nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.03.2017 Antwerpse Bedrijfspluimveehouders vieren hun jubileum

De jaarvergadering van de Provinciale Vereniging van Bedrijfspluimveehouders van de provincie Antwerpen had dit jaar extra cachet vanwege het 70-jarig bestaan van de vereniging. Provinciaal voorzitter Dirk Mertens nodigde de leden in het Vormingscentrum in Malle uit om dat te vieren. Gedeputeerde van Landbouw Ludwig Caluwé beschreef hoe de sector zich in zeven decennia ontwikkelde, en hoe het provinciebestuur pluimveehouders altijd heeft proberen ondersteunen. Eerst met een ‘pluimveeschool’ voor naschoolse vorming in Stabroek en vanaf de jaren ’90 met een eigen proefbedrijf in Geel. Het jubileum stond ook in het teken van kennisoverdracht, in het teken van de toekomst dus.

De pluimveehouderij in Vlaanderen heeft een bijzondere band met de provincie Antwerpen. Op het niveau van de bedrijven valt op dat specialisering en schaalvergroting de sector hier nog meer typeren dan in de andere provincies. Bovendien is het enige proefbedrijf voor pluimveehouderij in Geel actief. Dankzij een gezamenlijke investering van de provinciale en Vlaamse overheid en de pluimveesector is state-of-the-art onderzoek mogelijk in nieuwe en goed uitgeruste stallen voor leghennen en vleeskippen.

Naar aanleiding van het 70-jarig bestaan van de belangenvereniging van de Antwerpse Bedrijfspluimveehouders liet gedeputeerde Ludwig Caluwé zijn licht schijnen over de sector. “Het aantal pluimveebedrijven is sterk verminderd in al die jaren, maar de overblijvers zijn sterk gegroeid. In Antwerpen nog meer dan elders want de pluimveehouderij in onze provincie is geen ‘aanhangsel’ van de Oost- en West-Vlaamse pluimveehouderij meer. Deinze is het centrum van de eierhandel, maar als je naar de productiecijfers kijkt dan hebben we de twee andere provincies bijgebeend en op een aantal vlakken voorbijgestoken. Zo bevindt het grootste aantal leghennen zich sedert 2010 op Antwerpse pluimveebedrijven.

“Pluimveehouderij is een sector waar de bedrijfsleiders vroeger hun eigen boontjes moesten doppen. Dat is nu misschien nog de sterkte van de sector”, blikt Dirk Mertens terug namens de jubilaris. Als voorzitter van de Provinciale Vereniging van Bedrijfspluimveehouders van de provincie Antwerpen onderstreepte hij het belang van onderzoek op eigen bodem, en ventileerde hij zijn trots op de inzet van de provincie voor de landbouw.

“De provincie heeft altijd gepoogd om goed contact te houden met de sector”, pikt Ludwig Caluwé in. “De eerste onderzoeken, indertijd was dat de zoektocht naar het best presterende leghennenras, gebeurden op de pluimveeschool voor naschoolse vorming in Stabroek. De start van een eigen proefbedrijf in Geel in 1993 heeft de band tussen provincie en de sector nog sterker gemaakt. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij is uniek in Vlaanderen, België en bij uitbreiding in de Benelux. Als provincie is het onze ambitie om de sector te blijven ondersteunen met een officieel proefbedrijf.”

Samen met Bart Verstrynge, landbouweconoom bij KBC, verdiepten de aanwezige pluimveehouders zich in de financieel-economische cijfers van hun sector. “Jullie produceren lokaal, dat wil zeggen met Vlaamse, Belgische en Europese restricties, maar jullie producten zijn onderhevig aan schommelingen op de wereldmarkt”, aldus Verstrynge. De braadkippenhouderij wordt getypeerd door volatiliteit van de prijs van een kip, een wat minder grillige voederprijs maar bovenal een sterke correlatie tussen beiden. Dat zie je minder in de leghennenhouderij, hoewel de voederprijs ook op deze bedrijven ongeveer 70 procent van de kostprijs uitmaakt, kredietlasten even buiten beschouwing gelaten. Overigens zijn de schommelingen van de eierprijs nog meer uitgesproken dan die van de braadkippenprijs.

Ondernemers in de pluimveehouderij moeten op zoek gaan naar een strategie die hun bedrijf kan wapenen tegen die grillen van de markt. “Groeien is één mogelijkheid, het verhogen van de rendabiliteit of het bedrijf inkrimpen zijn andere opties. Zelfs omschakelen naar een andere deelsector en een stopzetting kunnen een bewuste bedrijfsstrategie zijn”, zegt Verstrynge. Belangrijk is volgens de landbouweconoom dat bedrijven eerst groeien in rendement, en pas daarna denken aan een grotere bedrijfsomvang. Als bankier hecht hij er ook belang aan dat bedrijfsleiders beschikken over bedrijfseigen cijfers wanneer ze hun strategie uitstippelen. Op grote, gespecialiseerde bedrijven hebben kleine schommelingen in opbrengsten en kosten immers een enorme impact op de beschikbare cashflow. Bart Verstrynge geeft het voorbeeld van een één procent betere voederconversie in combinatie met een één procent hogere ei- of braadkippenproductie. Op een gemiddeld bedrijf scheelt dat op jaarbasis 10.000 euro of meer.

Voor een eigenzinnige kijk op de pluimveehouderij deed de sectorvereniging een beroep op Luc Maertens, voormalig pluimveeonderzoeker (ILVO) en sinds enige tijd hoofdredacteur van het ledenblad ‘Pluimvee’. Zo’n vooruitblik is geen goed-nieuws-show want daarvoor staan dierlijke productie en consumptie te hard onder druk. Maertens stelt wel vast dat kip en eieren van alle vleessoorten het minst bekritiseerd worden voor hun impact op milieu en gezondheid. De voorspelling dat de consumptie van kip meer dan verdubbeld tussen 2010 en 2050 neemt hij met een korrel zout. In een land als China gaat de vleesconsumptie niet blijven toenemen aan het huidige temp omdat, volgens Maertens, “China in 10 jaar klaarspeelt waar wij 50 jaar over doen”. Het afvlakken van de curve die de vleesconsumptie weerspiegelt, zal daar met andere woorden minder lang op zich laten wachten.

In de toekomst wordt maatschappelijke acceptatie van de sector nog meer dan nu het geval is een item. De discussie zal volgens Luc Maertens gaan over de efficiëntie, klimaatvoetafdruk en milieu-impact van (pluim)veehouderij, het minimaal inzetten van antibiotica en veilig voedsel in de betekenis van vrij van ziekteverwekkers zoals salmonella en campylobacter. Als het over duurzaamheid gaat, durft de onderzoeker op rust tegen heilige huisjes schoppen: “Duurzaamheid gaat ook over het gebruik van de (beperkte) ruimte. In dat opzicht scoort een patiosysteem waarin de kippen op zes niveaus worden gehouden in een meer dan tien meter hoge stal veel beter dan een biokippenstal die amper 25 kilo kippenvlees per vierkante meter per jaar produceert. Dat is factor 40 verschil met de patiostal die 150.000 kippen kan huisvesten in een 100 meter lange stal, en dat gedurende zeven productieronden.”

Ook dierenwelzijn leidt tot discussies met erg verschillende invalshoeken. Maertens gebruikt liever het woord ‘respect’ voor het dier. Wat daar niet van getuigt, zijn volgens hem kippenstallen vol dieren met voetzoolproblemen. Eerder een gezondheids- dan een welzijnsprobleem is de inzet van antibiotica in kippenstallen. Wanneer dat nodig is bij drie tot vier weken oude dieren zijn darmproblemen meestal de reden. “Een pluimveehouder kan dat vermijden met een goede hygiëne, een goed bedrijfsmanagement maar zeker ook door een aangepaste voedersamenstelling”, aldus Luc Maertens. Darmproblemen bij kippen komen niet bij verrassing. De voederconversie is zo snel verbetert dat de toename van de voederopname groter is dan de toename van de darmcapaciteit. Ter illustratie: een haantje woog in de jaren ’80 na 40 dagen 1,7 kilo. Nu haalt een dier van dezelfde leeftijd drie kilo met goed voeder. Op een ouderdom van drie weken aten kippen 30 jaar geleden 70 gram en tegenwoordig tot wel 120 gram.

Met trager groeiende conceptkippen wordt die vooruitgang een stuk teruggedraaid, wat zich automatisch weerspiegelt in een lager antibioticagebruik. Het advies van de voormalige pluimveeonderzoeker aan bedrijfsleiders is om bij nieuwbouw zoveel mogelijk opties open te laten en niet te conservatief te investeren. “Voorzie daglicht in de stal, of ruimte voor het bouwen van een volière zodat je productiemethode kan switchen naargelang de vraag vanuit de markt”, zegt Maertens, vooruitblikkend op de verschillende eisen die verschillende afzetmarkten zullen stellen. Voor de toekomst verwacht hij een grotere verscheidenheid aan productievormen in de pluimveehouderij. Bij productie met het oog op export is efficiëntie leidend, “samen met kwaliteit en voedselveiligheid want alleen zo kan de Vlaamse pluimveehouderij ondanks een hogere kostprijs toch concurreren met Brazilië”.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Dirk Mertens

Volg VILT ook via