nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

07.07.2015 Belgische 'energiewende' ingezet in Bocholt en Malempré

Als we aandachtiger rond ons kijken, zouden we misschien beseffen dat we omringd worden door biomassa die fossiele brandstoffen (deels) kan vervangen. In twee gemeenten zijn de ogen al opengegaan: Bocholt en Malempré. Daar groeide het inzicht dat houtsnippers een ideale energiebron zijn aangezien het hier om hernieuwbare energie gaat (hakhout groeit terug, nvdr.) en het lokaal geproduceerd kan worden door landbouwers die vaardig omgaan met de oogstmachines. Het snoeihout van 150 meter houtkanten volstaat om een woning een jaar lang te verwarmen. Op uitnodiging van Coopburo, de coöperatieve dienstverlener van Cera, trok een groep geïnteresseerden naar het Waalse dorpje Malempré. De plaatselijke landbouwers hebben de andere inwoners overtuigd om aan te sluiten op een warmtenet dat immuun is voor de prijsschommelingen van fossiele brandstoffen.

Nu fossiele brandstoffen steeds meer van hun aantrekkingskracht verliezen, zoeken we voortdurend naar alternatieve hernieuwbare energiebronnen. Eén daarvan groeit bijna onder onze neus, namelijk hout dat vrijkomt uit het beheer van houtkanten. Onze voorouders waren zich daar beter van bewust dan wijzelf. Voor de Tweede Wereldoorlog verzamelde men het hout uit de omliggende houtkanten in ‘mutsaarden’, als brandhout voor de oven. Om de acht tot tien jaar werden de houtkanten gekapt. In de naoorlogse periode ging het gebruik van houtkanten verloren door de opkomst van andere energiebronnen.

Een lokale houtsnipperkachel kan nochtans hernieuwbare energie opwekken tegen een stabiele en eerder lage kostprijs. De houtkanten worden cyclisch geoogst. Versnipperen is meestal de efficiëntste verwerking van het hout dat vrijkomt. Na een tweetal jaar is gekapt hout alweer manshoog, na zo’n tien jaar is het opnieuw kaprijp. Het oogsten is perfect verenigbaar met de ecologische waarde van houtkanten. Geïnspireerd door het Europees project TWECOM dat vier Vlaamse partners telt, hebben de boeren in Bocholt zich verenigd met het oog op een georganiseerd beheer van de houtkanten. In Bocholt staan 100 kilometer houtkanten, voldoende om jaarlijks 165.000 liter stookolie uit te sparen. Dankzij een subsidie van de provincie Limburg kon de belangrijkste horde, de investering in een houtsnipperkachel, genomen worden. De plaatselijke scholen garanderen de afname van warmte.

In Bocholt werd een lokale coöperatie opgericht, die de investering in de houtsnipperkachel en het warmtenet op zich neemt. De coöperatie (gemeente, landbouwers ondersteund door Agrobeheercentrum Eco², scholen en Regionaal Landschap) baat ook de installatie uit en staat in voor het onderhoud. Lokale en goed werkende coöperaties zoals in Bocholt stelen het hart van Coopburo, de dienstverlener van Cera die zowel nieuwe initiatieven als gevestigde coöperaties in diverse sectoren begeleidt. Bocholt is niet het enige ‘warme dorp’ in ons land. Onder de straten van Malempré, een klein Waals dorpje in de provincie Luxemburg, zit een lokaal warmtenet verstopt dat zowel 42 huizen als vier grotere gebouwen verwarmt.

Vincent Sépult, landbouwer en drijvende kracht achter ‘Malempré, la chaleur d’y vivre’, legt uit dat twee belangrijke randvoorwaarden vervuld moeten zijn opdat een lokaal warmtenet rendabel zou zijn. “De plaatsing moet samenvallen met wegenwerken zodat de buizen kostenefficiënt op 1,4 meter diepte gelegd kunnen worden. Bovendien moeten huizen dicht genoeg bij elkaar staan zodat het warmtenet geen te grote afstanden moet overbruggen.” In Malempré was die gelukkige samenloop van omstandigheden er.

Minstens zo belangrijk voor de kans op slagen is de gedrevenheid van mensen zoals Vincent om energie te steken in de uitwerking van een idee. De prijspiek van fossiele brandstoffen in 2007 en 2008, het dalend aantal landbouwers in Malempré (met vijf zijn ze nog, nvdr.) en de crisis in de sector zetten Vincent aan het denken. Veel gedachteflarden, een startvergadering met de inwoners in 2010 en een haalbaarheidsstudie later zijn twee coöperaties een feit: een producentencoöperatie van plaatselijke landbouwers die hagen en houtkanten oogsten en er houtsnippers van maken en een dorpscoöperatie van inwoners die een groter engagement nemen dan enkel de warmte afnemen en er per kW voor betalen.

De betrokken landbouwers zijn tegelijk producent (van houtsnippers) en consument (van warmte). Twee van hen zetelen dan ook in de dorpscoöperatie, naast vijf techniekers die problemen met de installatie kunnen oplossen, twee administratieve medewerkers en een bankier. “Iedereen kan zijn talenten aanwenden binnen de coöperatie. We doen dus zo veel mogelijk zelf. Dat gaat van het toesnellen na een sms die technische problemen signaleert tot het opmaken van de facturen voor het energieverbruik.”

Voor de investering in infrastructuur ging de coöperatie niet aankloppen bij alle inwoners. “We beloofden integendeel dat het hen niets zou kosten en financierden daarom alles zelf, van de haalbaarheidsstudie, de kachel en het ondergronds buizennetwerk tot de aansluiting in de huizen. Vergeleken met de totaalinvestering van ongeveer één miljoen euro legden de oprichters-coöperanten een eerder bescheiden startkapitaal in. Ze gingen een krediet aan maar konden als pilootproject ook in ruimte mate beroep doen op subsidies van diverse overheden. Wie de klassieke investeringssteun optelt bij de uitzonderlijke bijdragen van provincie, Waalse overheid, gemeente Manhay en Nationale Loterij komt tot de vaststelling dat driekwart van het project ‘van hogerhand’ gefinancierd werd.

Het geld werd goed besteed, onder meer aan de aanschaf van een houtsnipperkachel die het water opwarmt volgens een bain-marie-systeem. Een netwerk van buizen brengt het warm water bij de aangesloten huizen, de school, een kinderdagverblijf en twee openbare gebouwen. Bij voldoende debiet en circulatie lukt dat bij een minimaal verlies van 1°C per kilometer. De houtsnipperkachel kreeg een mooi onderdak in de oude graanschuur van het klooster en kreeg het gezelschap van een stookolieketel zodat de inwoners van Malempré niet in de kou zitten als de kachel onderhoud nodig heeft.

Volgens Vincent hoeven de inwoners die zijn aangesloten op het 1,4 kilometer lange warmtenet niet meer bang te zijn voor schommelingen in de energieprijs. Dat argument wist haast elke dorpsbewoner te overtuigen. Toch zal het niet lukken om iedereen aan te sluiten. “Voor de verst afgelegen huizen zouden we drie keer zoveel energie moeten opwekken als we kunnen leveren.” Met het huidige aantal aansluitingen en een houtbehoefte van 1.500 m³ snippers komt de mazoutbesparing in het dorp op 120.000 liter per jaar. Inwoners die hun energiefactuur betalen, helpen daarmee het krediet van de initiatiefnemers aflossen. De lokaal geproduceerde warmte valt qua prijs momenteel in de vork tussen 60 en 80 eurocent per liter mazoutequivalent. Klanten weten dat ze warmte betrekken aan een prijs die ze enkel kunnen evenaren door op het (moeilijk te raden) beste moment stookolie aan te kopen, en genieten het extra voordeel van een stabiele prijs.

Eventuele financiële reserves worden niet als winst uitgekeerd maar blijven eigendom van de coöperatie. De dorpsbewoners schuiven zelf prioriteiten naar voren voor de aanwending ervan. Met de maandelijkse vooruitbetaling op het energieverbruik wordt bijvoorbeeld het onderhoud aan de installaties betaald. Vincent vermoedt dat er nog efficiëntiewinsten mogelijk zijn (b.v. hoger rendement van oogstmachines voor houtsnippers) die de lokale energieprijs verder kunnen doen dalen. Bovendien laat het succes van ‘Malempré, la chaleur d’y vivre’ zich niet alleen afmeten aan een lage en stabiele energieprijs. Vincent: “We valoriseren restafval, namelijk de houtsnippers die vrijkomen uit het beheer van houtkanten, en we vergroten met deze nieuwe economische activiteit en met het aanboren van lokale energie de autonomie van de dorpsgemeenschap en van de plaatselijke landbouw.”

Een boer met een missie, zoveel is duidelijk, want hij voegt er nog aan toe: “Laten we overal dorpscoöperaties rond energie oprichten met het spaargeld van de inwoners en gedekt door een veilige overheidsgarantie. En laten we lokale energiebronnen zoals hout gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen. Zo kunnen we ons energieverbruik in eigen handen nemen en onze centen thuis houden in plaats van ze in niet-lokale bedrijven te steken.” Meerdere belangen kunnen hierin samenvloeien: de burger die controle krijgt over zijn energieprijs, de landbouwer die zijn activiteiten kan diversifiëren, de kleine boseigenaar die een meerwaarde kan realiseren voor zijn hout, enz. Ook klimaat, landschap en biodiversiteit doen naar verluidt goede zaken met een correct beheer van houtkanten.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Coopburo

Volg VILT ook via