nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.02.2016 Belgisch-Luxemburgs bedrijf bezet omwille van landroof

Tientallen burgers en vertegenwoordigers van enkele Belgische ngo’s hebben woensdag in Brussel het hoofdkantoor van de Belgisch-Luxemburgse groep Socfin met een hark of spade in de hand bezet. Met deze symbolische actie spreken de deelnemers hun ongenoegen uit over de agressieve uitbreidingspolitiek die Socfin voert op wereldschaal. “Die uitbreiding gaat ten koste van de lokale gemeenschappen. “Hun gronden, voornamelijk aangewend voor familiale landbouw, worden ingenomen met steun van nationale en lokale overheden. Dat is landroof en dat pikken we niet”, klinkt het.

Socfin, voluit ‘Société Financière des Caoutchoucs’, is een Belgisch-Luxemburgs bedrijf uit de agro-industriële sector dat gespecialiseerd is in het verbouwen van palmolie en rubberbomen. Dankzij een groeiende vraag naar palmolie wereldwijd, kon Socfin haar plantages uitbreiden in een tiental landen in Afrika en Azië. Momenteel beheert de groep plantages met een totale oppervlakte van meer dan 180.000 hectare. “Dat komt ongeveer overeen met 4.500 Belgische landbouwbedrijven van gemiddelde oppervlakte”, legt FIAN uit, één van de ngo’s die zich achter de actie tegen Socfin schaart.

De uitbreiding van het bedrijf gaat volgens de actievoerders ten koste van de lokale gemeenschappen. Hun gronden worden ingenomen en ze worden daarbij niet geconsulteerd. “Het resultaat is dat de lokale boeren hun voornaamste bron van levensonderhoud verliezen, in ruil voor een erg lage financiële vergoeding. Zo laag zelfs dat ze vaak gedwongen zijn om onder erbarmelijke omstandigheden voor het bedrijf te werken dat hen van hun grond beroofde. Dit soort situaties ontaardt vaak in sociale conflicten en landbetwisting”, luiden de ngo’s de alarmbel.

Dat gebeurde in 2011 nog in Sierra Leone. Socfin sloot er via haar dochteronderneming Socfin Agricultural Company Ltd. een huurcontract met de overheid voor 6.500 hectare in het gebied Malen. “Vanaf het begin was er verzet van de lokale gemeenschappen die zich verenigd hadden in de organisatie MALOA, maar dat heeft Socfin er niet van weerhouden om haar plantages uit te breiden tot 12.000 hectare. Er werden regelmatig conflicten gerapporteerd tussen het bedrijf en de lokale bevolking, maar elke vorm van verzet werd systematisch onderdrukt. Op 4 februari werden zes lokale leiders van MALOA veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf tot zes maanden wegens samenzwering, aanzetting tot een misdrijf en vernietiging van 40 palmbomen”, beweren de actievoerders.

Hoewel een internationale alliantie van gemeenschappen die zich rondom de plantages van Socfin bevinden, al in 2013 deze mistoestanden aan de kaak stelde, gaf het bedrijf geen gehoor aan de eisen van de alliantie. “Het is in die context dat wij vandaag actie voeren bij Socfin en eisen dat het bedrijf zijn landroofpraktijken aan banden legt. We vragen dat Socfin in dialoog treedt met de internationale alliantie om samen tot vreedzame oplossingen voor de gestelde conflicten te komen. We willen ook dat de Belgische autoriteiten hun verantwoordelijkheid opnemen en controle uitoefenen op de activiteiten van Socfin in het buitenland”, luidt.

Tegelijk met de actie bij Socfin brengt milieuorganisatie Greenpeace ook een rapport uit over de ontbossingspraktijken van het bedrijf. “Socfin weigert in zijn concessies een zogenaamd nulontbossingsbeleid te voeren voor alle gebieden met koolstofrijke bossen. Daarmee gaat het bedrijf lijnrecht in tegen de positieve dynamiek die de laatste jaren op gang gekomen is in de sector. Ook voor de consumenten die niet langer willen bijdragen aan ontbossing en klimaatverandering is de houding van het bedrijf een aanfluiting. Ook de Wereldbank benadrukt dat Socfin niet beantwoordt aan de goede praktijken van de internationale sector op het vlak van sociaal en milieubeheer”, aldus Greenpeace.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via