nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.11.2016 Biogas levert tien procent van alle groene stroom

Het nieuwe voortgangsrapport van Biogas-E, dat de stand van zaken weergeeft over de anaerobe vergisting in het kalenderjaar 2015, is gepubliceerd. Eind vorig jaar telde Vlaanderen 41 grote vergistingsinstallaties, met een totale vergunde verwerkingscapaciteit van 2.597.000 ton per jaar, en een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 104,82 MWe. Het aantal installaties in werking stagneert de laatste jaren. De enige niche waar wel nog groei valt waar te nemen, is de kleinschalige vergisting. Eind 2015 waren er 76 installaties, dit zijn er 12 meer dan in 2014. Kleine en grote vergisters leveren samen 10,2 procent van alle groene stroom in Vlaanderen.

Om de Belgische doelstelling inzake hernieuwbare energie te halen (13% tegen 2020), zullen alle beschikbare technologieën hun steentje moeten bijdragen. “Zon en wind hebben hun plaats in een hernieuwbare toekomst van de energievoorziening, “maar ze zijn niet in staat om de nodige netstabiliteit te creëren”, voeren Véronique De Geest en Bram De Keulenaere van Biogas-E aan. “Er zijn dus ook technieken nodig om de pieken en dalen uit te vlakken. Dankzij de continue toevoer van biomassa kan energieproductie via anaerobe vergisting doorheen het jaar stabiel gehouden worden. Daarom is de groene stroomproductie per geïnstalleerd vermogen groter dan voor weersafhankelijke technologieën zoals wind.”

Biogas, gevormd uit organisch afval (mest, nevenstromen uit de voedingsindustrie en GFT) via anaerobe vergisting, leverde in 2015 met 758 GWh een significante bijdrage aan de productie van groene stroom in Vlaanderen. Biogas-E, het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen, becijferde dat alle biogastechnologieën (b.v. ook biogas van stortgas en industriële anaerobe waterzuivering) samen instaan voor 10,2 procent van de totale groene stroomproductie in Vlaanderen. Richting 2020 werd voor biogas een subdoelstelling vastgelegd van 760 GWh groenestroomproductie.

Dat is een cijfer waar Biogas-E bedenkingen bij plaatst. “De prognose houdt enkel rekening met een stabiele groei, maar niet met stopzettingen van biogasinstallaties. De bezorgdheid van Biogas-E is dat deze cijfers dus mogelijks een overschatting geven”, zeggen Véronique De Geest en Bram De Keulenaere. 2017 en 2018 worden volgens hen cruciale jaren voor de sector omdat veel biogasbedrijven dan tien jaar exploiteren en onzeker zijn over de groene stroomcertificaten die ze nadien nog zullen ontvangen. “Bijkomend vermogen uit nieuwe projecten kan dus ongedaan gemaakt worden door het verdwijnen van bestaande installaties.

Sectorfederatie FeBiGa verspreidde naar aanleiding van de laatste evaluatie van de subdoelstellingen door het Vlaams energieagentschap (VEA) een reactienota met de prognose voor de biogassector tot 2030, op basis van individuele bedrijfsgegevens. In deze herwerkte prognose daalt vanaf 2018 de geproduceerde groene stroom uit biogas. Het platform Biogas-E houdt een pleidooi om de productie bij bestaande vergisters te verlengen, om te vermijden dat de negatieve trend de biogassector tegen 2030 nagenoeg doet verdwijnen.

Geen beleidsmaker mag dat wensen afgaand op de argumenten van Biogas-E pro vergisting: “Bij anaerobe vergisting wordt hernieuwbare energie geproduceerd uit afval van lokale origine, met een energetisch rendement van meer dan 85 procent in de vorm van stroom en warmte. Organisch materiaal (afval) wordt door micro-organismen omgezet naar biogas, dat zo’n 55-60 procent methaan bevat. Zo wordt ‘hernieuwbaar’ aardgas gevormd. Daarenboven kan het restproduct digestaat rechtstreeks gebruikt worden als meststof in land- en tuinbouw, of verder worden verwerkt tot compost. Op deze manier kan biogasproductie niet enkel instaan voor een deel van onze hernieuwbare energievoorziening maar ook rechtstreeks bijdragen aan de Vlaamse klimaatdoelstellingen.”

Anaerobe vergisting heeft naar verluidt een veel groter potentieel om de wereldwijde broeikasgasemissies te verminderen dan algemeen wordt aangenomen. In Vlaanderen lijkt de groei niettemin uit de sector. Sinds 2012 blijft het aantal vergistingsinstallaties hangen op 39 à 41 grote agrarische, industriële en GFT-vergisters. Eind vorig jaar waren het er 41 om precies te zijn, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 104,82 MWe. “Er worden wel nieuwe installaties opgestart, maar jammer genoeg zijn er evenveel installaties die technische of administratieve problemen ondervinden, of zich in een overnamefase bevinden”, constateert Veronique De Geest. Haar collega Bram De Keulenaere vult aan dat kleinschalige vergisting de enige niche is waar nog groei valt waar te nemen. Eind 2015 waren er 76 kleine vergisters, twaalf meer dan in 2014.

Ondanks het stagnerend aantal installaties stijgen de productiecijfers wel. De totale bruto groene stroomproductie uit biogas bedroeg vorig jaar 757,9 GWh, wat een stijging is van 8,2 procent ten opzichte van 2014. Daarmee vertegenwoordigt biogas 10,2 procent van de totale groene stroomproductie in Vlaanderen. Biogas-E verklaart de stijgende productie door een efficiëntere werking van de vergistingsinstallaties, en een betere invulling van hun productiecapaciteit.

Wanneer Biogas-E het gemiddelde kostenplaatje voor exploitatie, aankoop van bedrijfsrestafval en afzet van digestaat afzet tegen de potentiële inkomsten (groene stroomcertifcaten en warmtekrachtcertificaten), dan luidt de verontrustende conclusie dat de levensvatbaarheid na tien jaar exploitatie nihil is voor een groot deel van de sector als je rekening houdt met noodzakelijke vervangingsinvesteringen. “Er is zeker geen ruimte voor de implementatie van innovatieve technieken, wat volgens ons wel noodzakelijk is om de sector naar een hogere efficiëntie te brengen”, zeggen De Geest en De Keulenaere. “Dit zou de steunafhankelijkheid kunnen verminderen en op die manier de return voor het beleid verhogen.”

De manier waarop in Vlaanderen de subsidie voor hernieuwbare energieprojecten wordt berekend, benadeelt volgens Biogas-E de meest kostenefficiënte installaties door hen een significant lagere ondersteuning toe te kennen. “Het zijn echter net de kostenefficiënte projecten die nieuwe, innovatieve technieken kunnen implementeren en vergisting gaandeweg verder zullen professionaliseren in Vlaanderen”, klinkt het. De praktijk leert volgens Biogas-E dat de certificaatgerechtigde periode van tien jaar te kort is. “Een verlenging kan wel worden aangevraagd, maar de procedure kan pas te laat worden opgestart. Met de huidige methodiek is er veel onduidelijkheid over de steunhoogte na tien jaar, met veel onzekerheid over de verdere uitbating van biogasinstallaties tot gevolg.”

Op het kabinet van Vlaamse minister voor Energie Bart Tommelein overweegt men een vereenvoudiging van deze verlengingsprocedure, en eventueel ook een generieke verlengingsperiode. Op die manier moet niet ieder dossier individueel behandeld worden. De tijdslijn voor de eindigheid van steun in gedachten, dreigt immers de volgende jaren een enorme administratieve belasting te ontstaan bij het Vlaams Energieagentschap. Om deze procedure te kunnen realiseren, moet een wijziging van het Energiedecreet en Energiebesluit worden doorgevoerd.

Meer info: Voortgangsrapport 2016 Biogas-E

Bron: |

In samenwerking met: Biogas-E vzw

Volg VILT ook via