nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.02.2019 "Antibioticavrij varkens houden is haalbaar"

Antibioticavrij varkens houden is haalbaar. Die conclusie trekt de Belgian Pork Group na een eerste proefproject met 16 varkensbedrijven. Na minder dan een jaar tijd doorgedreven aandacht en coaching rond antibioticareductie zijn zeven van de 16 bedrijven er in geslaagd om alle groepsbehandelingen met antibiotica op bedrijfsniveau tot nul te herleiden. “We moeten beseffen dat de maatschappelijke norm steeds opschuift en dat een antibioticavrije varkenshouderij de toekomst wordt”, zei Luc Verspreet van de Belgian Pork Group tijdens een symposium op de Roeselaarse land- en tuinbouwbeurs Het Salon.

Dat de consument van vandaag niet meer hetzelfde verlangt van zijn voeding dan de consument van gisteren, daar is de Belgian Pork Group zich bewust van. Het riep daarom de slogan ‘Taste & Welfare’ in het leven. “We moeten ervoor zorgen dat we niet meer in het defensief kunnen gedrukt worden en zelf een antwoord formuleren op maatschappelijke uitdagingen”, zo verwoordde Verspreet het. Vandaar dat de slachthuisgroep vorig jaar het initiatief nam om samen met AMCRA, het kenniscentrum inzake antibioticagebruik en -resistentie bij dieren, een pilootproject op te zetten rond antibioticareductie.

Het antibioticagebruik, onder meer in de veehouderij, ligt al langer onder vuur omdat steeds meer bacteriën resistent worden tegen antibiotica. “Het veelvuldig gebruik in de humane en dierlijke geneeskunde zorgt ervoor dat infecties bij mensen en dieren steeds moeilijker te behandelen zijn. Als we alles op zijn beloop laten, dan bestaat de kans dat er tegen 2050 tien miljoen sterfgevallen per jaar zijn als gevolg van antibioticaresistentie. Dat zijn er meer dan alle doden die jaarlijkse vallen door kanker en diabetes samen”, zegt professor Jeroen Dewulf, voorzitter van AMCRA.

Voor het pilootproject van de Belgian Pork Group rond antibioticareductie werden 16 varkensbedrijven geselecteerd. In een eerste fase kregen zij een bezoek van dierenarts Elise Bernaerdt die de opvolging vanuit AMCRA voor haar rekening nam. Bij dat eerste contact werd een audit uitgevoerd waarbij de sterktes en zwaktes van het bedrijf op vlak van bioveiligheid in kaart werden gebracht. Samen met de bedrijfsdierenarts werd ook de algemene werking van het bedrijf doorgenomen en werd het huidige antibioticagebruik in kaart gebracht. “Meten is immers nodig om tot verbetering te kunnen komen”, stelt Dewulf.

In een tweede fase werden de deelnemende bedrijven gecoacht. “Ik spreek bewust over coaching en niet over advisering omdat het geen éénrichtingsverkeer is. We gaan de dialoog aan met de varkenshouder en de bedrijfsdierenarts”, verduidelijkt de professor. Hij wijst er ook op dat vanaf het begin duidelijk is gemaakt dat de antibioticareductie geen invloed mag hebben op de productiegetallen van het bedrijf. Het was de bedoeling dat die op niveau bleven. “De adviezen die uiteindelijk werden gegeven, waren ook steeds afgestemd op het individuele bedrijf. Het waren zeker geen algemene adviezen”, aldus Dewulf.

Bij die adviezen vormt bioveiligheid het fundament. Zowel externe als interne factoren spelen daar een rol: de toegang van mensen, dieren en vrachtwagens op het bedrijf, maar ook de looplijnen, compartimenteringen in het bedrijf en de nodige aandacht voor ontsmetting. “Zaken die daarbij vaak uit het oog worden verloren, maar zeker impact hebben op de bioveiligheid zijn bijvoorbeeld het drinkwater of de injectienaalden die gebruikt worden. Een tweejaarlijkse bacteriologische analyse van het drinkwater van de varkens is geen overbodige luxe. Het vervangen van een injectienaald kan best gebeuren bij elke behandeling van een nieuwe toom”, weet de AMCRA-voorzitter.

Vervolgens werden ook adviezen rond management gegeven. Zo is het belangrijk om tomen van biggen zoveel mogelijk bij elkaar te houden na het spenen en ze bijvoorbeeld niet te gaan sorteren op basis van gewicht. Vaccinatie is een ander aandachtspunt. Dat betekent volgens Jeroen Dewulf niet meer vaccineren, wel op beter gekozen tijdstippen. Tot slot volgden er ook een reeks adviezen rond antibioticagebruik. Standaardbehandelingen, bijvoorbeeld bij het spenen, moeten stapsgewijs afgebouwd worden. “Maar we zijn niet blind voor de realiteit”, klinkt het. “Als het nodig is om te behandelen, wordt er ook behandeld.”

In een derde fase van het pilootproject werden de resultaten opgemeten. “Opvallend is dat alle bedrijven die we hebben opgevolgd, er op het vlak van bioveiligheid op vooruitgegaan zijn. Daarnaast waren ook opvallende dalingen in het antibioticagebruik waar te nemen. En dat terwijl de deelnemende bedrijven al vrij laag in gebruik zaten”, zegt Dewulf. Bij de niet-gespeende biggen werd het antibioticagebruik teruggeschroefd met 74 procent, bij de gespeende biggen met 22 procent en bij de vleesvarkens met 52 procent.

Het enige minpuntje in het antibioticagebruik vormden de zeugen. Daar steeg het gebruik met 55 procent. “Maar die stijging is volledig te wijten aan een ziekte-uitbraak op één bedrijf. Als we dit bedrijf uit de resultaten halen, werd ook bij de zeugen een reductie van 24 procent gemeten”, beweert de professor. Hij wijst erop dat dit aantoont dat dit project niet blind wil zijn voor de economische realiteit op een varkensbedrijf.

Los van deze sterke dalingen in antibioticagebruik voor het geheel van de varkensbedrijven die deelnamen aan de proef, is het zelfs zo dat in totaal zeven van de 16 bedrijven erin geslaagd zijn om antibioticavrij te produceren. Dat betekent dat zij niet langer groepsbehandelingen doen van de dieren. Wanneer een varken ziek wordt, krijgt het wel een behandeling. Het wordt dan apart gehouden van de groep. Typische eigenschappen voor deze antibioticavrije varkensbedrijven zijn onder meer eigen aanfok, gemiddeld 100 tot 250 zeugen, geen keuze voor een vierwekensysteem, een speenleeftijd die meestal boven de 26 dagen ligt en gemiddelde productiegetallen.

“Vandaag is het toedienen van antibiotica de norm, maar deze bedrijven hebben bewezen dat het de uitzondering kan worden. Als zij dat kunnen, dan zijn we er zeker van dat iedereen dat moet kunnen. Maar dat zal niet voor morgen zijn, we hebben nog een hele weg af te leggen”, concludeert Dewulf. Volgens hem waren de deelnemende varkensbedrijven ook tevreden over het traject. “Ze zeiden zelf dat ze meer inzicht hebben gekregen in bedrijven en dat de adviezen van AMCRA bruikbaar zijn gebleken. De werklast op hun bedrijf zagen ze ook niet toenemen, al moest er soms wel anders gewerkt worden.”

De Belgian Pork Group is zeer tevreden met deze resultaten. “We gaan het project dit jaar herhalen met 16 nieuwe bedrijven. De inzichten die dit oplevert, moeten ons helpen om verder werk te maken van een antibioticavrije varkenshouderij”, zegt Verspreet. “In een eerste fase is het zeker niet de bedoeling om dit commercieel te gaan gebruiken, al sluiten we niet uit dat dit vroeg of laat wel in een lastenboek wordt gegoten. We willen op korte termijn vooral een antwoord klaar hebben wanneer de maatschappelijke discussie opnieuw losbarst.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via