nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.04.2016 Bio-areaal groeit in 2015 met 6 procent

De Vlaamse biosector werd in 2015 opnieuw een beetje groter. Op het einde van het jaar telde hij 370 producenten (+8% of +27 bedrijven) en 823 verwerkers, verdelers en verkopers (+11%). Het bio-areaal groeide met 6 procent tot 5.343 hectare, wat nog steeds slechts een klein deel uitmaakt van het totale Vlaamse landbouwareaal (0,9%). Ter vergelijking: in België maakt het bio-areaal 5 procent uit van het totale landbouwareaal, en in Europa 5,9 procent. Dat blijkt uit het nieuwe Biorapport dat deze week verscheen.

Sinds 2008 is het Vlaamse bio-areaal met 53 procent gestegen. De gemiddelde jaarlijkse groei in die periode bedroeg bijna 7 procent, net als de gemiddelde jaarlijkse groei in aantal biologische landbouwbedrijven. Het aantal andere marktdeelnemers, zoals verwerkers, verdelers en verkopers, steeg zelfs sterker. Tussen 2008 en 2015 verdubbelde hun aantal bijna. Vooral het aantal verdelers groeide sterk, met name sinds 2010.

Eind 2015 telde de sector 370 producenten (+8%). Tweeënvijftig nieuwe bedrijven werden opgestart en 25 bestaande bedrijven zetten hun activiteiten stop. Het aantal biolandbouwers is het grootst in de provincie West-Vlaanderen (89) en het kleinst in de provincie Limburg (59). In Limburg steeg het aandeel afgelopen jaar echter het sterkst (+26%).

Een blik op het aantal inschrijvingen voor de tweejarige praktijkopleiding biolandbouw bij Landwijzer en het aantal adviesaanvragen bij Bio Zoekt Boer, doet vermoeden dat de sector ook de komende jaren nog zal groeien. De interesse neemt in ieder geval toe. In de periode 2008-2015 verdubbelde het aantal inschrijvingen en afgestudeerden bij Landwijzer, terwijl het aantal deelnemers aan starterscursussen A en B voor land- en tuinbouwers (gangbaar) in diezelfde periode min of meer stabiel bleef. Bio Zoekt Boer ontving in 2015 bovendien een recordaantal adviesaanvragen. Maar liefst 111 adviezen werden verleend, waarna 15 adviesvragers effectief omschakelden.

Ondanks de gestage groei in het aantal biologische bedrijven, is het verloop in de sector groot. Weinig bedrijven die zich laten certificeren als biobedrijf, blijken het volgens het Biorapport lang vol te houden. Van alle bedrijven die zich voor 2010 hebben laten certificeren, heeft intussen al 60 procent er de brui aan gegeven. De helft van de huidige actieve biobedrijven wordt dan ook beschouwd als jong (aanmelding tussen 2011 en 2015). Stoppers blijven evenwel vaak nog actief in de land- en tuinbouw, blijkt uit een analyse van de verzamelaanvragen. Vier van de 15 bedrijven die in 2014 afhaakten, waren in 2015 bijvoorbeeld nog actief als gangbaar bedrijf. Hetzelfde blijkt wanneer gekeken wordt naar de starters: ook zij hebben vaak een verleden in de land- of tuinbouw. Zo’n 60 procent van de nieuwkomers in 2015 dienden bijvoorbeeld in eerdere jaren al een verzamelaanvraag in.

Niet alleen Vlaanderen kent een groeiende bio-sector. Het fenomeen doet zich voor in heel Europa, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk (-7% areaal) en Griekenland (-33% areaal). Het totale Europese bio-areaal steeg in 2014 nog met anderhalve procent. Spanje, Italië en Frankrijk kennen het grootste bio-areaal (>1 miljoen ha), en in Frankrijk en enkele Oost-Europese landen groeit dit areaal het snelst. Het land met het grootste aandeel bio in de totale landbouwoppervlakte, is Oostenrijk (19%), gevolgd door Zweden, Estland en Tsjechië (>10%).

Zo’n 80 procent van de Vlaamse biobedrijven is gespecialiseerd, met groenteteelt in openlucht (26%) als belangrijkste specialisatie, gevolgd door dierlijke productie (17%), akkerbouw (15%) en fruitteelt (15%). Eén op drie van de biobedrijven kweekt dieren, samen zijn ze goed voor een veestapel van 422.000 dieren. Het aantal biologische runderen is in 2015 gedaald, (-9%), maar het aantal biologische varkens (+87%), schapen en geiten neemt toe.

De pluimveehouderij is de belangrijkste deelsector op vlak van aantal dieren (409.097), aantal bedrijven (58) en aantal gespecialiseerd bedrijven (40). De rundveehouderij volgt op vlak van aantal bedrijven (44, 24 gespecialiseerd) en de geitenhouderij op vlak van aantal dieren (4.906). De biologische schapenhouderij is veel kleiner (2.132 dieren, 27 bedrijven), maar neemt wel een groter aandeel in de totale Vlaamse sector in (15% van alle Vlaamse schapen is bio).

Het biologische areaal bestaat voor 46 procent uit grasland (1.723 ha) en gronden met natuurwaarde (695 ha), 18 procent wordt ingenomen door bodembedekkers (bijna 1.000 ha) en 16 procent door akkerbouwgewassen (852 ha). Het areaal van deze laatste categorie groeide het hardst (+19%), en betreft vooral graangewassen (71%). Het areaal bodembedekkers steeg met 12 procent en bestaat vooral uit klavergewassen (95%). Het areaal aardappelen, groenten en kruiden (605 ha) steeg eveneens met 12 procent en neemt daardoor intussen 11 procent van het totale bio-areaal in. Het areaal bio-fruit (465 ha) ten slotte daalde met 2 procent tot 9 procent van het totale areaal.

In 2015 trok Vlaanderen 3,9 miljoen euro uit voor de biologische sector. Dat is bijna 4 procent meer dan in 2014. De verdeling blijft gelijkaardig aan die van vorige jaren. Drieënveertig procent van de middelen ging naar ondersteuning van de biologische productie (hectaresteun, investeringssteun en bio-bedrijfsadvisering), 22 procent werd besteed aan onderzoek en kennisontwikkeling (+12%), 20 procent aan keten- en marktontwikkeling (subsidies voor BioForum Vlaanderen, Bio Zoekt Keten en Landwijzer) en 15 procent aan communicatie, promotie en draagvlakverbreding.

Meer weten? Lees het volledige Biorapport 2015.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via