nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Dierenwelzijn mag meer wetenschap en minder emotie zijn"
05.03.2019  Bert Driessen (onderzoeker dierenwelzijn)

Hoe aanvaardbaar mensen veehouderij en het eten van vlees vinden, wordt sterk bepaald door de morele status die ze dieren toekennen. Het slachten van dieren weekt emoties los, nu meer dan vroeger omdat nutsdieren op gespecialiseerde veebedrijven gehuisvest worden. De meeste mensen zijn alleen vertrouwd met gezelschapsdieren. Hun beeld van dierenwelzijn in de veehouderij is de jongste jaren beïnvloed door undercoverbeelden van dierenrechtenorganisaties die mistoestanden filmden. Over dierenwelzijn komen wetenschappers zelden aan het woord in de media. “Nochtans is dierenwelzijn een wetenschap”, zegt docent en onderzoeker Dier&Welzijn Bert Driessen, “maar het wordt zo niet benaderd door dierenrechtenorganisaties, consumenten en grootwarenhuizen.”

De samenleving staat zeer verdeeld tegenover elke vorm van diergebruik, gaande van proefdieren tot intensieve veehouderij. Vlaams parlementslid Hermes Sanctorum schreef in Knack dat dierenwelzijn door de regionalisering in enkele jaren tijd uitgegroeid is tot een politiek thema. Onder impuls van dierenwelzijns- en dierenrechtenorganisaties is het al veel langer een maatschappelijk thema. Toch merken onderzoekers – aan de financiering van onderzoek rond dierenwelzijn – dat er wat veranderd is, en dierenwelzijn tegenwoordig een ‘hot topic’ is.

Onderzoeker Dier&Welzijn Bert Driessen, die het varkensslachthuis in Tielt en het kalverslachthuis in Hasselt vooruitgang hielp boeken op vlak van dierenwelzijn, legt uit dat wetenschappers dierenwelzijn herleiden tot vijf vrijheidsgraden: “Vrij van honger en dorst (en onjuiste voeding), vrij van fysiek ongerief, vrij van pijn of meer bepaald van ziektes en verwondingen, vrij van angst en chronische stress en, tot slot, de vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen.” Op basis van die vijf principes kunnen criteria opgesteld worden voor soorteigen en sociaal gedrag bijvoorbeeld. Die criteria zijn op hun beurt de handvaten voor de monitoring van veebedrijven, transporteurs, slachthuizen, enz.

Dierenwelzijn genereert complexe vragen die alleen wetenschappers kunnen beantwoorden, maar het leidt ook tot ethische dilemma’s en keuzes die beleidsmakers weloverwogen moeten maken. Naast wetenschap, ethiek en wetgever heeft Driessen een vierde prominente speler zien opduiken, namelijk de dierenrechtenorganisaties. “Zij confronteren de maatschappij met aspecten van dierenwelzijn en onderbouwen dat niet altijd even goed.” De wetenschapper loopt niet hoog op met de bijdrage die organisaties als Animal Rights of het veel grotere Tierschutzbund Zürich aan het welzijn van dieren leveren. “Ze worden wel eens gevraagd om mee een onderzoeksproject te financieren dat het welzijn kan verbeteren, maar dat doen ze nooit.”

In de veehouderij mag je dierenwelzijn volgens Driessen niet uitleggen als het niet mogen slachten van dieren, wel als het optimaliseren van het slachtproces. “Als wetenschapper denk je na over welzijn in elke levensfase van het dier, op ieder moment en op elke plaats. Een extra moeilijkheid is dat er net zoals bij mensen individuele verschillen zijn. Niet ieder dier heeft hetzelfde stressniveau.”

De westerse samenleving is dieren gaan vermenselijken. Denk aan het hondje dat meereist in de handtas van de eigenares. Wetenschappers weten beter want hoe een dier ‘in het leven staat’ is voor elke soort anders, en al helemaal anders dan voor mensen. Dieren horen bijvoorbeeld beter. Ze ruiken ook veel beter. En toch vertonen ze ook menselijke trekjes. Driessen verwijst in dat verband naar varkens die dag in dag uit hetzelfde krachtvoeder krijgen “terwijl we weten dat varkens kunnen genieten van verschillende smaken zoals appel, vanille en chocolade”.

Kennis omtrent diergedrag is belangrijk om op een veebedrijf, tijdens een veetransport en in afwachting van het slachtproces correct met dieren om te gaan. “Zo is er een verschil tussen groepsdieren zoals varkens en kuddedieren zoals schapen en runderen. Alleen die laatsten gaan graag achter elkaar staan en laten zich in een rijtje ergens naar toe leiden.” Driessen pleit voor een meer nuchtere benadering van dierenwelzijn, “weg van de emoties”.

Bij de verschijning van de beleidsbrieven voor 2019 opperde Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts met het oog op een volgende legislatuur een verbod op verrijkte kooien in de leghennenhouderij. Voor dierenrechtenorganisaties is het al langer een uitgemaakte zaak dat verrijkte kooien geen grote verbetering zijn ten opzichte van de inmiddels verboden legbatterijen. Zij hechten veel belang aan de ruimte per dier en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Uit onderzoek weet Driessen dat de verschillende vormen van huisvesting maar zo goed of zo slecht scoren als de parameters die je beschouwt. “Kijk je naar uitval, kannibalisme en veerkwaliteit, dan zijn kippen in kooien er beter aan toe dan in gelijk welke andere huisvesting.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via