nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.01.2019 Bekende toxicoloog vertrouwt op residulimiet pesticiden

Voor de jaarwisseling brachten de mensen achter het vakblad Fruit telers en sectorverantwoordelijken samen in Sint-Truiden, het kloppend hart van de fruitteelt in Vlaanderen. Als gespreksthema werd gekozen voor ‘residuvrij telen’ omdat de grootwarenhuizen zo angstig zijn voor antireclame door pesticidenresiduen dat ze fruittelers alsmaar vaker hogere eisen opleggen dan de wettelijke. Toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) objectiveerde de discussie, onder meer door het verschil uit te leggen tussen gevaar en risico. Hij sprak ook zijn vertrouwen uit in de door wetenschappers bepaalde en door de wetgever vastgelegde maximale residulimieten (MRL's) die de consument vrijwaren van enig negatief gezondheidseffect.

Om zeker te zijn dat sporen van gewasbeschermingsmiddelen op fruit de gezondheid niet schaden, bestaan drempelwaarden die veilig bevonden zijn door wetenschappers. Om het geweten van de kritische consument te sussen, zouden supermarkten nog liever fruit in het schap leggen dat volledig residuvrij is. Niet noodzakelijk biologisch, al kan dat natuurlijk een mogelijke uitkomst zijn. Liefst van al zou de retail ook van ‘gangbaar’ geteeld fruit bekomen dat de bespuitingen tegen ziekten en plagen geen sporen achterlaten op de appels of peren die de consument in het winkelrek kiest. Zie maar de nieuwe appelvariëteiten die Colruyt met de medewerking van enkele grote fruittelers zelf in de markt zet met als claims ‘op smaak getest’ en ‘residuarm, en zo mogelijk zelfs residuvrij’.

Hoe haalbaar is dat eigenlijk voor de producenten, residuvrij fruit telen? “Voorlopig is dat een brug te ver”, denkt toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven). “In een ideale wereld kan landbouw zonder pesticiden, maar voorlopig is dat toekomstmuziek. De sector heeft de morele plicht om de wereld te voeden en dat lijkt momenteel geen realistische opgave zonder gewasbescherming. Bovendien moet de landbouwactiviteit de boer ook toelaten om zijn boterham te verdienen.” Veel belagers liggen op de loer om aan de opbrengst en het inkomen van de boer te knabbelen: knaag- en andere wilde dieren, insecten, pathogenen allerhande, enz.

Wat vandaag een brug te ver lijkt, kan morgen misschien wel een optie zijn dankzij voortschrijdende kennis en technologie. Tytgat verwijst in dat verband naar de transitie die bepleit wordt door de Franse denktank IDDRI. “Zij schreven aan een scenario van agro-ecologische landbouw met minder gewasbescherming en minder dierlijke productie.” Vandaag schaart de biosector zich achter agro-ecologie als landbouwmodel, terwijl de ‘gangbare landbouw’ het spoor volgt van ‘meer doen met minder’ om de milieudruk naar beneden te brengen. De Leuvense toxicoloog drukt zijn bewondering uit voor alle telers, vanwege de uitgebreide kennis die zij tentoonspreiden. Dat geldt ook voor de bespuitingen die zij uitvoeren, waarbij zij het juiste middel in de juiste dosering moeten toepassen en zich bewust moeten zijn van de risico’s voor gezondheid en omgeving.

Wie naar Jan Tytgat luistert, komt tot het besef dat er gezondheidsrisico’s gepaard gaan met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Anderzijds leer je ook dat die risico’s door wetenschappers gekwantificeerd zijn en door een juist gebruik perfect beheersbaar zijn. Om begripsverwarring te vermijden, spijkert de professor eerst de woordenschat van leken bij: “Toxiciteit is de giftigheid van een levensvreemde stof. Acute toxiciteit is de giftigheid door een korte blootstelling. Duurt het langer dan twee weken, dan is de blootstelling en de gezondheidsschade die daaruit kan voortvloeien (sub)chronisch. De dosis van een stof, uitgedrukt in mg product per kilo lichaamsgewicht, waarbij 50 van de 100 proefdieren sterven is de ‘lethale dosis 50’, kortweg ‘LD50’.”

Wees gerust, die LD50 is niet de norm waaraan residuen van gewasbeschermingsmiddelen afgemeten worden. Daarvoor worden veel strengere MRL’s gebruikt, dat zijn de maximale residulimieten. Alvorens daar dieper op in te gaan, wil professor Tytgat de begrippen ‘risico’ en ‘gevaar’ toelichten. “Een risico is het gevolg van de blootstelling aan een bepaald gevaar. Hoe nonchalanter een gebruiker omgaat met pesticiden hoe groter het risico. Ik maak vaak de vergelijking met een dierentuin. Elk wild dier daar is een gevaar, maar zolang de kooien dicht blijven is het risico klein.”

Het vak van professor Tytgat, toxicologie, gaat over het inschatten van de risico’s. “De dosis van een gif waaraan iemand blootgesteld wordt, is daarbij een heel belangrijke factor. Evenals het besef dat een trend of correlatie in de data niet noodzakelijk wijst op een causaal verband. Wanneer wetenschappers een MRL voorstellen, dan is daar zeer goed over nagedacht. Hoe groter de onzekerheid in de data, hoe meer voorzichtigheid ingebouwd wordt. Zo wordt de MRL met een factor tien verkleind omdat de ene mens de andere niet is, en gebeurt dat bijvoorbeeld nog tweemaal omdat er enkel proefdiergegevens zijn en de data enkel betrekking hebben op een niet-chronische blootstelling.”

Toxicologie blijft moeilijk verstaanbaar voor de buitenwereld. Tijdens de fipronilcrisis in de leghennenhouderij liep het op vlak van communicatie helemaal mis. Jan Tytgat legt uit waar precies: “MRL wordt uitgedrukt in hoeveelheid van een pesticide per kilo product en niét per kilo lichaamsgewicht van de consument. Daarover bestond toen verwarring.”

De wettelijke MRL’s zijn zo laag dat iemand al onnoemelijk veel van een lichtjes gecontamineerd voedingsproduct moet eten alvorens er een schadelijk effect voor de gezondheid optreedt. In die optiek stelt de toxicoloog zich vragen bij de houding van de supermarkten. Hun eisen inzake gewasbescherming zijn vaak nog een tikkeltje strenger dan de wettelijke residulimieten. “Als averechts effect zou dat kunnen hebben dat ziekten en plagen sneller resistent worden omdat telers niet altijd meer adequaat kunnen ingrijpen”, waarschuwt de Leuvense professor.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Bayer Forward Farming

Volg VILT ook via