nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Eén persoon op zee stelt tien personen op het land tewerk"
07.11.2017  Barbara Roegiers - Vlaams visserijattaché bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU

Eind oktober raakte bekend dat de Belgische visserijgemeenschap, samen met gemeenschappen uit acht andere Europese lidstaten, een verklaring heeft ondertekend die de visserij hoog op de agenda moet plaatsen tijdens de brexit-onderhandelingen. Want wanneer de Britse wateren dicht zouden gaan voor de Europese vissers, betekent dit dat de Vlaamse vloot meer dan 50 procent van haar omzet kan verliezen. VILT sprak Barbara Roegiers, Vlaams visserijattaché bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Zij voert op hoog niveau mee de onderhandelingen over deze in landbouwmiddens vrij onbekende sector. Nochtans zijn er heel wat parallellen te trekken tussen beide sectoren. “De rendabiliteit van de sector, verjonging, de grote druk van milieu- en andere maatschappelijke organisaties, de continue zoektocht naar meer duurzaamheid en de claim van andere stakeholders op het werkterrein van de vissers vormen net zoals bij landbouw belangrijke uitdagingen voor de visserij”, zegt Roegiers.   

Wat is precies de taak van een visserijattaché die ons land moet vertegenwoordigen bij de Europese Unie?
Barbara Roegiers: Een visserijattaché behartigt de belangen voor visserijdossiers en vormt de verbinding tussen het Departement Landbouw en Visserij en de Europese instellingen. Het doel is om ervoor te zorgen dat de Europese besluitvorming maximaal rekening houdt met de politiek gedragen standpunten en beleidsbeslissingen van Vlaanderen. In de praktijk is de visserijattaché vooral actief binnen de Europese Raad. Zo ben ik woordvoerder in de raadswerkgroepen visserij en adviseer ik ook de bevoegde minister tijdens de Europese ministerraden. Dat betekent dat een visserijattaché de besprekingen over de EU-wetgeving opvolgt van het technische niveau tot op het hoogste politieke niveau. Ik moet er ook voor zorgen dat de informatiedoorstroming naar het Departement Landbouw en Visserij en naar andere beleidsdomeinen optimaal verloopt.

Als het over land- en tuinbouw gaat, verdedigt federaal landbouwminister Denis Ducarme het gezamenlijk standpunt van Vlaanderen en Wallonië. Welke afspraken gelden op dit vlak voor het visserijbeleid?
Visserij is een volledig Vlaamse bevoegdheid. Minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege is dus alleen aan zet op een Visserijraad.

Welke rol heeft Philippe De Backer als federaal staatssecretaris voor de Noordzee dan te spelen?
De bevoegdheden van De Backer en Schauvliege zijn duidelijk afgebakend. Minister Schauvliege onderhandelt in naam van België bijvoorbeeld over de visquota tijdens de decemberraad, ze vertolkt het Belgisch standpunt voor de besprekingen over het meerjarenplan Noordzee en de herziening van de technische maatregelen. Daarbij worden bijvoorbeeld de regels vastgelegd over welke vistuigen gebruikt kunnen worden.
Een staatssecretaris voor de Noordzee legt zich dan weer toe op het marien ruimtelijk plan waarbij hij de diverse belangen in het Belgisch deel van de Noordzee probeert te verzoenen. Ons deel van de Noordzee is druk bevaren en meer en meer moeten Vlaamse vissers rekening houden met andere actoren op zee, zoals defensie, natuur, zandwinning, scheepvaart, windturbineparken, pijplijnen en kabels, enz. In al dat gedrum om ruimte op zee moet er iemand ook zorgen dat de visgronden zoveel mogelijk gevrijwaard blijven en daar heeft het Departement Landbouw en Visserij opnieuw een rol te spelen.

Wat stelt de visserijsector in eigen land eigenlijk economisch voor?
De globale aanvoer bedroeg in 2016 24.583 ton. Dat is 9,3 procent meer dan het jaar voordien. De aanvoerwaarde van de vis steeg nog sterker tot 93,3 miljoen euro (+14%). Met 65 actieve vaartuigen is de Vlaamse vloot vrij klein, maar wel actief in een groot gebied. Ons land telt in totaal 363 erkende vissers. Maar we mogen niet vergeten dat er een hele keten verbonden is aan deze Vlaamse vissersvloot, van toeleveringsbedrijven tot en met de verwerkende sector. In België zou het gaan om 271 bedrijven die zich vooral rond de havens van Zeebrugge en Oostende situeren. Al zijn er ook enkele in de Brusselse regio. Meestal wordt gezegd dat één persoon op zee tien personen aan land tewerkstelt.

Welke lidstaten hebben een grote vissersvloot en voeren dus met andere woorden het hoogste woord op de Europese Visserijraden?
Vooral Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn zeer actief, al moet gezegd worden dat het Verenigd Koninkrijk sinds de brexit zich wel wat terughoudender opstelt. Maar ook kleine landen zoals Denemarken laten zich horen. Dat is niet verwonderlijk, want dat land vangt bijna 14 procent van het totale volume in de EU. Het gaat vooral om wat we de industriële soorten, zoals zandspiering, en de pelagische soorten, zoals haring en sprot, noemen. De Belgische vloot focust zich meer op waardevolle soorten zoals tong, zeeduivel, tarbot, griet, enz. Al is schol in volume ook een belangrijke vissoort. Ondanks de kleine Belgische vissersvloot betekent het niet dat ons land zich afzijdig houdt in de Visserijraad. Integendeel zelfs, want de Vlaamse vloot heeft een grote actieradius die van Noorwegen tot de Golf van Biskaje reikt.

kaart zeeën Europa NL_geVILT.jpg

Naar de Visserijraden kijken we vooral uit wanneer de quota voor visvangst op de agenda staan. Waarom wordt er politiek onderhandeld over die quota terwijl er een wetenschappelijk advies is dat het optimum aanduidt?
Bij landbouw weet men exact hoeveel koeien of varkens er in Vlaanderen zijn, maar voor de visserijbestanden ligt dat moeilijker. Het gaat eerder om ‘best mogelijke schattingen’. Daarvoor baseert men zich op de wetenschappelijke adviezen van ICES (International Council for the Exploration of the Sea). Ons eigen Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) levert een bijdrage voor deze ICES-adviezen.
De ‘best mogelijke adviezen’ vormen de basis voor de politieke onderhandelingen. Aan de vastlegging van de quota op de Visserijraad gaan er weken en maanden van intensieve voorbereidingen vooraf. De wetenschappelijke adviezen worden geanalyseerd en er wordt bestudeerd welke impact die adviezen hebben op socio-economisch vlak. De laatste jaren heeft ook de invoering van de aanlandingsplicht een impact op de vaststelling van de quota. Bovendien worden alle stakeholders tijdens deze voorbereidingen geraadpleegd. Daarna is het de beurt aan de politieke besluitvorming. Die zorgt ervoor dat al deze elementen nauwkeurig worden afgewogen bij het vaststellen van de quota. De onderhandelingen worden meestal gespreid over twee dagen en de laatste dag wordt er vaak tot in de vroege uurtjes gedebatteerd. Al moet het gezegd dat de onderhandelingen de laatste jaren iets gemakkelijker verlopen nu vele visbestanden het vrij goed doen.

In de aanloop naar de onderhandelingen over de quota lieten de reders al meermaals uitschijnen dat hun ervaringen op zee een groter visbestand doen vermoeden dan wetenschappers meten. Kunnen zij gelijk hebben?
De ervaring van reders kan inderdaad een graadmeter zijn, maar dat is het niet altijd. In bijvoorbeeld het project ‘Ierse Zee’ van de Vlaamse overheid en ILVO, in nauwe samenwerking met de sector, werd aangetoond dat het tongbestand in dit gebied het toch niet zo goed deed als vissers aangaven en de wetenschap dus gelijk had. Wellicht kregen de vissers een vertekend beeld omdat ze visten in gebieden waar de tong wel nog veel voorkwam. Ondertussen is er al enkele jaren een verbod op de gerichte tongvisserij in de Ierse Zee zodat het bestand zich kan herstellen.
Bij een ander voorbeeld, de schol in de Noordzee, zien we dan weer dat de bevindingen van de vissers wel correct waren toen zij een veel grotere biomassa vaststelden. Dit werd later door de wetenschap bevestigd. Wetenschappelijke adviezen zijn immers gebaseerd op modellen waardoor er wat vertraging kan opzitten. Ondertussen werden de toegekende quota voor dit bestand dan ook naar boven bijgesteld.

Vanuit Europa ging er vorig jaar 57,4 miljard euro naar het landbouw- en plattelandsbeleid. Hoeveel Europese middelen krijgt de visserijsector?
Voor de hele periode 2014-2020 gaat het om een portefeuille van 5,7 miljard euro. Heel wat minder dus dan wat er naar landbouw en platteland gaat. Ons land krijgt daaruit 41,7 miljoen euro, opgesplitst in 5,7 miljoen euro voor Wallonië, voornamelijk voor aquacultuur, en 36,3 miljoen euro voor Vlaanderen. Specifiek voor 2017 heeft Vlaanderen een enveloppe van bijna zes miljoen euro Europese middelen, aangevuld met ongeveer drie miljoen euro Vlaamse middelen, voornamelijk uit het FIVA, het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector.

Hebben de lidstaten bij de implementatie van het visserijbeleid manoeuvreerruimte? Zo ja, welke accenten legt Vlaanderen dan?
Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid legt de verantwoordelijkheid voor het quotabeleid bij de lidstaten. De Vlaamse overheid heeft er in het verleden steeds voor geopteerd om de quota gemeenschappelijk te beheren. In Nederland gebeurt dat bijvoorbeeld individueel, per vaartuig. Bovendien slaagt Vlaanderen erin om door intense quotaruilen met andere lidstaten de vangstmogelijkheden voor de eigen vloot te maximaliseren.
Daarnaast heeft de Vlaamse overheid ook een maatschappelijk convenant, ‘Visserij verduurzaamt’ afgesloten met de sector. Daarin zitten de krijtlijnen vervat voor de transitie naar een duurzame visserij. Zij kaderen in het bereiken van de duurzaamheidsdoelstellingen die in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid staan.
Andere zaken zijn dan weer Europees vastgelegd, zoals de maaswijdte van de netten. Die Europees vastgelegde maatregelen zijn erop gericht om een gelijk speelveld te creëren tussen de verschillende lidstaten. Ook controles op zee gebeuren vaak gemeenschappelijk.

visserij vissersboot_Dep L&V.jpg

Klopt onze indruk dat de uitdagingen voor landbouw en visserij gelijklopend zijn: de rendabiliteit van het beroep, de verduurzaming van de sector en de maatschappelijke eisen zoals milieu-, natuur- en klimaatbescherming?
De visserij heeft zwarte jaren gekend, maar gelukkig gaat het de laatste jaren beter. Dat is vooral te danken aan vrij goede visprijzen en lage gas- en olieprijzen. De sector heeft de laatste jaren ook zwaar geïnvesteerd in duurzame visserijtechnieken. Zo worden lichtere vistuigen gebruikt en wordt er met een grotere selectiviteit gevist door bijvoorbeeld grotere mazen te gebruiken. De Vlaamse vloot is de laatste decennia bovendien sterk in capaciteit verminderd. Al deze inspanningen, die vaak minder goed gekend zijn bij het grote publiek, zijn geen eindpunt. Het blijft een continue zoektocht, samen met de sector en ILVO, hoe we de vraag naar meer verduurzaming kunnen invullen. Ook bij de vissers neemt het bewustzijn hierrond sterk toe.
Maar er zijn ook andere parallellen met de landbouwsector. Zo ondervinden ook de vissers steeds meer concurrentie van andere actoren op hun werkterrein: windmolenparken, zandwinning, natuur, defensie, enz. Bepaalde gebieden op zee worden bijvoorbeeld afgesloten omdat het natuurgebieden of windmolenparken geworden zijn. De visserijsector komt dus steeds meer in het defensief wat betreft het eigen actieterrein, iets wat landbouwers maar al te goed kennen.
Een andere gelijklopende uitdaging is het verzekeren van verjonging en opvolging binnen de sector. Het blijft voor vissers moeilijk om goed opgeleide bemanning te vinden. Vlaanderen heeft daarom het Fonds voor Scheepjongeren opgericht, waarbij er een tegemoetkoming wordt gegeven om jongeren het beroep aan boord te leren. Visser is bovendien een gevaarlijk beroep, hoewel er heel wat regels zijn om de werkomstandigheden aan boord te verbeteren en de veiligheid te optimaliseren. In ons land ondervindt de visserijsector ook een grote concurrentie van de baggersector in het aantrekken van jonge werkkrachten. Daardoor zijn de lonen van vissers in België vrij hoog. Sinds 2003 bestaat er ook een wet die inkomenszekerheid voor zeevissers waarborgt.

In de landbouw zie je twee tendensen: Sommige landbouwers kiezen voor schaalvergroting, anderen willen via verbreding en korte keten hun inkomen veiligstellen. Welke trends ontwaar jij in de visserij?
In Vlaanderen zijn de rederijen heel klein, meestal bezitten ze maar één vaartuig. In andere lidstaten zie je wel dat er grotere rederijen zijn. Je hebt enerzijds vissers die zich toeleggen op de kustvisserij en anderzijds de grootvlootvissers die heel wat verder varen. De opvallendste trend van de laatste jaren is de verduurzaming. De hele sector engageerde zich met het convenant ‘Visserij verduurzaamt’ in het duurzaamheidsverhaal.
Op vlak van technieken zien we dat de interesse in de pulstechnologie toeneemt. Bij de pulstechnologie worden lichte elektrische pulsen gegeven om de vissen op de bodem van de zee op te schrikken zodat ze in de netten kunnen gevangen worden. Momenteel is de puls volgens EU wetgeving nog een verboden tuig, maar het is wel toegelaten om met deze technologie te experimenteren voor wetenschappelijke doeleinden. In Nederland zien we dat bijna alle boomkorren intussen vervangen zijn door pulsvaartuigen. In Vlaanderen bekijken we momenteel hoe we een project hierover kunnen opstarten in samenwerking met ILVO dat al heel wat kennis hierover heeft vergaard.

pulsvisserij_geVILT.jpg

De aanlandplicht is bij vissers nog altijd niet verteerd. Welke houding meet Vlaanderen zich aan? Denken sector en beleidsverantwoordelijken er bij ons hetzelfde over?
De aanlandingsverplichting is inderdaad een belangrijke uitdaging voor de sector. Niet alleen bij ons, maar ook in de andere lidstaten. Gelukkig wordt deze verplichting gefaseerd ingevoerd zodat de visserijsector tijd heeft om zich aan te passen. Het doel van de aanlandingsverplichting is het visgedrag te veranderen. Bij de publieke opinie was immers ophef ontstaan rond het teruggooien van de bijvangst in zee. Dit werd gezien als verspilling, hoewel niet elke vis die werd teruggegooid in zee dood is.
Voorlopig lijkt de aanlandplicht nog niet voor grote problemen te zorgen, maar vanaf 1 januari 2019 moet die volledig worden toegepast. We zijn nu maximaal op zoek naar werkbare oplossingen. Het is echter een heel complex verhaal, zeker in de gemengde visserij. We willen absoluut vermijden dat de visserij vroeg in het jaar volledig moet worden stilgelegd doordat één quotum al volledig is uitgeput.

Een ander zwaard van Damocles boven het hoofd van de Vlaamse vissers hangt, is de brexit. De Britten hebben laten weten dat ze zich willen terugtrekken uit het visserijakkoord dat onder meer Vlaamse reders toelaat om voor de Britse kust te vissen. Is het boeken dicht voor onze visserijsector als het effectief zover komt?
Op 3 juli heeft het Verenigd Koninkrijk inderdaad laten weten dat het zich uit de visserijconventie van Londen uit 1964 wil terugtrekken. Deze visserijconventie bepaalt dat Europese vissers binnen zes tot twaalf mijl van de Britse kust mogen vissen. Deze toegang is vooral belangrijk voor het Vlaamse kleinvlootsegment. Er gaat nu een opzegperiode in van twee jaar. Dit is volgens de Britse minister voor Milieu, Voedsel en Plattelandszaken een eerste stap in de globale onderhandelingen over een nieuw visserijakkoord. Tijdens die onderhandelingen zal de toegang tot de Britse wateren in zijn geheel, dus 200 mijl vanaf de Britse kust, op tafel liggen. De volledige Vlaamse vloot is voor meer dan 50 procent afhankelijk van de toegang tot de Britse wateren.
Voorlopig is visserij nog geen item op de onderhandelingstafel. De discussie gaat voorlopig vooral over de rechten van de burgers, het financiële luik en ook de relatie met Noord-Ierland. Wanneer hierover voldoende vooruitgang is geboekt, kan ten vroegste in december de tweede fase starten waarbij onderhandeld zal worden over de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk. Pas in deze fase komt de visserij aan bod.
Hoewel het momenteel nog onduidelijk is, welke vragen de Britten over visserij naar voor zullen schuiven, wil de Vlaamse en Europese sector toch klaar zijn voor de onderhandelingen. Daarom hebben zij de ‘European Fisheries Alliance’ opgericht. Deze speelt een belangrijke rol bij de sensibilisering van alle betrokken partijen voor de specifieke uitdagingen voor de visserij in de brexit onderhandelingen. Uiteraard volgt het beleid de ontwikkelingen hier ook zeer nauw op in samenwerking met de Vlaamse, federale en Europese onderhandelaars. Het is belangrijk dat we een akkoord kunnen sluiten over de visserijactiviteiten tussen de EU en Groot-Brittannië waarbij de toekomst van onze vissers verzekerd is.  

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Departement Landbouw & Visserij

Volg VILT ook via