nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.10.2016 ABS en CVBB plaatsen voetnoten bij slecht waterrapport

Het recentste rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) over de waterkwaliteit in landbouwgebied is voor de milieubeweging een stok om de landbouwsector stevig mee te slaan. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, vindt de vlijmscherpe commentaren niet fair. De realiteit is volgens Vandamme “gemengd positief” voor nitraat – het aantal rode MAP-meetpunten daalde niet maar de nitraatdrempel komt over de ganse lijn wel dichterbij – en weliswaar “helemaal niet goed voor fosfaat”. Dirk Coomans van coördinatiecomité CVBB erkent dat het te traag vooruitgaat, maar plaatst de metingen in hun context, onder meer met een verwijzing naar de overvloedige neerslag dit voorjaar.

Het VMM-rapport beslaat de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016. Het is geen positief nieuws voor de waterkwaliteit in landbouwgebied in het licht van de doelstelling om onder de vijf procent MAP-meetpunten met nitraatoverschrijding te duiken. “De strengere maatregelen van het vijfde mestactieplan moesten de verbetering versnellen maar momenteel blijven we hangen rond 20 procent meetpunten met een overschrijding”, constateert ABS-voorzitter Hendrik Vandamme.

Hij heeft de bui zien hangen na het noodweer dit voorjaar. Gewassen werden compleet vernield door de wateroverlast, of werden sterk geremd in hun groei. Dat beperkte de opname van de voedingsstoffen die bij de voorjaarsbemesting waren toegediend, wat de kans op uitspoeling van nitraat en fosfaat vergrootte. De landbouworganisaties wezen minister Schauvliege op deze uitzonderlijke omstandigheden en vroegen hiermee rekening te houden. De minister ging hierop in zodat de Vlaamse Milieumaatschappij een correctie doorvoerde wat de nieuwe en uitzonderlijke overschrijdingen betreft. “Anders zou het percentage overschrijdingen 23 procent in plaats van 20 procent nu bedragen”, weet Vandamme.

Ook 20 procent is nog ver verwijderd van het vooropgestelde maximum van vijf procent overschrijdingen tegen 2018. Een drempel waar het Algemeen Boerensyndicaat het moeilijk mee heeft gelet op de afwijkingen van metingen en de invloed van weeromstandigheden. “Toevallige zaken dus, die niet in handen liggen van de landbouwers zelf. Deze drempel is een streefdoel, maar dit overal effectief behalen is werkelijk utopie”, meent voorzitter Vandamme. Daarom vindt hij het jammer dat de milieubeweging zich blindstaart op het aantal overschrijdingen maar met geen woord rept over het dichterbij komen van de drempel van 50 mg nitraat per liter. De resultaten van nagenoeg alle meetpunten schuiven op in de goede richting. “Dat is belangrijk, het kan onze boeren moed geven. Met doemscenario’s om de veestapel drastisch af te bouwen, zijn we absoluut niet gediend!”, zo benadrukt hij nog.

Het antwoord uit landbouwhoek op de kritiek van de milieubeweging komt ook van coördinatiecomité CVBB. Deze specialisten in oordeelkundig bemesten erkennen dat de nitraatconcentratie te traag verbetert, “maar het cijfer van 20 procent ‘rode’ MAP-meetpunten moet in de juiste context worden geplaatst”. Die ‘juiste context’ slaat op het feit dat een MAP-meetpunt al rood kleurt bij één slechte op een totaal van twaalf (maandelijkse) metingen. “Heel wat meetpunten tonen een beperkt aantal overschrijdingen en het hoogste meetresultaat daalt van jaar tot jaar”, licht CVBB-coördinator Dirk Coomans toe. De trend is met andere woorden positief, zij het dan te traag. Dit wordt bevestigd in het VMM-rapport waar gesteld wordt dat het percentage meetplaatsen met een significante dalende trend voor nitraat (43%) merkelijk groter is dan het percentage meetplaatsen met een significante stijgende trend (3%).

Net zoals Vandamme verwijst ook Coomans naar de overvloedige neerslag in het voorjaar. “Een aantal meetresultaten werden omwille van te hoge waterstanden en plaatselijke overstromingen niet weerhouden voor verdere verwerking maar we stellen vast dat het uitzonderlijke weer vele meetpunten heeft beïnvloed en de daar gemeten (hoger dan normale) nitraatconcentraties wel verwerkt zitten in de evaluatie van VMM. Een geval van overmacht dat moeilijk met cijfers kan worden weergegeven, en waarvoor de land- en tuinbouw ook niet verantwoordelijk kan worden gesteld.” De minder goede resultaten van het Leie- en IJzerbekken plaatst Dirk Coomans in deze context, erbij zeggend dat de globale trend voor het Leiebekken positief blijft.

Tot slot verwijst de CVBB-coördinator nog naar de brede samenwerking om land- en tuinbouwers te sensibiliseren, waarvan de veelvuldige communicatie via ‘MAPman’ het uithangbord is. Over het eigen werk zegt Coomans dat het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame landbouw (CVBB) heel wat bedrijven begeleidt bij hun teelt- en bemestingstechniek. In de probleemgebieden worden de bemestingspraktijken van de land- en tuinbouwers intensief opgevolgd en bijgestuurd. De betrokken land- en tuinbouwers werken volgens Coomans goed mee, “maar het is momenteel nog te vroeg om reeds resultaten vertaald te zien in de waterkwaliteit”.

De vaststelling dat het te vroeg is om resultaat te zien van de inspanningen van landbouwers gaat voor fosfaat nog meer op dan voor nitraat. Hendrik Vandamme heeft het in Drietand over een verwonderlijk (slechte) evolutie, zo voldoet slechts iets minder dan een kwart van de meetpunten aan de vooropgestelde milieukwaliteitsnorm. “Normaal zou men verwachten dat met de verstrengde fosfornormen, de verminderde bemesting met dierlijke mest en het gunstige verloop van de nitraatconcentraties van het oppervlaktewater ook fosfaat dezelfde weg opgaat van een uitspoelingsverlaging.” In realiteit blijkt dat tegen te vallen zodat ABS blijft wijzen op de historische vervuiling met overdosissen fosfaat, de complexe fosfaatkringloop en de trage fosfaatmigratie in de bodem.

Bron: Drietand / eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via