nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.04.2019 Belgische Fruitveiling treedt toe tot veilingassociatie

De Belgische Fruitveiling (BFV) treedt toe tot LAVA, de Logistieke en Administratieve VeilingAssociatie. Door de toetreding van BFV tot deze unie van producentenorganisaties, waar onder meer ook BelOrta deel van uitmaakt, kan het aanbod van hardfruit meer geconcentreerd worden. Op die manier wil de fruitsector een antwoord bieden op de steeds toenemende concurrentie en de concentratie die zich ook aan afnemerszijde voltrekt. “Een grote stap vooruit”, communiceren de beide grote fruitveilingen samen, “omdat wij blijven geloven in de meerwaarde van het collectief benaderen van de markt.” De moeilijke situatie op de hardfruitmarkt vulde vorige week de krant en de agenda van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement.

Vorig seizoen is er in Europa, ondanks de uitzonderlijk droge zomer, veel hardfruit geoogst. Polen kende een recordoogst appels. In eigen regio was de appel- en perenoogst door de droogte niet goed maar wel beter dan het jaar voordien, toen late lentenachtvorst de bloesems trof. Van bij de start van het verkoopseizoen verliep de afzet van zowel appel als peer loopt stroef. Dat zette de Limburgse politici Els Robeyns (sp.a) en Jelle Engelbosch (N-VA) er toe aan om vorige week de problemen van de sector aan te kaarten bij de minister. Beiden zijn ze bezorgd over de economische malaise in de fruitteelt, en hopen ze dat het Vlaams actieplan hardfruit mee voor een ommekeer kan zorgen.

Uit het antwoord van minister van Landbouw Koen Van den Heuvel spreekt ook ongerustheid: “Algemeen ligt de gemiddelde prijs voor appels dit jaar ongeveer 23 procent lager dan het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor peren is dat zelfs opgelopen tot 30 procent onder de gemiddelde prijs van de voorbije jaren. Dat is heel wat. Ik hoop dat mijn federale collega Denis Ducarme de fruitsector erkent als een sector in crisis zodat de betaling van de sociale zekerheidsbijdragen versoepeld kan worden.”

In zijn vraag alludeert Engelbosch op de kritiek die de veilingen te slikken krijgen nu het ondernemersvertrouwen al een tijdje zoek is in de fruitsector. Daar reageerde Van den Heuvel als volgt op: “De vertegenwoordigers van producenten in de raden van bestuur van de veilingen beslissen mee over de strategie en de acties die worden opgezet (met middelen van Europa, nvdr.). Zoals in de beste verenigingen het geval is, kan er een spanningsveld zijn tussen de belangen van de telersvereniging als rechtspersoon en de belangen van de individuele leden. Het is de taak van de raad van bestuur om het juiste evenwicht te vinden.”

Het zijn net de sterke veilingen die Vlaanderen onderscheiden van andere belangrijke productieregio’s voor appel en peer in Europa. In een analyse die de KU Leuven maakte van de fruitsector – waarover later deze week meer – werd de organisatiegraad in de sector op basis van een enquête op 84 procent geschat. Het merendeel van de coöperatief gezinde telers is lid van één van de twee grote fruitveilingen BFV en BelOrta. De casestudie door KU Leuven maakt deel uit van het Europese onderzoeksproject SUFISA, waarin ook de Poolse appelsector en de Italiaanse perensector bestudeerd werden. De Polen en Italianen beschouwen de beperkte organisatie van hun sectoren als één van de grootste knelpunten. Dat staat in schril contrast met de controverse rond producentenorganisaties in de Vlaamse hardfruitsector. Het viel de onderzoekers evenwel op dat zowel fruittelers als andere stakeholders samenwerking toch als noodzakelijk beschouwen.

Het zijn BelOrta en BFV zelf die herinneren aan de meerwaarde van collectief naar de markt stappen. Ze doen dit naar aanleiding van de toetreding van de Belgische Fruitveiling (BFV) tot de logistieke en administratieve veilingenassociatie LAVA. Dit laat een sterkere concentratie van het aanbod toe, en maakt het mogelijk om met alle LAVA-leden (BelOrta, BFV, REO Veiling, Coöperatie Hoogstraten en Limburgse Tuinbouwveiling) verder aan een uniform kwaliteitssysteem te bouwen. “Op die manier komt er een duidelijk systeem met strak kwaliteitsbeleid voor de coöperatief georganiseerde sector waarbij iedereen kan aansluiten. Aanvullend zal er periodiek overlegd worden met de keurders van de belangrijkste handelaars en exporteurs, zodat deze kwaliteitsbenadering zo breed mogelijk gedragen kan worden”, luidt de gezamenlijke persmededeling van de twee grote fruitveilingen. Ze verwijzen ook naar het Vlaams actieplan Fruit, waar dit gezamenlijk kwaliteitsstreven naadloos bij aansluit.

In zijn vraag aan de minister polste Jelle Engelbosch naar de manier waarop veilingen de GMO-steun van Europa aanwenden ten behoeve van hun leden. Hij wou vooral weten of er werk gemaakt wordt van “meer producentgerichte” acties. Minister Van den Heuvel liet verstaan dat veilingen bij het aanwenden van de EU-steun eigen keuzes kunnen maken, maar wel moeten kunnen aantonen dat ze hun leden daarover voldoende informeren. Het Departement Landbouw en Visserij zal vanaf dit jaar meer controles uitvoeren op de besluitvorming in de raden van bestuur. Voor zichzelf ziet Van den Heuvel een bemiddelende rol weggelegd met als doel dat fruittelers zich opnieuw goed voelen bij hun coöperaties.

Over de Europese middelen die in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor groenten en fruit voorzien worden, zeggen BelOrta en BFV: “We blijven die middelen, zoals Europa het voorschrijft, inzetten voor een betere regulering van de markt en ten dienste van de aangesloten telers. Dit geld wordt ook gebruikt voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling om de concurrentiepositie van de fruitteelt opnieuw te verstevigen.” Crisissen zijn naar verluidt uitdagingen, en BelOrta en BFV willen deze uitdagingen naar eigen zeggen niet uit de weg gaan. “We kiezen voor een duidelijke collectieve aanpak. Met een doordachte marktbenadering en betere kwaliteitshandhaving kunnen we de positie van de producenten in de keten verstevigen.”

In het Vlaams Parlement sprak minister Koen Van den Heuvel zijn vertrouwen uit in dergelijke coöperatieve samenwerking. “Bij de aanvang kan een ondernemer solo misschien sneller en pragmatischer handelen, maar samen geraken ze finaal verder. Op termijn is dit beter. Indien coöperaties niet zouden bestaan, zouden de individuele telers gegarandeerd door de afnemers uit elkaar worden gespeeld. De producentenorganisaties zijn een instrument om de machtsverhoudingen in de keten evenwichtiger te houden. In de groenten- en fruitsector bestaan ze al jaren. In andere sectoren, zoals die van het varkens- en rundsvlees, hebben we ze de voorbije maanden en jaren ook zien ontstaan, net omdat de meerwaarde ervan wordt ingezien.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via