nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

29.06.2017 Alpro en AVEVE maken van lokale soja een realiteit

De introductie van maïs in de jaren ’60 en ’70 zorgde voor een kleine aardverschuiving in de Vlaamse landbouw. Nu staan we voor een nieuwe mijlpaal, zegt minister Joke Schauvliege, want in geen tijd is er in Vlaanderen een sojaketen uitgebouwd. Met dank aan Alpro en AVEVE die er samen voor zorgen dat vraag en aanbod elkaar vinden. Voor Alpro is soja de belangrijkste grondstof voor zijn plantaardige voedingsproducten en hoe dichter die soja bij de fabriek in Wevelgem aangekocht kan worden hoe beter het duurzaamheidsplaatje klopt. Groep AVEVE zorgt ervoor dat de logistiek geen spelbreker is, en doet de teeltbegeleiding in nauw overleg met landbouwonderzoeksinstituut ILVO. “Een geslaagde ketenaanpak en een mooi voorbeeld van publiek-private samenwerking”, aldus Schauvliege.

Innovatie in land- en tuinbouw hoeft niet altijd hoogtechnologisch te zijn. Ook in de teeltkeuze kan je vernieuwend uit de hoek komen. Wie zou ooit gedacht hebben dat Vlaamse akkerbouwers soja gaan telen terwijl het sojaschroot met hele scheepsladingen uit Zuid-Amerika komt om hun collega-veehouders van voldoende eiwit te voorzien. Vlaams minister Joke Schauvliege had het min of meer voorzien gelet op haar tweede actieplan alternatieve eiwitbronnen dat streeft naar een verminderde importafhankelijkheid van de veehouderij wat eiwitrijke voedergrondstoffen betreft. “Rond de duurzaamheid van sojateelt in Zuid-Amerika worden vragen gesteld. In de zoektocht naar opties om de import te verminderen, werd geopperd om de soja dan maar zelf te telen”, zegt Schauvliege.

Met de ondersteuning van het project ‘De voedingsketen verduurzaamt’ wou de Vlaamse overheid het innovatiepotentieel van de agrovoedingsindustrie aanwakkeren. Lokale sojateelt was in 2014 één van de vier uitverkoren ‘action labs’ en ongetwijfeld de meest beloftevolle. AVEVE en Alpro vonden elkaar toen al, en zijn ook blijven samenwerken toen bleek dat de toepassing van soja in humane voeding meer perspectieven biedt dan het gebruik in veevoeder. Met ingevoerd sojaschroot uit Zuid-Amerika is het moeilijk concurreren met een voor onze contreien experimentele sojateelt. Voor de producent zit er meer toegevoegde waarde in wanneer de sojabonen verwerkt worden in de plantaardige drinks en voedingsmiddelen van Alpro, een stevig in België verankerde firma die in zijn segment marktleider is in Europa.

Terwijl onze Noorderburen kandidaat-sojatelers hebben zien afhaken omdat ze te veel haast maakten met een snelle uitbreiding van het soja-areaal in eigen land, koos Vlaanderen voor een meer beredeneerde aanpak te beginnen bij wetenschappelijk onderzoek. “Met Vlaamse overheidsmiddelen van IWT heeft landbouwonderzoeksinstituut ILVO samen met KU Leuven en Inagro de jongste vier jaar de mogelijkheden van sojateelt in ons klimaat onderzocht”, licht de minister toe. Belangrijk vindt ze dat de ganse keten meegaat in deze ontdekkingstocht. In feite waren er maar drie commerciële partners nodig om de cirkel volledig rond te krijgen: landbouwers die soja telen, AVEVE die instaat voor de teeltbegeleiding en logistiek en Alpro die de afname van de soja garandeert.

Alpro kiest er op vandaag reeds voor om niet genetisch gemodificeerde sojabonen te gebruiken en die zo veel mogelijk lokaal aan te kopen. In de Franse vestiging van Alpro (Issenheim, Elzas) worden nog uitsluitend sojabonen verwerkt die in de regio geteeld worden. Hou je ook rekening met de Belgische en Britse productievestiging van Alpro, dan komt de helft van de conventionele sojabonen en alle biologische sojabonen uit Europa. Hoofdzakelijk uit Frankrijk, maar een ander deel van de sojabonen wordt geteeld in Italië, Oostenrijk en Nederland. Aan dat lijstje mag je nu Vlaanderen toevoegen, hoewel de eerste oogst van 25 hectare bescheiden zal zijn. Rekening houdend met een opbrengst van circa drie ton per hectare zal het maar een fractie invullen van de enkele tienduizenden tonnen soja die de Alpro-fabriek in Wevelgem op jaarbasis verwerkt.

Qua areaal voor de nieuwe teelt schept de interesse van Alpro grote mogelijkheden, te meer omdat er nog gegadigden kunnen zijn zoals fabrikanten van vleesvervangers (tofu, tempeh), “maar we verkiezen het geleidelijk uitbouwen van het areaal omdat sojateelt een leerproces is”. Dat zegt Dieter Peeters, verkoopmanager bij AVEVE Land- en tuinbouw. Voor 2018 wordt bijvoorbeeld gemikt op een verdubbeling naar 50 hectare lokale teelt, wat nog altijd toelaat om de sojapioniers onder de landbouwers intensief te begeleiden. “Sanac, een dochteronderneming van Groep AVEVE, neemt die taak op zich”, legt Peeters uit. De site van AVEVE Zaden in Landen zal instaan voor de ontvangst van de sojaoogst en het drogen en stockeren van de bonen. Van daaruit zal de naar verwachting 75 ton voor verwerking tot humane voeding naar Alpro in Wevelgem gaan. Zonder dat een soja-crusher als tussenstation wordt aangedaan want het scheiden van sojaolie en -schroot is alleen nodig voor de verdere verwerking tot veevoeder.

Dieter Peeters benadrukt dat soja een waardevolle aanvulling is op de teeltrotatie van landbouwers. Zelfs het woord ‘duurzaam’ valt want soja is niet voor niets opgenomen in de lijst met erkende teelten voor de invulling van het ecologisch aandachtsgebied. Dat is de vijf procent van hun bouwland die landbouwers een groenere invulling dienen te geven om recht te hebben op de vergroeningspremie die een deel van hun Europese inkomenssteun uitmaakt. Welke zijn dan juist de ecologische troeven van soja? Het is een vlinderbloemige die door samen te leven met rhizobia-bacteriën stikstof kan opnemen uit de lucht. Anders dan bij granen bijvoorbeeld is een stikstofbemesting daardoor overbodig. Qua gewasbescherming is soja ook zelfredzaam omdat er weinig belagers zijn, uitgezonderd de schimmelziekte sclerotinia.

Een ander aspect dat vijf landbouwers er toe bewogen heeft om elk met zowat vijf hectare soja te experimenteren, is de mechanisatie. “Die is dezelfde als voor de graanteelt”, zegt teeltbegeleider Erik Van Beneden (Sanac), “wat maakt dat met sojateelt gestart kan worden zonder extra investeringen.” Akkerbouwer Jimmy De Prins, actief in Grimbergen, beaamt dat de teelt hem tot dusver niet voor grote uitdagingen heeft gesteld. “Het moeilijkste was geduld uitoefenen en niet te vroeg zaaien.” Soja is vorstgevoelig en kan daarom pas in mei gezaaid worden. In de twee weken na de opkomst heeft De Prins zijn sojaperceel moeten beschermen tegen duivenschade. Met vogelverschrikkers en de medewerking van een jager is dat gelukt, vertelt hij. Sindsdien groeit het gewas dat het een lust is voor het oog. Even mooi oogt het perceel dat AVEVE in eigen beheer teelt naast de zadensite in Landen. “Van droogte had het subtropisch gewas geen last en de regen komt juist op tijd voor de bloei en peulvorming”, licht Van Beneden toe.

Hoewel het seizoen tot dusver voorspoedig verloopt voor de soja zijn er een aantal teeltkundige uitdagingen. Daarop komen we later nog terug, maar ILVO-expert Johan Van Waes vat ze alvast samen: “Vanwege het risico op vorstschade mogen sojabonen niet te vroeg gezaaid worden en om ze zo droog mogelijk te oogsten, stel je het dorsen beter niet uit tot na 10 oktober. Het groeiseizoen is dus vrij kort, wat een rem zet op het opbrengstpotentieel. De resultaten leren dat we per hectare ongeveer drie ton droge sojabonen oogsten. Met de hogere prijs voor een kwaliteitsvolle sojaboon die in humane voeding verwerkt kan worden, kan dat reeds de vergelijking met tarweteelt doorstaan. Bovendien is er nog marge om beter te doen, op vlak van teelttechniek en rassengenetica.”

Over de prijs die Alpro zal betalen voor de Vlaamse soja zeggen duurzaamheidsmanager Greet Vanderheyden en aankoopverantwoordelijke Lies Heyns: “Bovenop de notering van voedersoja op de termijnmarkt in Chicago (CBOT) betalen wij altijd een kwaliteitspremie. Hier doen we daar (tijdelijk) nog een ‘opstartpremie’ bij, ter ondersteuning van de teelt van soja in Vlaanderen. We beloven alle soja af te nemen, wat moet lukken omdat we beperkte fluctuaties in het eiwitgehalte van de soja kunnen opvangen.” Vanaf een aanvoer van minstens 3.000 ton wordt het voor Alpro commercieel interessant om de soja lokaal te betrekken. Aan die hoeveelheid zitten we nog niet meteen, maar gelet op het enthousiasme van de verschillende ketenpartners lijkt dit maar een kwestie van tijd.

Omdat er niet ieder jaar een nieuwe teelt zijn neus aan het venster steekt, besteden we de komende dagen nog meer aandacht aan ‘Vlaamse soja’. Hou VILT.be in de gaten.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: AVEVE

Volg VILT ook via