omdat ook daar de daling van de nitraatconcentratie in het oppervlaktewater stagneert.”

Volgens Boerenbond tonen de maandgrafieken duidelijk aan dat negatieve resultaten zeker niet alleen door dierlijke mest veroorzaakt worden, maar wel door bemesting in het algemeen. “Daarom is het belangrijk dat zowel de regelgeving rond de periode van bemesting als rond de manier van toedienen van mest en de dosering ervan strikt opgevolgd wordt”, stelt de organisatie die erop wijst dat waar nodig de handhaving moet verstrengd worden en waar mogelijk de landbouwers beloond moeten worden. Tegelijk vraagt Boerenbond dat er in sommige gebieden maatregelen op vlak van infrastructuur getroffen worden, zoals opvang en zuivering van oppervlaktewater, naar analogie met de waterzuivering van vervuild water door huishoudens. “Wij blijven inzetten op het sensibiliseren van de land- en tuinbouwers. Dit moet, samen met goede bemestingsadviezen, leiden tot betere resultaten”, luidt het nog.

De milieuorganisaties zijn echter niet te spreken over de resultaten van de jaarlijkse evaluatie van de oppervlaktewaterkwaliteit door VMM. “Hoewel het mestbeleid de overheid jaarlijks miljoenen euro’s kost, verbetert de waterkwaliteit in landbouwgebied de laatste jaren amper”, zeggen Natuurpunt, de West-Vlaamse Milieufederatie en Bond Beter Leefmilieu (BBL) in een gezamenlijk persbericht. Zelf zien zij twee oorzaken voor deze stagnatie van de waterkwaliteit.

“Het probleem dat iedereen ziet, maar niemand wil aanpakken is de omvang van onze veestapel. Niet toevallig zijn de drie regio’s waar de waterkwaliteit het slechtst is (het Leie- Maas-, en IJzerbekken), gekend om hun grote aantallen varkens, koeien en kippen”, luidt het. Maar ook de industriële groenteteelt gaat in de ogen van de milieuorganisaties niet vrijuit. “De intensieve aanpak leidt daar dikwijls tot overbemesting. De probleemregio’s zijn vandaag verantwoordelijk voor het slecht rapport van het vijfde mestactieplan. Maar de aanmaning uit Europa zal echter wegen op álle landbouwers in Vlaanderen”, voorspellen ze.

De milieuorganisaties pleiten om die reden voor een knip op de veestapel. “Het is tijd voor een evenwichtiger model, waarin lokale productie en kwaliteit centraal staan. Een gestage afbouw van de veestapel is daarbij onontbeerlijk, maar dat blijft nog steeds een politiek taboe”, klinkt het. Toch zijn de organisaties ervan overtuigd dat de overheid zo’n omslag kan sturen. “Hoeveel dieper moet het mestbeleid zich nog vastrijden, om dat taboe te doorprikken?”, aldus Natuurpunt, BBL en de West-Vlaamse Milieufederatie.

Meer informatie: Nutriënten in oppervlaktewater in landbouwgebied, resultaten MAP-meetnet 2016-2017 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via