nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.04.2019 Belgische Europarlementsleden reageren op GLB-stemming

Na de stemming in de landbouwcommissie over het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) reageerden vier landgenoten die de landbouwdossiers in het Europees Parlement naar zich toe trekken. Hilde Vautmans (Open Vld), Tom Vandekendelaere (CD&V), Marc Tarabella (PS) en Bart Staes (Groen) zoomen in op de aanpassingen aan het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. Voor Vautmans is een fair landbouwinkomen prioriteit. Vandekendelaere legt sterk de nadruk op ondersteuning van jonge boeren en verstandige ecologische maatregelen. Voor Tarabella is de hervorming een verloren zaak. Hij keert zich tegen de “ultraliberalisering” van het landbouwbeleid en de afbreuk aan het gemeenschappelijk karakter ervan. Staes, die op de golflengte van de milieu- en niet de landbouwcommissie zit, klinkt al even teleurgesteld.

Volgende week maandag stemt de landbouwcommissie in het Europees Parlement over het laatste van de drie wetsvoorstellen voor een nieuw landbouwbeleid, namelijk de horizontale verordening inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het GLB. Deze week lag het wetsvoorstel ter stemming over het nieuwe beleidsmodel dat de Europese Commissie introduceert: de negen hoofddoelstellingen zijn gemeenschappelijk bepaald, maar de weg daar naar toe stippelen de lidstaten grotendeels zelf uit via strategische plannen die ze ter goedkeuring aan Brussel voorleggen.

Die grote nadruk op de rol van de lidstaten baart de landbouwcommissie in het Europees Parlement toch wel wat zorgen. Het zal de Commissie zijn die als arbiter moet optreden en de handelswijze van de afzonderlijke lidstaten moet beoordelen zodat het speelveld niet volledig versnipperd raakt. Europarlementslid Tom Vandekendelaere (CD&V) hoopt dat de Commissie die rol ernstig zal nemen. “Anders bestaat het risico dat het gemeenschappelijk aspect van het GLB wordt ondergraven. Daarom plaatste het Parlement bestaande garanties met het oog op gelijke behandeling van boeren in de hele EU terug in de tekst, en voegde er nog andere aan toe.”

Ook Hilde Vautmans (Open Vld) hecht belang aan een eerlijkere verdeling van rechtstreekse betalingen. En ze is tevreden dat ten minste 2 procent van de directe betalingen gebruikt moet worden om jonge boeren te steunen. “Zij kunnen verder gefinancierd worden via geld uit de tweede pijler van het GLB, plattelandsontwikkeling. Via die tweede pijler willen we ook dat lidstaten maatregelen nemen om de positie van vrouwen in plattelandseconomieën te bevorderen”, zegt Vautmans.

Over de steun aan jonge boeren is haar collega Vandekendelaere niet helemaal tevreden: “Het voorstel dat jonge boeren in het nieuwe GLB niet minder mogen krijgen dan onder het huidige, sneuvelde. Daarnaast is het jammer dat er geen vast bedrag wordt gegarandeerd als extra steun bij bedrijfsopstart.” Positief vindt hij wel dat de extra premie per hectare die jongeren ontvangen in duur verlengd wordt, van vijf naar zeven jaar.

Aan de inkomenssteun die landbouwers ontvangen, zijn voorwaarden verbonden die er voornamelijk op gericht zijn om landbouw milieu- en klimaatvriendelijker te maken. Als liberaal vindt Vautmans het belangrijk dat die maatregelen op maat van de bedrijven zijn. “Boeren moeten zelf kunnen bepalen welke milieumaatregelen zij nemen, op voorwaarde dat ze de vooropgestelde doelen behalen. Een meer prestatie- en doelgericht landbouwbeleid dus. De vrijwillige ecoregelingen zijn daar uiterst geschikt voor: boeren die zich inzetten, moeten financieel worden beloond.”

Ook Vandekendelaere kan zich vinden in de amendementen die de landbouwcommissie aanbracht: “Het Parlement probeert om verstandige vergroening te koppelen aan economische realiteitszin én initiatiefrecht van de landbouwer. Zo wordt ten minste 20 procent van de directe steun gekoppeld aan regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn op basis van een ecoschema dat door de lidstaten zelf moet worden opgemaakt en waarop de landbouwer vrijwillig zal kunnen intekenen.” Daarbij merkt hij op dat de overige 80 procent van de zogenaamde basisbetaling ook afhankelijk is van de vigerende wetgeving. “Het is dus niet zo dat de vergroening stopt bij die 20 procent.”

Europarlementsleden van linkse signatuur zien dat anders. Zij vinden dat de lat te laag wordt gelegd. Over de stemming zegt Bart Staes (Groen): “De positie die de landbouwcommissie in dit dossier inneemt, is ronduit rampzalig: het gaat ten koste van kleinschalige, meer milieuvriendelijke landbouw en klimaatbeleid. Er staat veel op het spel, 365 miljard euro verdeeld over zeven jaar. Momenteel geldt de regel: hoe meer hectaren een boer heeft, hoe meer geld hij krijgt, en zonder fatsoenlijke prikkelingen om groener te produceren. Het GLB zet daardoor, samen met de gevestigde agro-business, aan tot schaalvergroting en massaproductie. Belastinggeld wordt verspild.”

Volgens Staes gaat de milieucommissie de goede kant uit met het GLB maar wil de landbouwcommissie “de al zwakke eisen waaraan boeren moeten voldoen om steun te krijgen” verder uithollen. “Ze zetten amper geld apart voor boeren die meer voor milieu en klimaat doen. Er gaat minder geld naar plattelandsontwikkeling. Ben je te klein als boerenbedrijf dan krijg je gewoon niets. En de maatregel die de Europese Commissie heeft voorgesteld om een iets eerlijker GLB te krijgen, via een plafond op de maximale betalingen per bedrijf van 100.000 euro, maken ze compleet nutteloos. Groenen willen dit plafond zelfs op 50.000 euro vastleggen. Zoals bekend gaat 80 procent van de GLB-subsidies naar 20 procent van de bedrijven. En men blijft reclames voor vlees en wijn in binnen - en buitenland met vele miljoenen euro's subsidiëren.”

Zo mogelijk nog scherper in de reactie klinkt Marc Tarabella (PS). Hij had op voorhand aangekondigd tegen de hervorming te stemmen omdat ze volgens hem niet deugt, en hij hield woord. Tarabella is om verschillende redenen teleurgesteld in de koers die Europa vaart met zijn landbouwbeleid. Er gaat zoveel beslissingsrecht naar de lidstaten dat het volgens de PS’er de facto neerkomt op een hernationalisering van het landbouwbeleid dat tot dusver altijd het meest gemeenschappelijke beleidsdomein van de lidstaten is geweest.

Hij heeft het ook over “ultraliberalisering van het beleid” en een landbouwsector die maar goed is om als pasmunt te fungeren bij de internationale handelsakkoorden die de EU sluit. “Ik pleit niet voor marktprotectionisme, maar voor bescherming van onze boeren. Naar het voorbeeld van de Canadezen die hun zuivelsector verdedigd hebben tijdens de onderhandelingen over CETA. Een ander punt van kritiek is dat boeren die bereid zijn om te investeren in het milieu daar te weinig voor worden beloond. “De landbouwsector verdient beter dan het slechte voorstel van de Europese Commissie.” Toch houdt hij de lidstaten en niet de Commissie eindverantwoordelijk omdat zij niet in staat zijn om een gemeenschappelijke strategie voor de lange termijn te formuleren.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via