nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.03.2019 Bezwaren rond agroforestry groter dan goesting bij boer

De meerderheid van de Vlaamse landbouwers overweegt agroforestry op dit moment niet. Wat staat opschaling van het teeltsysteem dat boomstroken introduceert op een landbouwperceel in de weg? Het doctoraatsonderzoek van Lieve Borremans (ILVO / ULB) legt een aantal barrières bloot: gebrek aan zekerheid over rendabiliteit, inpasbaarheid, kennis en competenties maar ook een wat gebrekkig juridisch kader, weinig flexibele steunmaatregelen en het ontbreken van een breed draagvlak in de landbouwsector. Ze zocht naar cruciale factoren om van agroforestry een groter succes te maken dan de 180 hectare die er tussen 2011 en 2018 bijkwam. Een nieuw marktinstrument om landbouwers te vergoeden voor ecosysteemdiensten zoals koolstofopslag in de bodem zou voor agroforestry de grote doorbraak kunnen betekenen.

Bomen leveren heel wat diensten aan de maatschappij, dat is bekend: biodiversiteit, koolstofopslag, klimaatmildering, luchtzuivering. Onder landbouwers, beleidsmakers en middenveldorganisaties groeide daarom interesse voor agroforestry of boslandbouwsystemen. Uit eerder onderzoek weten we reeds dat er, mits de juiste boomkeuze en een correct onderhoud van de boomstrook, financieel of bedrijfstechnisch voordeel kan gehaald worden uit het systeem door de boer: bescherming tegen erosie, risicospreiding door inkomsten te diversifiëren, creatie van een gunstig microklimaat met functionele biodiversiteit, enz.

Toch verloopt de uitrol van het systeem in de Vlaamse landbouw behoorlijk traag. Tussen 2011 – de start van de ondersteunende subsidies voor agroforestry – en 2018 is er slechts 130 hectare boslandbouw op een 40-tal bedrijven bijgekomen. Ondanks de subsidies en het potentieel waar onderzoekers op wijzen, reageren de meeste landbouwers afwachtend. Lieve Borremans bracht in haar doctoraatstudie, die ze recent verdedigde voor ULB en ILVO, de verschillende barrières in beeld. Via enquêtes, interviews en focusgroepen ontdekte ze verschillende oorzaken voor de terughoudendheid van de landbouwsector ten aanzien van deze agro-ecologische innovatie.

Om het gebrek aan kennis weg te werken, stelt Borremans voor om nog meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Met uitzondering van het recente doctoraat van Paul Pardon dat een cijfer plakte op de impact van bomen op gewasproductie, is er in Vlaanderen weinig kennis voorhanden over de productiviteit en inpasbaarheid van agroforestry op lange termijn. Investeren in verder onderzoek, bijvoorbeeld in langdurige veldproeven, en dat doen samen met pioniers en landbouwers is nodig om deze kennis uit te breiden.

Een gebrek aan zekerheid over de rendabiliteit is één van de meest cruciale barrières die landbouwers tegenhoudt om met agroforestry aan de slag te gaan. Die onzekerheid wordt veroorzaakt door het feit dat het lang wachten is op de inkomsten uit houtproductie en dat landbouwers niet vergoed worden voor de maatschappelijke diensten die de bomen in tussentijd leveren (bv. koolstofopslag). Borremans: “Daarom moeten we inzetten op het creëren van marktmechanismen die landbouwers toelaten hun inspanningen voor milieu, landschap en biodiversiteit te valoriseren. Verschillende soorten instrumenten zijn mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan koolstofhandel, een agroforestry-label dat meerwaarde creëert of een coöperatieve boerderijstructuur waarbij de consument actief mee in het verhaal stapt.”

De laatste jaren heeft de overheid belangrijke stappen ondernomen om de adoptie van agroforestry door landbouwers te stimuleren. Er werd een subsidieprogramma voor de aanleg van agroforestry opgericht (tot 80% van de aanplantkosten worden terugbetaald) en een geschikt juridisch kader voor de teelt uitgewerkt. Borremans: “Beide ontwikkelingen zijn positief, maar er is nood aan verdere aanpassingen en verbeteringen om tot een volwaardig juridisch kader en een aantrekkelijk en effectief subsidieprogramma te komen.”

Ook op vlak van onderzoek, netwerk- en marktvorming kan de overheid een rol spelen. In Nederland gebeurt dit via zogenaamde Green Deals, initiatieven voor duurzame groei waarin de overheid en de maatschappij interactief samenwerken vanaf het begin. Op deze manier wil de overheid de ontwikkeling van duurzame initiatieven faciliteren en versnellen, en tegelijkertijd het toekomstig beleid mee richting geven.

Volgens Borremans is het voor landbouwers nog steeds onduidelijk waar ze met hun vragen terechtkunnen omdat de expertise over de teelt van bomen in een landbouwcontext verspreid zit over verschillende organisaties. Om dit te verhelpen, is de kennis die werd opgebouwd in het VLAIO-agroforestry-project gebundeld en toegankelijk gemaakt via één centraal kennisloket. In het reguliere landbouwonderwijs zou ook meer aandacht besteed kunnen worden aan de agro-ecologische competenties die nodig zijn om een complex teeltsysteem als agroforestry te beheren. Voor landbouwers die al geïnteresseerd zijn, kan een lerend netwerk zoals recent werd opgericht binnen het AFINET-project dan weer een handig informatiekanaal zijn. 

Het onderzoek van Borremans toont ook aan dat er verschillende visies bestaan over het type agroforestry dat wenselijk is in Vlaanderen. Sommige stakeholders achten het alleen nuttig in de vorm van kleine landschapselementen op de rand van percelen. Anderen daarentegen zien ook potentieel in meer complexe vormen waarin bomen en gewassen nauw met elkaar in interactie staan. “Dialoog en samenwerking tussen die groepen moet leiden tot een herstel van vertrouwen en de opbouw van een gemeenschappelijke visie. Er is bovendien nood aan een breed maatschappelijk draagvlak”, meent onderzoekster Lieve Borremans.

Momenteel zijn de barrières groter dan de goesting om met agroforestry te beginnen. De meerderheid van de landbouwers ziet het niet als een optie, zo leerde een enquête bij 86 landbouwers. Borremans: “De barrières kunnen effectief omgezet worden in stimuli. Daarvoor moeten onderzoeksinstituten, overheden, middenveldorganisaties, (landbouw)bedrijven en consumenten samen het engagement aangaan om te werken aan meer onderzoek en ontwikkeling, andere verdien- en financieringsmodellen, een sluitend juridisch kader en effectieve steunmaatregelen, kennisdeling, draagvlakcreatie en een gedeelde visie. Enkel zo kan een gelijk speelveld ontstaan waarin agroforestry als maatschappelijk waardevol landbouwsysteem ook voor landbouwers een aantrekkelijke en valabele optie wordt.”

Het onderzoek van Lieve Borremans maakt deel uit van een breder VLAIO-project ‘Agroforestry Vlaanderen’ waarin ILVO, Inagro, UGent, Bodemkundige Dienst van België en Agrobeheercentrum Eco² oplossingen en begeleiding bieden aan geïnteresseerde landbouwers. Ook het recente doctoraat van Paul Pardon over de agronomische en ecologische impact van bomen op een landbouwperceel maakt deel uit van dat breder project. Beide doctoraten en de opgebouwde kennis over de toepassing van boslandbouwsystemen in Vlaanderen binnen het consortium Agroforestry Vlaanderen worden dit jaar vertaald in concrete masterclasses voor landbouwers, adviseurs, beleid en andere stakeholders. Een eerste masterclass vindt op woensdag 13 maart plaats in Beveren en behandelt het thema wintersnoei bij fruitbomen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO-ULB

Volg VILT ook via