nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Biologische landbouw in Vlaanderen
13.02.2018  "Biolandbouw gaat om meer dan regels uit een lastenboek volgen"

Ondanks het voortreffelijke groeicijfer dat de biologische productie in Vlaanderen kan voorleggen, hinkt de sector in onze regio nog steeds achterop in vergelijking met de ons omringende landen. Nochtans is de vraag naar bioproducten in Vlaanderen nog steeds groter dan het aanbod en dat terwijl heel wat gangbare bedrijven op zoek zijn naar een beter toekomstperspectief. De landbouwstudiedag van de UGent zocht uit waar de knelpunten voor omschakeling liggen, hoe de bioketen werkt, hoe ze beter zou kunnen werken en welke rol er voor de retail is weggelegd om de bioproductie meer ingang te laten vinden. “Met deze studiedag willen we mensen aan het denken zetten over landbouwsystemen, want het is belangrijk dat onze landbouw een veelheid aan producten aflevert”, zei Patric Buggenhout, voorzitter van de stuurgroep van de studiedag. 

Biologische productie: feiten en cijfers
De biologische sector in België is de afgelopen jaren sterk gegroeid, maar blijft toch kleiner dan het Europese gemiddelde. Bioproductielanden bij uitstek zijn Spanje, Italië en Frankrijk. Zij zijn de enige Europese lidstaten die meer dan één miljoen hectare biologisch landbouwareaal tellen. In Spanje gaat het zelfs om ruim 1,7 miljoen hectare. “Neem er Duitsland nog bij en dan kan je zeggen dat zij samen meer dan de helft van de totale bioproductie in de EU voor hun rekening nemen”, zegt Ilse Timmermans van het Departement Landbouw en Visserij. “Als we kijken naar het aandeel van het bioareaal in vergelijking met het totale landbouwareaal, dan scoren Oostenrijk, Zweden en Estland het beste. Ruim 18 procent van de landbouwgronden daar wordt biologisch bewerkt.”

België telde in 2016 78.500 hectare biologisch landbouwareaal, dat is 5,8 procent van het totale landbouwareaal in België. Dat is lager dan het Europees gemiddelde van 6,7 procent. Wel is de sector aan een opmars bezig, want het Belgische bioareaal nam tussen 2012 en 2016 toe met ruim 30 procent. Opvallend echter is dat de stijging van de bioproductie in Wallonië veel groter is dan in Vlaanderen. Zo telt Vlaanderen nog geen 7.000 hectare biologisch areaal (of 1,1% van het totale landbouwareaal), terwijl dat in Wallonië momenteel ruim 77.000 hectare is (of 11,8% van het totale Waalse landbouwareaal).

Volgens Paul Verbeke, ketenmanager bij BioForum, heeft dit onder meer te maken met de prijs van de landbouwgrond die in Wallonië veel lager ligt dan in Vlaanderen. “Die grondprijs speelt een belangrijke rol, want een biologische veehouder mag bijvoorbeeld maar twee grootvee-eenheden per hectare houden”, klinkt het. Bovendien trekt Wallonië sinds de vorige legislatuur voluit de kaart van bio en korte keten. Dat zorgt ervoor dat ook op vlak van aantal biolandbouwers er een groot verschil is tussen beide regio’s. Vlaanderen telt 430 biologisch gecertificeerde land- en tuinbouwers, terwijl Wallonië er ruim drie keer zoveel heeft (1.493).

bioserre_GeVILT.jpg

Sinds 2008 is er wel een kentering waar te nemen in de evolutie van de Vlaamse biosector. “In dat jaar werd het eerste strategische plan voor de biosector (2008-2012) in uitvoering gebracht. Sinds dan overschrijdt het aantal nieuwe starters duidelijk het aantal stoppers in de biolandbouw”, weet Timmermans. “Naast het strategisch plan met daarin de werking rond ‘Bio zoekt Boer’ heeft ook de maatschappelijke erkenning voor bio voor een boost gezorgd.” Jaarlijks stoppen gemiddeld 3,8 procent bioboeren wat gelijklopend is met het aantal stoppers in de gangbare landbouw, terwijl het aantal starters van 2015 naar 2016 steeg met 16 procent. Opvallend is dat ruim de helft van de stoppers dit doet binnen de vijf jaar na omschakeling. Een derde onder hen keert terug naar de gangbare landbouw. Het zijn vooral wettelijke belemmeringen, de zware fysieke arbeid en afzetmoeilijkheden die landbouwers doen beslissen om opnieuw gangbaar te boeren.

Volgens Sander Van Haver van ‘Bio zoekt Boer’ bestaan er nog veel clichés over biologische landbouw. “En wat je niet kent, daar kan je niet voor kiezen”, stelt hij. Hij merkt wel dat heel wat gangbare landbouwbedrijven op zoek zijn naar toekomstperspectieven. Sinds 2009 kwamen 720 individuele bedrijven aankloppen bij ‘Bio zoekt Boer’ voor advies. Dat resulteerde uiteindelijk in 130 omschakelaars.

De motivatie om de stap naar bio te maken, is vaak divers. Je hebt economische redenen zoals landbouwers die meer heil zien in de vraagmarkt van bio in plaats van de aanbodmarkt van de gangbare landbouw, de prijsvorming in de gangbare landbouw die te wensen over laat, bedrijven die bewust niet kiezen voor schaalvergroting maar wel op zoek zijn naar meer toegevoegde waarde of landbouwers die bio zien als risicospreiding. Daarnaast zijn er ook heel wat ideologische redenen: de aandacht die bio heeft voor duurzaamheid, dierenwelzijn en milieu, de visie waarbij kringlopen worden gesloten spreekt aan, de appreciatie van de consument voor bio wordt gewaardeerd of men is op zoek naar een nieuwe persoonlijke uitdaging. Volgens Van Haver is die opdeling tussen economische en ideologische een stuk artificieel. “Beide kunnen niet zonder elkaar. Je moet als boer ook achter de ideologische principes van bio staan, want anders hou je het niet vol”, stelt hij. “Het gaat om meer dan een lastenboek volgen.”

Het omschakelingstraject, van adviesaanvraag tot effectieve omschakeling, duurt gemiddeld twee tot vijf jaar. “Via advies kunnen we vaak snel een antwoord bieden op technische en economische vragen. Het is het mentale proces dat echter veel tijd vraagt”, weet Sander Van Haver. “Wanneer de beslissing dan toch valt, gebeurt dat meestal op het moment dat landbouwers op een kantelpunt in hun bedrijfsvoering komen, bijvoorbeeld als er nieuwe investeringen moeten gebeuren.” Bio zoekt Boer raadt landbouwers ook steeds aan om de tijd te nemen voor het omschakeltraject. Er moet kennis en visie over bio worden opgebouwd, een stappenplan moet uitgewerkt worden. Vaak is het aan te bevelen om niet het volledige bedrijf in één keer om te schakelen, maar om te kiezen voor een gefaseerde aanpak. Nog een advies dat Van Haver meegeeft: “Vaak zijn het de lage prijzen in de gangbare teelt die landbouwers de omschakeling doen overwegen. Maar de omschakelingsperiode is juist beter verteerbaar wanneer de gangbare prijzen hoog zijn.”

zelfpluktuin_geVILT.jpg

Bio zoekt Boer wijst erop dat de omschakelingsperiode niet mag onderschat worden. “Het vraagt van de boer een heel andere benadering. Nieuwe technieken moeten aangeleerd worden, seizoenpacht kan niet meer of slechts beperkt, dieren moeten buitenloop hebben, de teeltrotatie moet gewijzigd worden, enz. Daarnaast moet een bedrijf ook bijkomende investeringen doen, niet zelden op een moment dat bestaande aflossingen nog lopen. De omschakelingsperiode betekent dan ook vaak een paar financieel moeilijke jaren. Daarnaast moet een landbouwer ook een nieuw netwerk rond zich opbouwen voor kennis en advies en voor een aantal landbouwers is de inzet van personeel die met bioteelt vaak gepaard gaat, een hele aanpassing”, weet Van Haver. Ondersteuning van landbouwers die voor biologische productie kiezen is dan ook geen overbodige luxe. “Dit betekent financiële steun, maar zeker ook begeleiding op vlak van kennisopbouw en afzet.”

Op de vraag of biolandbouw ook rendabel is, kwam een minder eenduidig antwoord. Echte cijfers om die bewering hard te maken, ontbreken vandaag. Volgens Sander Van Haver is het een genuanceerd verhaal. “Net als in de gangbare landbouw is het vaak de boer, de ondernemer die het verschil maakt. Het ene bedrijf slaagt erin betere resultaten neer te zetten dan het andere.” Volgens Paul Verbeke zijn er ook verschillen tussen sectoren. “Varkensbedrijven met 50 tot 100 zeugen zijn in de biolandbouw rendabel. Daar kan je een mooi rendement uit halen. In de vleeskippensector daarentegen is mijn inziens de rendabiliteit vandaag te laag.”

Biologische consumptie: feiten en cijfers
De consumptie van biologische producten in België vertegenwoordigde in 2015 een omzet van 525 miljoen euro. Vlaanderen neemt daarvan 44 procent of 257 miljoen euro voor zijn rekening. Voor heel Europa gaat het om 27,1 miljard euro. Duitsland heeft met een omzet van bijna 8,7 miljard euro de grootste omzet van alle EU-lidstaten. Het grootste marktaandeel bio vind je terug in Denemarken. Daar zijn 8,4 procent van alle verkopen bio. Luxemburg (7,5%) en Zweden (7,3%) volgen op de tweede en derde plaats. 

bio winkelrek_geVILT.jpg

De meest gekochte voedingscategorie voor biologische producten in Vlaanderen zijn aardappelen, groenten en fruit (AGF). Deze categorie heeft een marktaandeel van 38 procent in de totale biologische voedingsaankopen. In de gangbare sector is het aandeel van AGF beperkt tot 22 procent. Het marktaandeel van biologisch vlees daarentegen is met 25 procent beperkter dan zijn gangbare variant (37%). Bioketenmanager Paul Verbeke ziet daar een aantal verklaringen voor: “In de eerste plaats is het aanbod van biovlees eerder beperkt. De consument moet moeite doen om het te vinden in de winkel. Vlees is ook een relatief duur product en biovlees is nog duurder dan gangbaar vlees. We zien ook dat biokopers sterk bezig zijn met gezondheid en milieu en op dat vlak staat vleesconsumptie de laatste tijd onder druk.”

Gemiddeld genomen is een bioproduct een derde duurder dan zijn gangbare variant. Al zijn er wel grote verschillen tussen productcategorieën. Biologische eieren zijn tot twee keer zo duur, waar biovleesvervangers maar 16 procent duurder zijn. Uit een doctoraatsonderzoek uitgevoerd door Joris Aertsens, vandaag werkzaam bij Rikolto (het vroegere Vredeseilanden, nvdr), blijkt dat prijs de voornaamste barrière is om bio te kopen. Ook de beschikbaarheid van bio is een rem op de consumptie, al geeft Aertsens toe dat bio vandaag veel breder beschikbaar is dan tien jaar geleden toen het onderzoek werd uitgevoerd. Zo ging het aantal Bio-Planets van vier naar 27 en ook hard discounters, zoals Lidl en Aldi, zetten almaar vaker in op bio waardoor ze hun marktaandeel op enkele jaren tijd zagen stijgen tot bijna 10 procent.

Het feit dat bij bio geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dat het beter is voor het milieu, dat het gezonder en van betere kwaliteit is, worden door consumenten aangehaald als belangrijkste motivaties om bio te kopen. Aertsens wijst er op dat ook niet-bioconsumenten een heel positief beeld hebben van bio. Dat blijkt ook uit de cijfers: 93 procent van alle Belgen koopt wel eens bio op jaarbasis, maar slechts 11 procent van de consumenten doet dit wekelijks. Voedselcrisissen blijken wel een belangrijke trigger te zijn om consumenten al dan niet tijdelijk te laten overstappen naar bioproducten.

Biologische ketenontwikkeling
Vandaag telt Vlaanderen 906 biomarktdeelnemers, bioproducenten niet meegerekend. Het gaat om bereiders, verdelers, verkooppunten, importeurs of exporteurs van bioproducten. Dat is een stijging met tien procent op één jaar tijd. De afgelopen tien jaar was de groei van biologische handels- en voedingsbedrijven groter dan de groei van biologische landbouwbedrijven in Vlaanderen. Volgens Paul Verbeke hoeft dit niet te verbazen. “De handel en voedingsindustrie volgen markttendensen veel beter op. Op die manier vangen ze signalen van de consument – die meer bio vraagt – sneller op en spelen ze er sneller op in.” 

bio witloof_geVILT.jpg

De hoge kostprijs van bio, de belangrijkste barrière om bioproducten te kopen, is te verklaren door de hogere kosten waar de tussenschakels in de bioketen mee geconfronteerd worden. “Dat heeft vooral te maken met de kleine schaal waarop de biosector actief is. Als tussenschakels erin zouden slagen om hun productie op te schalen, dan zou dat de prijs ook naar beneden kunnen halen”, weet Aertsens. Hij ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor retailers. “Zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om bio tijdelijk te promoten. Lidl deed dit recent voor fairtrade chocolade. De supermarktketen heeft beslist om haar best verkopende chocoladerepen voortaan met fairtrade chocolade te maken. Daardoor is de verkoop van fairtrade chocolade in België gestegen met maar liefst 92 procent. De prijs van de repen werd daarbij niet verhoogd: Lidl neemt immers genoegen met een kleinere marge, iets wat het imago van de supermarkt ten goede komt”, klinkt het.

Joris Aertsens wijst erop dat een gelijkaardige actie voor de biozuivelsector een waardevol idee kan zijn, nu de sector geconfronteerd wordt met een nieuwe situatie. Jarenlang kende de biologische melkproductie in de EU een lichte groei van ongeveer drie procent. Vaak ging het om bestaande melkveehouders die verder groeiden. Die beperkte groei liet de kloof tussen vraag en aanbod jaar na jaar toenemen, tot 2015. “Door de grote vraag naar biomelk en de slechte prijzen voor gangbare melk is de biomelkproductie plots exponentieel beginnen groeien. In Europa kwam zo’n 1,2 miljard kilo biomelk extra (+35%) op de markt. Vooral in Duitsland en Frankrijk werd een heel grote groei opgetekend. In Frankrijk werd daarom zelfs beslist om tijdelijk geen bedrijven meer te laten omschakelen”, weet Paul Verbeke.

Ook in Vlaanderen verdubbelde de biomelkplas op korte tijd. Verbeke wil evenwel niet spreken van een overaanbod op de markt. “Ik zie het eerder als een marktverzadiging. Dat zie je ook aan de prijzen. Bij de meeste afnemers blijven die relatief stabiel. In Vlaanderen is er wel een commercieel probleem bij één ophaler. De grootste Vlaamse coöperatie voor biomelk (Biomilk.be, nvdr) ondervindt problemen om zijn melk af te zetten. Maar het gaat dus niet om een marktprobleem”, aldus de ketenmanager.

Volgens Joris Aertsens van Rikolto is dit een voorbeeld van de boom- en bustcycli waar de landbouw vaak mee geconfronteerd wordt. “Een goed voorbeeld daarvan is de varkenscyclus. Op het moment dat de productie laag is, zijn de prijzen meestal hoog. Dit zet boeren ertoe aan om meer te gaan produceren, maar tegen wanneer de varkens zijn opgekweekt, ontstaat een overaanbod dat de prijs naar beneden duwt. Die dalende prijzen hebben eenzelfde effect op de productie, waarna de prijzen opnieuw kunnen stijgen”, stelt hij. “Het effect van boom- en bustcycli is in de biosector nog groter omdat de sector zo klein is.” Verbeke wijst er ook op dat de productie in de biosector niet gestaag stijgt, maar wel trapsgewijs omdat een bedrijf meestal in één keer zijn productie omschakelt.

vleesvee bio_geVILT.jpg

Deze situatie in de zuivelsector doet Aertsens stilstaan bij wat nu de beste marktorganisatie voor de biosector is. Enerzijds heb je de vrije markt die veel flexibiliteit biedt, maar geen zekerheid. Anderzijds heb je een volledig verticaal geïntegreerde markt zonder flexibiliteit en veel zekerheid. Tenslotte zijn er ook tal van tussenvormen mogelijk die beide marktorganisaties in zich hebben. “De biosector heeft zowel nood aan zekerheid als aan flexibiliteit. Daarom is het raadzaam om voor een groot deel van de productie afspraken te maken over volumes en prijzen met afnemers en voor een kleiner deel te opteren voor de vrije markt.” Dergelijke afspraken kunnen verhinderen dat een overaanbod ontstaat, zoals vandaag het geval is bij biomelk, en dat een bioproduct moet verkocht worden als gangbaar product.

Aertsens meent dat het principe van wachtlijsten daarom te overwegen is. “Als we in plaats van 17 slechts vijf melkveebedrijven in ons land samen hadden laten omschakelen en de andere op een wachtlijst hadden geplaatst en gradueel hadden laten omschakelen, dan was de biomelkprijs veel stabieler gebleven.” In dat kader wijst Paul Verbeke op de sector van de biovleeskippen. “Daar zijn twee integratoren actief. Zij hadden altijd een tekort en waren op zoek naar omschakelaars. Begin 2017 hebben ze echter een omschakelingsstop ingeroepen omdat een overaanbod dreigde. Intussen is er opnieuw ruimte in de markt en wordt terug gezocht naar geïnteresseerde bioproducenten.”

Joris Aertsens wijst daarbij ook op de rol van de retail. “De periode dat een bedrijf in omschakeling is, is een moeilijke periode voor producenten. Ze moeten zware investeringen doen en hun opbrengst valt terug terwijl de prijs voor hun producten dezelfde is als van de gangbare teelt. Dat zorgt voor een scherpe daling aan liquide middelen bij die bedrijven. De retail kan ervoor kiezen om deze producten als ‘bio in omschakeling’ te verkopen of om zekerheid te geven over de afname van de producten eens de omschakeling voltooid is”, klinkt het.  

Lees ook: Biologische landbouw: een ideologie?

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via