nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

31.05.2019 BelFertil reageert op verdachtmaking van kunstmest

Kort voor en na de goedkeuring van het zesde mestactieplan werd in de krant De Standaard eerst dierlijke mest een kwalijke geur toegeschreven en vervolgens kunstmest op de korrel genomen. “Bijna de helft van de kunstmest die landbouw gebruikt, is illegaal”, stond er te lezen. Peter Jaeken, die namens BelFertil de belangen van de minerale meststoffenindustrie verdedigt, stoort zich aan de stemmingmakerij: “Ten eerste is al die kunstmest legaal op de markt. Ten tweede, wat de gebruikte hoeveelheden betreft wil de overheid met een nieuwe registratieplicht het verschil tussen twee datasets wegwerken. Boekhoudgegevens gaven reeds een vrij accuraat beeld van het kunstmestgebruik en de cijfers van de Mestbank zullen daar in de toekomst dichter bij aansluiten.” Ondanks de extra administratie op het niveau van handel en gebruiker betwist Jaeken de registratieplicht niet, maar hij wijst er wel op dat handhaving, kennisondersteuning en innovatie op bedrijfsniveau voor de waterkwaliteit effectiever is.

Woordgebruik kan heel verwarrend wezen, vooral wanneer de lezer achtergrondinformatie mist. “Fraude met kunstmest is nog groter dan met dierlijke mest. Bijna de helft van de kunstmest die de landbouw gebruikt, is illegaal”, kopte De Standaard. Het woord ‘illegaal’ slaat hier op gebruik van kunstmest dat mogelijk niet aangegeven is bij de Mestbank. Anders valt moeilijk te verklaren waarom er zo’n groot verschil zit op de kunstmestaankopen door 700 landbouwers die hun boekhoudgegevens delen met de overheid en het gebruik van kunstmest dat alle Vlaamse landbouwers dienen aan te geven bij de Mestbank.

Bij BelFertil, de Belgisch-Luxemburgse vereniging van de minerale meststoffenproducenten, vreest men imagoschade omdat menig lezer kan gedacht hebben dat ‘illegaal’ op de kunstmest zelf sloeg. Het op de markt brengen van kunstmest is onderworpen aan strenge Europese regelgeving. De federale overheden zien er op toe. Niets wijst er naar verluidt op dat niet-erkende of anderszins illegale meststoffen een probleem vormen op de Belgische markt.

Volgens Peter Jaeken, secretaris-generaal van BelFertil, had de boodschap er meer sec en correct als volgt uitgezien: “De overheid wil een beter beeld krijgen van alle nutriëntenstromen op een landbouwbedrijf, dus ook kunstmest. Administratief wordt het kunstmestgebruik nu opgevolgd via het boekhoudnetwerk van 700 landbouwers enerzijds, en de aangifte die landbouwers zelf doen bij de Mestbank anderzijds. Het resultaat van deze twee meetmethodes ligt sterk uiteen. Om dit te verhelpen, werd met het zesde mestactieplan een meer sluitende en eenvormige manier van registratie afgesproken.”

“We voelen ons niet geviseerd”, aldus Jaeken, “want we zijn nooit tegen registratie geweest.” Die komt er nu zowel op het niveau van de handel als op het niveau van de gebruikers. De secretaris-generaal meent wel dat een Europese aanpak beter ware geweest omdat het vooral gaat om minerale meststoffen die met Europees keurmerk in gans Europa kunnen verhandeld en gebruikt worden.

Registratie op Vlaams niveau zal nooit een sluitend beeld geven zodat de verhoogde administratieve controle handhaving op het terrein niet minder nodig zal maken. “Eén van onze leden-kunstmestfabrikanten kan een partij minerale meststoffen aan een Waalse handelaar verkopen, waarna een deel van die kunstmest nog altijd bij Vlaamse eindgebruikers kan terechtkomen.” Meststoffen worden over de taalgrens én over landsgrenzen verhandeld, om nog maar te zwijgen van de Vlaamse landbouwer die kunstmest bij de deur koopt en een deel daarvan toepast op gronden in Wallonië, Nederland of Frankrijk.

“Met maatregelen op macroniveau ga je met andere woorden nooit het probleem kunnen aanpakken van individuele landbouwers die de maximale bemestingsnorm met de voeten treden”, concludeert Peter Jaeken. “Daarvoor is handhaving nodig. Daarnaast is extra aandacht nodig voor gekende problemen.” Van dat laatste geeft hij enkele voorbeelden. “In de glastuinbouw spelen bedrijven met een verouderde infrastructuur – zonder zuivering en recirculatie van drainwater – de waterkwaliteit parten.

In de akkerbouw brengt de uitbreiding van aardappelteelt het risico met zich mee dat nutriënten afspoelen op hellende percelen. In de vollegrondsgroenteteelt geeft de late stikstofbemesting die nodig is voor het mooi donkergroen kleuren van de prei problemen met het nitraatresidu. Aan al die pijnpunten wordt reeds gewerkt – denk aan de introductie van drempelvormers op aardappelplantmachines en andere anti-erosiemaatregelen of investeringssteun op vlak van infrastructuur.”

Tot slot drukt Jaeken de hoop uit dat het nodige overleg voorafgaat aan de invoering van de registratieplicht voor kunstmest zodat het een werkbaar systeem wordt. En hij hoopt van harte dat landbouwers niet nog een keer collectief afgeschilderd worden als fraudeurs “want zo helpen we de waterkwaliteit heus niet vooruit”.

Op het moment dat de BelFertil-topman tijd maakte voor VILT was hij onderweg naar een conferentie over de nieuwe Europese meststoffenrichtlijn. “Makkelijker wordt het er voor de gebruikers niet op”, analyseert Jaeken. “Er komt een veel grotere diversiteit aan meststoffenproducten, zowel minerale als organische, op de markt. De tijd lijkt voorbij dat boeren hun bemestingsschema standaard zullen baseren op goed gekende basisproducten zoals KAS-27. Je kan de richtlijn vergelijken met een kookboek met een ingrediëntenlijst waaruit meststoffenfabrikanten recepten kunnen kiezen en aanpassen. Het etiket van een product lezen wordt belangrijker, net als professionele ondersteuning bij het gebruik. Het lijkt dan ook aangewezen dat boeren en tuinders hun kennis over bodem en bemesting bijspijkeren.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via