nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.05.2018 Bietentelers erg ontgoocheld over 1e postquotumcampagne

De Belgische bietenplanters spreken van een teleurstellend jaar als ze de financiële balans opmaken van de eerste bietencampagne in het postquotumtijdperk. “Dit geldt vooral voor de planters die leveren aan de Tiense Suikerraffinaderij”, luidt het bij de Confederatie van de Belgische Bietplanters. Ook Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker ziet dat de bijkomende druk op de markt en prijs geslikt wordt door de boer. “Van enige inkomensmarge voor onze telers is nauwelijks nog sprake”, klinkt het. Uit een inventarisatie van het Nederlandse vakblad Boerderij blijkt dat de suikerprijzen in België onderaan bengelen in Europa.

Afgelopen week verzamelde de Europese suikerwereld in Gent voor het driejaarlijks congres van CIBE, de Europese confederatie van de suikerbietplanters. Met de eerste campagne in het postquotumtijdperk net achter de rug was er meer dan voldoende gespreksstof om vier dagen mee te vullen. Zeker omdat de suikerprijzen het laagste niveau hebben bereikt sinds 2006. In januari lag de gemiddelde verkoopprijs voor witte suiker in de EU op 374 euro per ton. Dat is 26 euro minder ten opzichte van december. “Zoals verwacht convergeert de Europese markt naar de zwakke wereldmarkt”, zegt CBB, de Confederatie van de Belgische Bietplanters.

De bietencampagne 2017/2018 was volgens CBB uitzonderlijk, zowel in termen van duur, bietenopbrengst als geproduceerde suikerhoeveelheid. “De overproductie van bieten, te wijten aan enerzijds de vraag van de fabrikanten om meer bieten in te zaaien zodat zij hun productiekosten kunnen drukken en anderzijds aan Moeder natuur die zorgde voor een hoge bietenopbrengst en hoog suikergehalte, evenals de liberalisering zonder begeleidende maatregelen, laten zich volop voelen”, zegt Peter Haegeman, secretaris-generaal van CBB. Hij merkt dat de teleurstelling groot is nu de bietenplanters de financiële balans opmaken van de voorbije campagne.

Ook Boerenbond is ontgoocheld over de eerste campagne sinds de suikerhervorming. “De tijd dat de suikerbietteelt de sterkhouder en het paradepaard was op onze goede akkerbouwgronden, met redelijk gegarandeerde prijzen, ligt spijtig genoeg achter ons. In onze teeltrotatie en als leverancier van perspulp voor onze rundveehouderij had en heeft de suikerbietteelt nochtans zeker haar plaats”, schrijft voorzitter De Becker in Boer & Tuinder. Ze stelt vast dat de prijs voor bieten dermate gedaald is, dat van enige inkomensvorming voor de telers nog nauwelijks sprake is. “De meeste afnemers hebben ervoor gezorgd dat door hun afgedwongen areaaluitbreiding hun aanvoer meer dan voldoende verzekerd is, waardoor zij in een meer dan comfortabele zetel zitten.”

Dat was ook te merken aan de onderhandelingen die vorig jaar voor het eerst werden gevoerd in het postquotumtijdperk. “De vertegenwoordigers van de Belgische suikerbiettelers binnen het CBB hebben lang en hard onderhandeld, maar hun onderhandelingstroeven zijn beperkt. Het is ontluisterend om te zien hoe een lange en voor beide partijen positieve traditie van interprofessioneel overleg zo snel teniet is gedaan. Bij de Tiense moest er zelfs een bemiddelaar aan te pas komen”, stelt Sonja De Becker, terwijl ze erop wijst dat het interprofessioneel overleg in de suiker doorging als de Europese inspiratiebron voor andere sectoren.

Dat de onderhandelingen op het scherp van de snee gebeurden, blijkt ook uit de bietenprijzen die aan de Belgische telers werden uitbetaald. Het Nederlandse vakblad Boerderij berekende de bietenprijzen van tien suikerproducenten in de vijf grote suikerproducerende landen. De prijs die Tiense Suiker (onderdeel van de Duitse Südzucker groep) uitbetaalt aan zijn telers is met 23 euro de laagste (aan 17% suikergehalte). De andere grote suikergroep die in België actief is – Iscal Sugar – betaalt een bietenprijs van 26,56 euro en staat daarmee op de zesde plaats in de top tien.

Grote uitzondering is de Nederlandse bietentelerscoöperatie Cosun die voor de oogst van 2017 een prijs betaalt van 45,63 euro, bijna het dubbele van de prijs die de Tiense Suikerraffinaderij over heeft voor de aankoop van bieten. Het zijn vooral de coöperatieve suikerverwerkers in de EU, zoals Cosun in Nederland en Tereos en Cristal Union in Frankrijk, die meer betalen voor de eerste oogst in het postquotumtijdperk dan de particuliere suikerproducenten. Volgens Boerderij leggen die laatste het marktrisico meer bij de telers. “De meeste bietenverwerkers hebben de bietenprijs gekoppeld aan de gemiddelde suikerprijs van het lopende seizoen. Daardoor ligt het risico voor de vermarkting van de suiker voor een groot deel bij de bietentelers”, klinkt het.

Er moet wel opgemerkt worden dat de Tiense Suikerraffinaderij (net zoals Iscal Sugar) nog een supplement gaat betalen aan haar telers. Volgens CBB zal dit supplement, dat minstens gelijk moet zijn aan zes euro, mee bepalen of de landbouwers nog zullen doorgaan met de bietenteelt tijdens de komende jaren. “Dit geldt vooral voor het basiscontract, als een garantie voor zowel de fabrikant dat hij wordt bevoorraad met bieten, als voor de planter die afzetmogelijkheden vindt”, aldus Haegeman. “De bietenplanters verwachten dus niet minder dan een voorstel dat hen een correcte compensatie biedt voor de risico’s die zijn nemen en een fatsoenlijk inkomen voor hun arbeid. Hun bekwaamheid, net zoals de industriële knowhow, laat toe het voortbestaan van de biet-suikerfilière te garanderen.”

Ook Sonja De Becker merkt op dat de race naar de bodem uiteindelijk alle schakels kapotmaakt, te beginnen met de kleine spelers. “In de suikersector slaat de slinger nu wel heel sterk door. Moeten we werkelijk wachten tot ook de marges van de fabrikanten onder druk komen te staan om weer als redelijke partners rond de tafel te gaan zitten en samen te gaan nadenken over de toekomst van de keten”, vraag ze zich af. Ze wijst erop dat enkel een duurzaam verdienmodel voor àlle schakels in de keten een toekomst biedt voor de Europese suikerbiet.

De Boerenbondvoorzitter vindt dat tijdens het CIBE-congres alvast de pertinente vraag werd gesteld rond de positie van de bietplanter in de keten en zijn medezeggenschap in het afstemmen van vraag en aanbod binnen een evenwichtige verdeling van kosten en baten. “Kunnen de fabrikanten een afdoend antwoord bieden en ook in hun eigen belang terug aansluiten bij het interprofessioneel overleg? Enkele spelers tonen alvast dat het nog steeds kan. Of teren de meesten nog liever op hun marges in een heilloze concurrentiestrijd, liever dan de boer een leefbaar inkomen te gunnen?”, was volgens De Becker de hamvraag die voorlag tijdens het congres.

Bron: Eigen verslaggeving/Boer & Tuinder

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via