nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.09.2017 Bijna één derde van Belgische granen benut als biomassa

De voorstelling van het ValBran-project, dat tarwezemelen hoogwaardig wil valoriseren in de vorm van tensio-actieve moleculen, werd gekoppeld aan een bedrijfsbezoek bij BioWanze. De fabriek zet jaarlijks 800.000 ton tarwe en 400.000 ton bieten om in 300.000 m³ bio-ethanol. Om een idee te hebben van de grootteordes moet je weten dat de totale Belgische graanoogst circa 2,4 miljoen ton bedraagt. Circa 55 procent daarvan is bestemd als veevoeder, 15 procent gaat naar maalderijen en 30 procent naar BioWanze en Syral voor biobrandstof- en zetmeelproductie. Wal.Agri is ‘hofleverancier’ van BioWanze want het beschikt naast 75 graansilo’s op het platteland ook over vier havensilo’s.

Tussen de voorstelling van het ValBran-project en het bedrijfsbezoek aan BioWanze deed Wal.Agri de graanmarkt uit de doeken. Wal.Agri is de holding van groep AVEVE die een aantal werkmaatschappijen overkoepelt die hun activiteiten in Wallonië ontplooien. Over de taalgrens is de holding de belangrijkste toeleverancier van de landbouw en de grootste graancollecteur. Jaarlijks haalt Wal.Agri ongeveer een half miljoen ton graan op via 75 opslagplaatsen op het platteland en vier havensilo’s langs Schelde, Samber en Maas. Naargelang de weersomstandigheden de graanoogst gunstig gezind zijn of niet kan dat variëren van 480.000 tot 520.000 ton.

“Onze belangrijkste afzetmarkten zijn België, Nederland en Duitsland”, vertelt Olivier Henroz, verantwoordelijke granen bij Wal.Agri. Het merendeel van de granen (exclusief korrelmaïs) op de Belgische markt dienen als diervoeder. Dat kanaal is goed voor 55 procent van de afzet. De hoogwaardige baktarwe gaat naar de maalderijen, op zijn beurt goed voor 15 procent van de afzet. De resterende 30 procent wordt aangewend als biomassa, door Syral in Aalst voor de productie van voornamelijk zetmeel en door BioWanze in Wanze voor de productie van bio-ethanol.

Met een eigen productie van 2,4 miljoen ton is ons land aangewezen op graanimport, wat niet onlogisch is gelet op de omvang van de veestapel, de graanhonger van BioWanze en Syral en het beperkte areaal tarwe voor meelproductie. “Dit jaar bedraagt de binnenlandse tarweproductie 1,8 miljoen ton bak- en voedertarwe. België importeerde vorig jaar een even groot volume tarwe, wat van ons in Europa de grootste importeur maakt. Nederland had bijvoorbeeld maar 1 miljoen ton nodig”, weet Henroz.

Ter vergelijking: Frankrijk moet dit jaar 19 miljoen ton granen exporteren om op de binnenlandse markt een evenwicht te bereiken tussen vraag en aanbod. De Fransen produceren bijna 38 miljoen ton zachte tarwe, 2,1 miljoen ton durumtarwe en 12,3 miljoen ton gerst. Dat is bijzonder veel, zelfs wanneer je het vergelijkt met de productie in een veel groter land als de Verenigde Staten (60 miljoen ton). Het Franse marktbureau Agritel verwacht dat 8,2 miljoen ton Franse tarwe dit seizoen binnen de EU blijft, en de Maghreb-landen de tweede grootste afnemer blijven met naar schatting 5,3 miljoen ton.

De tarwe die in ons land ingevoerd wordt, is hoofdzakelijk afkomstig uit de graanstreek ten noorden van Parijs. België is de grootste importeur van Franse tarwe in Europa. Over de binnenlandse productie zegt Henroz: “We zien nu al vier-vijf jaar dat tarwe financieel te weinig opbrengt voor de telers. Mondiaal is de graanstock groot, maar een belangrijk deel daarvan (47%) zit in China en wordt nooit op de (wereld)markt gebracht. De voorraad in de EU oogt dan weer klein want in 2015 verliep de export vlot en in 2016 vielen de opbrengsten tegen.”

Olivier Henroz trapt een open deur in wanneer hij zegt dat de graanmarkt volatiel is. “Termijnmarkt Euronext is onze marktreferentie. Alles wat in het buitenland gebeurt, heeft een impact op de Belgische graanprijs. In de lente was er ongerustheid gerezen over de mogelijke impact van de droogte. Die onrust volstaat om de prijzen te doen stijgen. Door de aanwezigheid van speculanten reageert de markt erg snel, op rapporten van de Amerikaanse landbouwadministratie bijvoorbeeld maar ook op geruchten. De wisselkoers euro-dollar is eveneens van betekenis, want de stijgende waarde van de euro zet de graanexport onder druk.”

Vanwege zijn enorme graanproductie was Frankrijk altijd de referentie voor de Europese graanmarkt. “Dat is veranderd”, zegt Henroz. “Tegenwoordig kijken we oostwaarts, naar de graanproductie in Rusland, Kazachstan, Oekraïne en de andere landen rond de Zwarte Zee. Neem nu Rusland, daar steeg de productie in korte tijd van 60 naar 80 miljoen ton door de grote agroholdings met 100.000 hectare en meer die daar actief zijn. Het klimaat heeft er wel meer invloed op de opbrengst dan bij ons.” 2017 bracht een goede graanoogst in Rusland, de landen rond de Zwarte Zee en in de Europese Unie. Noord-Afrika zal dit seizoen minder op de markt zijn voor aankopen want ook daar viel de oogst mee. Enkel in de Verenigde Staten en Canada is de oogst minder goed dan in 2016.

Een scenario zoals in 2010-2011 zullen we dit graanseizoen dus niet krijgen. De Russische president Vladimir Poetin verbood indertijd graanexport vanwege tegenvallende opbrengsten, en lapte zo de regels van de Wereldhandelsorganisatie aan zijn laars. Europese graanhandelaars profiteerden daarvan en namen op de wereldmarkt de plek in van hun Russische concurrenten, wat plotsklaps een prijsstijging toeliet van 30 à 40 procent. Kopers waren er toen genoeg want transport over zee werd na de financieel-economische crisis in 2007 heel goedkoop.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via