nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.07.2018 Asbestveilig Vlaanderen tegen 2040

Op voorstel van minister Schauvliege gaf de Vlaamse regering groen licht voor de verdere uitrol van het versnelde asbestafbouwbeleid, dat streeft naar een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040. De productie en toepassing van asbest zijn verboden sinds 1998 en 2001, maar toch is nog ongeveer 2,3 miljoen ton asbesthoudende materialen aanwezig in gebouwen en infrastructuur. Zonder ingrijpen verwacht afvalstoffenmaatschappij OVAM dat asbesthoudende producten pas tegen 2070 grotendeels verdwenen zullen zijn. Hoe ouder een asbesttoepassing is, hoe groter het risico wordt en dat wil de overheid niet laten gebeuren.

Recente inzichten en studies tonen aan dat asbesthoudende materialen, zoals golfplaten en isolatie, door verwering en veroudering een risico kunnen vormen voor de bevolking of het leefmilieu. In oktober 2014 werd het versneld asbestafbouwbeleid reeds principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering. OVAM kreeg de opdracht tegen 2018 een actieplan uit te werken op basis van een breed stakeholderoverleg, aanvullende studies en proefprojecten. De verworven inzichten en evaluaties resulteerden in het vrijdag goedgekeurde Actieplan Asbestafbouw.

Het actieplan wil alle risicovolle asbesthoudende materialen doen verdwijnen tegen uiterlijk 2040. De overheid zal hierin een voortrekkersrol spelen en voorbeeldfunctie vervullen. Asbestmaterialen worden onderverdeeld in twee categorieën naargelang de asbest hechtgebonden of niet hechtgebonden is. Deze laatste categorie vormt het grootste risico, maar de bindmiddelen in bijvoorbeeld leien en golfplaten verouderen en verweren. Daardoor kunnen asbestvezels bloot komen te liggen en vrijkomen.

In oudere woningen en in publieke gebouwen zoals scholen is de kans groot dat er asbest aanwezig is, zeker indien geen totaalrenovatie werd uitgevoerd. Op landbouwbedrijven komen grote hoeveelheden asbest voor, voornamelijk als asbestcement in dakbekleding. Geschat wordt dat het om 518.000 ton gaat van de in totaal 2,3 miljoen ton aan asbesthoudende toepassingen in gebouwen.

Het actieplan rust op volgende pijlers: asbestinventarisatie en versnelde verwijdering van risicovolle asbesttoepassingen, ondersteuning van asbestverwijdering, en een voorbeeldfunctie voor de overheid. Tegen 2022 moet bij de verkoop van een gebouw een asbestinventaris worden opgemaakt. Tegen 2032 moet die er zijn voor alle gebouwen van voor 2001. Op de versnelde verwijdering van de meest risicovolle toepassingen wordt 2034 als tijdshorizon en 2040 als deadline gekleefd. De overheid neemt het voortouw in de eigen gebouwen.

De verwijdering van asbest kan een hoog prijskaartje hebben in het geval van niet-hechtgebonden asbesttoepassingen of toepassingen in slechte staat. Daarom voorziet het actieplan in specifieke ondersteuningsinstrumenten voor asbestverwijdering naargelang de doelgroep van gebouweigenaars en de asbestgerelateerde meerkosten. Het is daarnaast ook de bedoeling dat bestaande ondersteuning zoals subsidies en premies voor gebouwrenovaties meer aandacht hebben voor de asbestproblematiek bij de afbraakkosten.

Minister Schauvliege stelt projecten in het vooruitzicht waarbij burgers en lokale besturen zeer voordelig asbest kunnen laten verwijderen of ophalen. OVAM zal naar het voorbeeld van het sectorprotocol met scholen ook andere doelgroepen ondersteuning bieden om de mijlpalen 2034 en 2040 te behalen. De asbestinzameling tegen een sterk gereduceerde prijs zal vergelijkbaar zijn met de ondersteuning die land- en tuinbouwbedrijven in Merksplas genoten in het kader van een proefproject.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via