nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.06.2019 Belgische melkproductie 32 pct gestegen in 10 jaar tijd

De Belgische melkveehouders hebben in 2018 opnieuw 3,9 procent meer melk geproduceerd dan het jaar voordien. Op tien jaar tijd is de productie toegenomen met 32 procent. Daarmee hoort de Belgische zuivelsector tot één van de grootste groeiers in Europa. “Ons land is uitermate geschikt voor melkveehouderij en na de afschaffing van de melkquota zien we een sterke professionalisering in de sector”, zegt Renaat Debergh, afgevaardigd bestuurder van de Belgische Confederatie Zuivel. Opvallend is wel dat deze groei niet noodzakelijk een grotere impact op het milieu inhoudt en ook dat de handelsbalans voor zuivel negatief blijft.

Waar de Belgische melkveehouderij in 2008 nog drie miljard liter melk produceerde, gaat het tien jaar later al om 3,96 miljard liter. En dat terwijl het aantal melkveehouders jaar na jaar afneemt. In 2018 telde ons land drie procent minder melkveehouders in vergelijking met het jaar voordien, waardoor er nog 6.995 overblijven. Dat betekent dat een Belgische melkveebedrijf steeds groter wordt, vandaag produceert het gemiddeld 566.000 liter melk. Daarbij is er een duidelijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië: Vlaamse melkveehouders produceren gemiddeld 652.000 liter melk per bedrijf per jaar, Waalse 441.000 liter. “Vlaanderen kiest voor intensivering, terwijl Waalse melkveehouders steeds vaker kiezen voor bio”, aldus Debergh. Zo zijn er in Wallonië 18.339 biologische melkkoeien, terwijl Vlaanderen er slechts 3.181 telt. Voor heel België gaat het om 78 miljoen liter opgehaalde biomelk, een stijging met 30 procent in vergelijking met 2017. De uitbetaalde melkprijs lag met 34,3 cent per liter in 2018 zeven procent lager dan het uitstekende jaar 2017 (36,9 cent).

Samen met de groei van de melkproductie, groeit ook de melkverwerking. In 2018 werd 4,9 miljard liter verwerkt, een toename van vier procent. Op tien jaar tijd gaat het om een stijging van 58 procent. Naast de 3,96 miljard liter van de Belgische melkveehouders werd in 2018 ook ruim één miljard liter melk ingevoerd die door de Belgische zuivelfabrieken wordt verwerkt. Melkdranken, boter en melkpoeder kenden de grootste groei. Ondanks de groei in het aantal liter daalde de omzet van de Belgische zuivelindustrie in 2018 met drie procent in vergelijking met een jaar voordien tot 5,3 miljard euro. Dit is vooral te wijten aan de iets lagere prijzen. Zo’n 64 procent van de omzet wordt in het buitenland gerealiseerd, voornamelijk binnen Europa (53%) en in mindere mate buiten Europa (11%). De tewerkstelling in de zuivelindustrie steeg voor het derde opeenvolgende jaar met twee procent. Het investeringsniveau daalde met 17 procent, maar de afgelopen jaren lag het investeringsritme dan ook extreem hoog in de sector.

Met deze cijfers gooit de Belgische melkveesector hoge ogen in Europa. In vergelijking met 2005 steeg de melkproductie in ons land met 39 procent. Daarmee moet het enkel Ierland (+54,2%) en Luxemburg (+53,1%) laten voorgaan. Op Europees vlak ging het om een totale groei van 17 procent tussen 2005 en 2018. Afgelopen jaar ging het om 1,4 procent groei, terwijl België een stijging van 3,9 procent liet optekenen. En ook de eerste vier maanden van 2019 was er een stijging van 1,9 procent waar te nemen. Wat onze buurlanden betreft, zien we enkel in Nederland een gelijkaardige groei tussen 2005 en 2018: + 32,4 procent. In Duitsland gaat het om een stijging van 18,7 procent en in Frankrijk slechts om 5,3 procent. Daarnaast zijn er ook enkele EU-lidstaten waar de productie in die periode is afgenomen: Bulgarije (-21,8%), Griekenland (-15,6%), Slovakije (-15,5%), Zweden (-12,7%) en Portugal (-2,5%).

Ondanks die enorme groei is de milieu-impact van de Belgische zuivelindustrie niet in dezelfde mate gestegen. Zo is het waterverbruik de afgelopen tien jaar, uitgedrukt per 1.000 liter verwerkte melk, met 30 procent gedaald. “Modernisering van het productieapparaat, efficiëntiewinsten en besparingsprogramma’s hebben geleid tot dit mooie resultaat”, vertelt Catherine Pycke, voorzitter van BCZ. Daarnaast is het zo dat 30 procent van de melkleveraars groene stroom produceert, ofwel via zonnepanelen ofwel via pocketvergisters. Ook het vervoederen van nevenstromen uit de voedingsindustrie heeft de carbon footprint van de sector sterk doen dalen. Vandaag vervoedert ongeveer 56 procent van alle melkveehouders dergelijke nevenstromen. “De zuivelverwerkende bedrijven investeren momenteel in een aantal projecten waardoor het waterverbruik in de toekomst zal verminderd worden”, aldus Pycke.

Ondanks de sterke groei van de zuivelproductie en -verwerking is de handelsbalans voor Belgische zuivel nog steeds negatief. Maar met -42 miljoen euro was ze nog steeds een stuk positiever dan in 2017 toen het ging om een negatief resultaat van 152 miljoen euro. Enkel in 2014 en 2010 was de balans positief. Toen ging het respectievelijk om 45 en 129 miljoen euro. Op de vraag welke verklaring daarvoor te vinden is, moet BCZ het antwoord schuldig blijven. “Deze cijfers frustreren ons”, zegt Renaat Debergh. “Op tien jaar tijd verwerken we bijna twee miljard liter melk meer, maar dat is niet terug te vinden in de handelsbalans. We zien twee mogelijke verklaringen. Enerzijds worden enkel de klassieke zuivelproducten als boter, kaas en room opgenomen in de balans. Wordt room in spuitbussen geëxporteerd, dan komt dat niet op de handelsbalans van de zuivelsector. Daarnaast hebben we ook een sterk ontwikkelde voedingsindustrie in ons land. Wordt bijvoorbeeld volle melkpoeder ingevoerd, waar chocolade van wordt gemaakt, dan komt ook dat de zuivelbalans niet ten goede.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via