nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.06.2016 Bescherming akkervogels maakt doorstart in Vlaanderen

Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden, titelde een rapport over de achteruitgang van akkervogels in 2006. Het betekende de start van een dynamiek waarbij her en der in Vlaanderen initiatieven werden genomen om akkervogels te beschermen. Eén van de meest gekende plekken was het Haspengouwse Hoegaarden,waar je nog kiekendieven kan spotten en een grauwe gors kan horen zingen. Een lokale afdeling van Natuurpunt had er veel bekijks met de aanleg van akkerreservaatjes met overwinterende granen en vrijwilligers richtten de 'Werkgroep Grauwe Gors' op. Die werkgroep komt tot op de dag van vandaag nog regelmatig samen om het wel en wee van de grauwe gors te volgen. Het eerste weekend van juni nodigden ze Groningse experten uit om mee vogels en broedparen te tellen. Vanuit Nederland komt ook het idee overwaaien om vogelakkers aan te leggen. Bedenker Ben Koks gelooft dat het succes ervan zich op de Vlaamse akkers laat kopiëren. Een nieuwe beheerovereenkomst is in de maak.

Tijdens het eerste weekend van juni verzamelden liefhebbers van akkervogels op een hoeve in Hélécine om van daaruit het Haspengouwse leemplateau tussen Hoegaarden en Riemst in te trekken, de voornaamste plek in Vlaanderen waar akkervogels het nog naar hun zin hebben. Kiekendieven, gorzen en veldleeuweriken vinden er een open landschap, akkers waarop overwegend granen groeien, onverharde wegen die de percelen aan elkaar rijgen en perceeltjes met vogelvoedselgewassen die hen door de winter helpen. Blijft er na de graanoogst een perceeltje overwinteren, denk dan niet dat de boer in kwestie vergeetachtig of slordig is. Weet dat het om een vrijwillige inspanning gaat, weliswaar tegen vergoeding in het kader van een beheerovereenkomst die landbouwers kunnen afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij, om de biodiversiteit in landbouwgebied te verhogen en specifiek de akkervogelpopulatie in stand te houden.

Op initiatief van de Werkgroep Grauwe Gors hebben een 40-tal vrijwilligers uit Vlaanderen én Nederland begin juni het verspreidingsgebied van de grauwe gors in kaart gebracht en alle kiekendieven opgespoord. De VILT-reporter ging een zondagvoormiddag mee op pad. Geen twee minuten na het parkeren van de wagens laat een grauwe kiekendief zich opmerken in de lucht. Dat zorgt meteen voor enthousiasme bij de auteur van dit artikel, maar Freek Verdonckt relativeert de waarneming. De werkgroep-vrijwilliger van het eerste uur legt uit dat ze het voorbije weekend vooral jonge exemplaren spotten, die nog niet aan broeden toe zijn. “Hun aanwezigheid wijst er op dat dit gebied potentieel heeft, maar voor reproductierijpe adulte vogels ontbreekt er blijkbaar nog iets. Deze vogels passeren hier wel tijdens de trek maar vliegen door naar onder meer Groningen, waar met de juiste maatregelen voldoende voedsel wordt geboden om een nest groot te brengen.”

Gelet op het Vlaams soortenbeschermingsplan voor de grauwe kiekendief zit Verdonckt gebrand op het vergaren van meer kennis die moet toelaten om de bescherming van deze vogel effectief op te pakken. Belangrijk om weten is dat de kiekendief een zogenaamde 'paraplusoort' is, dat betekent dat de aanwezigheid ervan wijst op een gezonde akkervogelpopulatie. Ook patrijzen en veldleeuweriken varen dus wel bij maatregelen die het de kiekendief naar zijn zin maken.

Akkervogels overleven bij gratie van voldoende voedsel en veilige plaatsen om dekking te zoeken voor tal van mogelijke predatoren (o.a. vossen maar ook marters, kraaiachtigen en zelfs meeuwen) en een nest te bouwen. Een grauwe gors is een zadeneter die zich te goed doet aan kruidenzaden en granen. De grauwe kiekendief is een roofvogel die zich voedt met veldmuizen en kleine vogels. Overwinteren doet hij in Afrika, om in het voorjaar weer naar Europa te vliegen en hier te broeden. Hun leefgebied hebben gors en kiekendief gemeen: te midden van de akkers waar ze hun nest op de grond maken in het graan. Toch is het niet de kwetsbaarheid als grondbroeder die hen de das om doet. Het is het gebrek aan voedsel in de onmiddelijke omgeving van het nest dat hen uitermate kwetsbaar maakt, zo zegt Verdonckt. “Om een nest met jongen sucesvol groot te brengen moet de keuken eigenlijk naast de slaapkamer liggen”. Dat geldt zowel voor een kiekendief als voor de patrijs die al lopend zijn kostje bij elkaar scharrelt. Hoe verder ze moeten lopen voor eten, hoe minder er overleven.

Freek Verdonckt is al jarenlang actief in de Werkgroep Grauwe Gors. Hij herinnert zich nog de alarmerende Broedvogelatlas van 2003 (waarin het resterende aantal grauwe gorzen op 950 werd geschat, nvdr.) en het tien jaar oude rapport ‘Van de stakkers van de akkers naar de helden van de velden’. Beide publicaties hebben veel in beweging gezet. Vrijwilligers zijn de soort beginnen volgen door middel van wintertellingen. In afwachting van structurele oplossingen waren sommige winters zelfs ‘intensieve zorgen’ nodig. Vogelliefhebbers strooien dan granen als een soort van voedselhulp voor de hongerige vogels. De overheid kwam ondertussen ook met een duurzamere oplossing op de proppen door landbouwers te laten intekenen op een beheerovereenkomst voor de aanleg van vogelvoedselgewassen. Deze beheerovereenkomst was geïnspireerd op de akkerreservaten met overwinterend graan die de lokale Natuurpunt-afdeling in Hoegaarden aanlegde.

Al die inspanningen ten spijt floreert de grauwe gors niet, de achteruitgang van de soort is hooguit vertraagd dankzij de inzet van natuurbeschermers en boeren. De afhankelijkheid van zaden maakt de grauwe gors vooral kwetsbaar aan het einde van de winter en de vroege lente, de zogenaamde ‘hungry gap’. Tien jaar na de wake-up call van het Instituut voor Natuurbehoud heeft de grauwe gors zich teruggetrokken in de akkers van Hoegaarden tot Riemst. De populatie die nestelde in de hooilanden van de IJzervallei en meetelde in de Broedvogelatlas is niet meer. “In 30 jaar tijd is de populatie grauwe gors met een factor tien gedecimeerd in ons land,”, weet Remar Erens, eveneens vrijwilliger bij de Werkgroep Grauwe Gors. Erens en Verdonckt vrezen dat de populatie ondertussen met een voorlopige schatting van 150 à 250 broedparen zijn kritisch minimum heeft bereikt. “Het verspreidingsgebied van de grauwe gors krimpt, wat ons doet vrezen dat de resterende populatie op een bepaald moment in elkaar klapt.”

Door de inzet van vrijwilligers is er steeds meer kennis beschikbaar over de grauwe gors. Dat helpt om de juiste maatregelen te nemen om het tij te keren. Natuurliefhebbers kennen de grauwe gors als ‘ambassadeur’ van open akkerbouwgebieden. Het belang van granen voor deze vogel is lang bekend. “Een ontdekking door veldwerk was dat ook geoogste percelen korrelmaïs hun nut hebben om de grauwe gors doorheen de winter te helpen. En een vroeg gezaaide groenbedekker van Japanse haver die in de winter blijft staan is voor de grauwe gors net zo waardevol als een beheerovereenkomst met overwinterend graan”, deelt Freek Verdonckt zijn ervaringen. Niet alle kennis moeten Verdonckt en co zelf vergaren. Nederland loopt voorop inzake akkervogelbescherming zodat er goede contacten onderhouden worden met ornithologen over de grens.

Als het over de bescherming van akkervogels gaat is Ben Koks in Nederland het boegbeeld. Hij is de bezieler van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Zijn kennis wordt gretig opgepikt in Vlaanderen. Zo loop je als natuurbeschermer niet recht naar een nest gorzen want dan creëer je een makkelijk spoor voor de vos. En alvorens je een nest mag benaderen, moeten de jongen uit het ei gekropen zijn. Anders verlaat het vrouwtje het nest. “Het is de verdienste van Ben Koks, de sattelietzenders waarmee hij kiekendieven volgt en het geduld waarmee hij prooi-onderzoek doet, dat we inmiddels zoveel weten”, zetten de Vlaamse vogelliefhebbers in de verf. Een degelijke effectiviteitsmeting van agrarisch natuurbeheer – een blinde vlek in Vlaanderen, dixit Natuurpunt – is een sterk punt van de Nederlanders uit Groningen. Zij investeren volop in onderzoek en weten dus perfect wat een bepaalde maatregel met het broedsucces van een akkervogel doet.

Heel wat kennis van onze Noorderburen komt samen in de vogelakker: een perceel met rondom stroken van 18 meter breed – wat overeenstemt met tweemaal de breedte van de maaibalk van de groenvoederdrogerij die de luzerne oogst – die bestaan uit luzerne (of rode klaver) die geoogst kan worden, met daarnaast negen meter brede stroken natuurbraak, ingezaaid met een mengsel bestaande uit gras/graan en kruiden dat onkruid onderdrukt. De braakliggende stroken van de vogelakker worden slechts eenmaal per jaar – na de broedtijd! – voor de helft gemaaid, wat voor foeragerende vogels een aantrekkelijke variatie in hoogte geeft. De luzerne moet veel vaker gemaaid worden om landbouwkundig interessant te zijn maar korter dan 50 dagen mag het maai-interval niet worden, anders redt een broedende veldleeuwerik het niet. De vogelakker wordt soms ook als één strook langs een gewas, bij voorkeur graan, aangelegd. In Nederland, vooral in de buurt van Groningen en Flevoland, zijn er in totaal wel 450 hectare vogelakkers ingezaaid.

Onderhand kent men alle randvoorwaarden waaraan zo’n vogelakker moet voldoen om te resulteren in broedsucces. Daarom gaat men nu nog een stap verder, het principe van de ecologische val indachtig . “We laten onderzoeken welke invloed vogelakkers hebben op bijen, vlinders en andere insecten”, verklapt Ben Koks. Meer en meer wordt ook duidelijk dat vogelakkers interessante landbouwkundige neveneffecten hebben. “Dankzij de luzerne verbetert de bodemstructuur van het perceel, wat een betere doorworteling en waterhuishouding van de bodem geeft. Luzerne legt ook stikstof vast en verhoogt het organische stofgehalte in de bodem.” Behalve de kennis over de effecten van beschermingsmaatregelen is ook het enthousiasme rond akkervogelbeheer in Nederland groter dan in Vlaanderen. Hier zijn akkerbouwers er ‘ontvankelijk’ voor, maar in Nederland bellen ze op eigen initiatief naar de Werkgroep Grauwe Kiekendief bij het aantreffen van een broedpaar. Wanneer zo’n nest jongen geringd wordt, is de boer op wiens veld dat gebeurt de eerste die het zal weten.

Bij de vrijwilligers van de Werkgroep Grauwe Gors zijn de verwachtingen hoog gespannen omdat de vogelakker ook in Vlaanderen geïntroduceerd wordt. “Er komt een beheerovereenkomst die geïnspireerd is op de Nederlandse vogelakker, de aanvraag is ingediend bij Europa en minister Schauvliege engageerde zich dit jaar al voor een snelle implementatie van de maatregel”, vertelt Freek Verdonckt aan VILT. Hij verwacht niet dat boeren zullen afknappen op de toch wel brede perceelrand van 18 meter, en vindt steun bij Ben Koks: “Luzerne is een regulier landbouwgewas. Een deel van de perceelrand kan je normaal oogsten, en dat is gevoelsmatig erg belangrijk voor een boer die wil produceren.”

Wat in Nederland sterk meespeelt, is dat de intensief bebouwde akkers steeds vaker last hebben van structuurbederf. Een vogelakker met luzerne die een handvol jaren aanligt, kan dat probleem verhelpen. Toen de werkgroep de vogelakker met projectfondsen ontwikkelde, klopte ook het financiële plaatje. “Onze vogelakker brengt de boeren netto ongeveer 2.000 à 2.100 euro per ha op, waarvan een deel in opbrengst aan luzerne geteld wordt.” Op die manier bleef de toeslag aan subsidies aan de landbouwers beperkt tot circa 1.500 euro per hectare. Hierdoor werd de maatregel dus effectiever én goedkoper dan reguliere beheerovereenkomsten.

Koks vindt het niet kunnen dat de maatregel ondertussen in het Nederlandse stelsel van agrarisch natuurbeheer (2e pijler) wordt opgepikt door agrarische collectieven die er een kostprijs van 2.900 tot 3.000 euro per hectare voor aanrekenen, waarvan een aanzienlijk deel verdwijnt als overheadkost aan het collectief. “Exorbitant duur én onnodig complex”, vindt Koks. “In zijn originele setting bleek de maatregel namelijk al heel succesvol bij boeren – er was zelfs een wachtlijst – en de maatschappelijke betaalbaarheid van de vogelakker hoort nu eenmaal bij het recept. Het resultaat van de aanpak van de collectieven is dat er met eenzelfde budget half zo veel vogelakkers kunnen aangelegd worden.”

Tot slot benadrukt Ben Koks dat hij “buitengewoon vereerd is” dat het concept van vogelakkers nu ook toegepast zal worden in Vlaanderen. Eerder is de beheermaatregel al opgepikt in Duitsland, Oostenrijk en zelfs in Oost-Europa. In Nederland wordt de vogelakker vandaag gefinancierd vanuit projectfondsen en vanuit de tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Evenzeer is het één van de maatregelen waarmee een landbouwer aan de verplichte vergroening in ruil voor inkomenssteun kan voldoen.

Meer weten? Bekijk deze YouTube-video over vogelakkers. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via