nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.01.2019 Belgische agrobusiness exporteert vooral dicht bij huis

In 2017 hadden landbouw- en aanverwante producten een aandeel van 11 procent in de totale Belgische invoer en van 12 procent in de uitvoer, telkens uitgedrukt in waarde. Volgens de Nationale Bank heeft Vlaanderen een aandeel van 83 procent in de import en 85 procent in de export van agrohandelsproducten. Exporteren doen we vooral naar onze buurlanden (57%) en in tweede instantie (25%) naar de andere landen van de EU-28. Aan het Belgisch varkensvlees voor China en het fruit voor India wordt veel aandacht besteed, maar verre export is dus eerder de uitzondering dan de regel. Dat leert het nieuwe Landbouwrapport van het Departement Landbouw en Visserij.

Vlaanderen heeft een open internationale economie, en dat geldt zeker voor de agrovoedingsindustrie. Binnen Europa bekleedt België een vooraanstaande positie in de agrohandel, voornamelijk dankzij Vlaanderen. Agrohandelsproducten zijn breed te begrijpen: alle producten geproduceerd en/of verwerkt in het agrobusinesscomplex vallen hieronder. Het gaat om landbouwproducten, voeding (inclusief dranken), maar ook niet-voeding: agro-industriële producten als meststoffen, landbouwmateriaal of veevoeders. Samen maken al deze producten 11 procent van de totale Belgische invoer uit, en 12 procent van de totale uitvoer.

De invoer van agrohandelsproducten heeft een waarde van 38,5 miljard euro, de uitvoer is goed voor 45 miljard euro. Het Belgische agrohandelsoverschot bedraagt dus 6,5 miljard euro. Zaken doen we vooral met leveranciers en afnemers in de buurlanden (57% voor zowel import als export), in Nederland (26%) in het bijzonder. Nog eens een kwart van de export is bestemd voor andere landen van de EU-28. Slechts 18 procent van alle export, uitgedrukt in waarde, heeft een verre bestemming buiten de Europese Unie.

De Belgische agro-export bestaat voor een belangrijk deel uit geïmporteerde producten die hier al dan niet worden verwerkt en vervolgens weer worden geëxporteerd (wederuitvoer). Zowel de export als de import neemt toe. Over de gehele beschouwde periode (2008-2016) heeft België een positieve agrohandelsbalans. Vooral de dierlijke producten en agro-industriële producten dragen bij tot het positieve saldo, met een overschot van respectievelijk 2,1 en 1,9 miljard euro. Ook akkerbouw en andere producten hebben een positief saldo, respectievelijk van 1,6 en 1 miljard euro. Tuinbouw is een zeer exportgerichte sector, maar toch is er voor tuinbouwproducten een tekort op de handelsbalans van 133 miljoen euro, onder andere door de invoer van exotisch fruit.

Op EU-niveau is België de vijfde belangrijkste landbouwexporteur met een aandeel van 8 procent in de totale agrarische uitvoer van de EU-28. Landen die beter doen, zijn Nederland (17%), Duitsland (15%), Frankrijk (11%) en Spanje (9%). België is ook verantwoordelijk voor 7 procent van de totale invoerwaarde van alle landen van de EU-28 samen. Ons land komt hier na Duitsland (17%), Nederland (12%), Frankrijk (11%), het Verenigd Koninkrijk (10%) en Italië (9%). Het land met veruit het grootste agrohandelstekort is het Verenigd Koninkrijk met een negatief saldo van 28 miljard euro. Wat de Brexit voor de handel in landbouw- en voedingsproducten gaat betekenen, is nog altijd niet duidelijk. Voor België is het Verenigd Koninkrijk met 8 procent de vierde belangrijkste Europese exportmarkt na Duitsland, Frankrijk en Nederland. De export van voedingsproducten over het kanaal is goed voor 10 procent van onze totale uitvoer aan voedingsproducten.

Meer info: Landbouwrapport 2018 & Agrohandelsrapport 2018

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via