nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.09.2017 AVBS bepleit verplichte groennorm in de verharde ruimte

Tijdens de ronde tafel in Kruishoutem over groenvoorziening in steden en dorpen presenteerde sectorfederatie AVBS de visie van de siertelers en groenvoorzieners. Vanzelfsprekend is de sector voorstander van meer groen in de stad. Dat groen kan vele vormen aannemen: van kleinschalige groenaanplantingen in de publieke ruimte, gemeenschappelijke tuinzones en grotere stadsparken tot groengevels, groendaken en parkings die groen in plaats van grijs kleuren. AVBS bepleit een ‘groennorm’, een minimum aan groen dat door het ruimtelijk beleid voorgeschreven wordt bij nieuwbouw (verkaveling, industrieterrein, enz.) en bij de herinrichting van een bestaande verharde ruimte.

De handen van siertelers en groenvoorzieners jeuken om aan de slag te gaan met het groener ‘aankleden’ van Vlaamse dorpen en steden. De voordelen van meer groen in een stedelijke omgeving zijn bewezen, onder andere in volgende studies in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos: ‘Daarom Groen! Waarom u wint bij groen in uw stad of gemeente’ en ‘Investeer in Groen, winst verzekerd’. Neem nu de klimaatproblematiek. Groene planten halen door fotosynthese koolstof uit de lucht, en leggen die minstens zo lang als hun levensduur vast. In de stad is er niet de ruimte om grote bossen aan te planten, maar een groot aantal kleinschalige groenelementen kunnen ook een niet te onderschatten bijdrage leveren want net in stad is de concentratie broeikasgassen erg hoog.

AVBS ziet nog meer voordelen: “Groendaken zijn erg effectief in het verlagen van de omgevingstemperatuur en de warmteopname via het dak. Met grote oppervlakten aan groendaken kan het dempende effect in de hele stad behoorlijk zijn. Groengevels verminderen de zonnestraling op buitenmuren en beperken de weerkaatsing van de zon. Dit zorgt ervoor dat de voetpaden en wegen minder warmte opnemen en afgeven, wat op straatniveau verkoeling geeft. Loofbomen zijn aan te raden aan de zonnekant van gebouwen zodat ze in de zomer zonnestraling tegenhouden en in de winter, wanneer ze blad verliezen, meer instraling van de zon toelaten. Groenblijvende bomen zijn ideaal aan de noordkant om in de winter gebouwen af te schermen van de kou.”

Verder zorgt vegetatie voor een natuurlijk geluidsbufferend effect. Hoge bomen kunnen geluidsgolven opvangen terwijl groendaken indirect geluid kunnen absorberen. Er speelt ook een visueel effect want studies hebben aangetoond dat wanneer men de geluidsbron niet kan zien, het geluid minder stoort. Om geluidshinder zoveel mogelijk te reduceren, plaatsen groenvoorzieners de vegetatie best zo dicht mogelijk bij de geluidsbron en met voldoende variatie tussen bodembedekkers, struiken en bomen.

Door fijne stofdeeltjes uit de lucht te filteren, is groen in de stad ook in staat om de luchtkwaliteit te verbeteren. Over het algemeen zijn bomen het meest effectief gevolgd door heesters, kruidachtigen en gras. Wanneer het hevig regent, helpt groen stedelingen om droge voeten te houden. Is er veel verharde ruimte, dan kunnen de riolen het vele water niet slikken met plaatselijk wateroverlast tot gevolg. Door het opvangen en tijdelijk vasthouden van neerslag kan groen er voor zorgen dat de afvoerpiek afvlakt. Vooral begroeiing in volle grond, onverharde bodems en groendaken hebben potentieel om schade door overstromingen te voorkomen. Groendaken bijvoorbeeld houden veel langer neerslag vast dan conventionele daken.

Door alle bovenstaande positieve aspecten (klimaat, luchtkwaliteit, minder geluidsoverlast, enz.) maakt groen van de stad een aangenamer en beter leefmilieu. Een aangenamere omgeving moedigt aan tot bewegen en is goed voor de mentale gezondheid en dat zet op zijn beurt weer aan tot bewegen. Een groene omgeving trekt ook bedrijven aan want het maakt een werkplek aantrekkelijker. Tot slot brengt groen ook mensen samen: stadsparken promoten sociale cohesie en geven ruimte voor recreatie en toerisme. Opdat mensen in hun vrije tijd zouden genieten van groen, is het belangrijk dat groen nabij is en het niet té veel inspanningen vraagt om tot bij de groene omgeving te komen.

Meer redenen heeft sectorfederatie AVBS niet nodig om een verplichte ‘groennorm’ te bepleiten. Een gestructureerde aanpak van de publieke groene ruimte zal het effect van het groen sneller duidelijk maken en zo ten goede komen. AVBS wil dat de groennorm als voorwaarde opgenomen wordt bij het verstrekken van vergunningen zodat een minimum aan groen geïntegreerd wordt bij de aanleg, uitbreiding of herinrichting van verharde ruimtes.

Secretaris Pieter Van Oost verduidelijkt het AVBS-standpunt: “De groennorm is wenselijk op twee niveaus, ten eerste als onderdeel van het planningsproces zodat bij de aanleg van een verkaveling of industrieterrein, of bij grotere infrastructuurprojecten zoals een nieuwe brug of de Oosterweelverbinding plaats ingeruimd wordt voor groen. In fase twee is de groennorm ook van toepassing op de individuele vergunningsaanvrager. Zoals men vandaag rekent met 1,5 tot 1,8 parkeerplaatsen per woning in een verkaveling zo kan men ook cijfers kleven op de wenselijke verharde en vooral niet-verharde oppervlakte binnen een verkaveling.”

Opdat het afvoersysteem niet overbelast zou worden bij hevige regenval waakt de vergunningverlenende overheid, de Europese kaderrichtlijn Water indachtig, er vandaag reeds over dat de verharde oppervlakte geen te groot aandeel inneemt. Dat is voor AVBS niet voldoende want, zo legt Van Oost uit: “In die optiek is een waterdoorlatende bodembedekking met kiezelsteentjes prima, terwijl wij ijveren voor meer groene in plaats van grijze ruimte.” Geen kiezelsteentjes dus, maar wel een grasperkje of een plantje dat het goed doet als bodembedekker bijvoorbeeld. Welke plant waar precies het best tot zijn recht komt, is voer voor professionele siertelers en groenvoorzieners. Als ook zij het niet helemaal zeker weten, kunnen ze beroep doen op de afdeling Groen van het Proefcentrum voor Sierteelt (PCS) in Destelbergen. PCS adviseert over de plantkeuze voor specifieke standplaatsen, de (strooi)zouttolerantie van planten, de plantenkeuze met het oog op de gewenste insectenpopulatie, enz.

“Groenvoorziening in een stedelijke omgeving is maatwerk: de juiste plant op de juiste plaats”, besluit AVBS-secretaris Pieter Van Oost. “Daarom ook vragen we om niet blindelings vast te houden aan streekeigen plantgoed. Op het platteland lukt dat, maar in de steden bieden speciaal daartoe veredelde planten een aantal voordelen. Ze zijn bijvoorbeeld beter bestand tegen strooizout of schaduw, of ze wortelen diep en minder oppervlakkig zodat ze het wegdek niet beschadigen.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: AVBS

Volg VILT ook via