nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.09.2017 BioWanze heeft meer in zijn mars dan enkel biobrandstof

De perspectieven voor een traditionele bio-ethanolfabriek zijn niet meer zo gunstig sinds biobrandstoffen van de eerste generatie uit de gratie van de Europese politici zijn. Bij BioWanze zijn ze nog altijd fier op de bio-ethanol die gewonnen wordt uit 800.000 ton tarwe en 400.000 ton bieten, maar naar de toekomst toe wordt die markt eerder kleiner dan groter. Daarom kijkt BioWanze reikhalzend uit naar het ValBran-project, dat uit tarwezemelen tensio-actieve moleculen wil halen. Als een deel van de tarwezemelen op termijn niet verbrand maar hoogwaardiger gevaloriseerd kan worden, dan heeft BioWanze al een andere vorm van biomassa voor de eigen elektriciteitsproductie op het oog ... miscanthus.

In de eind vorig jaar gepubliceerde EU-richtlijn hernieuwbare energie worden brandstofleveranciers verplicht om een steeds groter aandeel hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen te leveren. Biobrandstoffen van de eerste generatie hebben veel krediet kwijtgespeeld vanwege hun concurrentie met voedingsgewassen, en dat merk je aan de Europese plannen. Het aandeel eerste-generatie-biobrandstof in de hernieuwbare energiedoelstelling voor transport gaat geleidelijk naar beneden: van maximaal 7 procent in 2021 naar 3,8 procent in 2030.

Wat dit betekent voor de bestaande producenten van bio-ethanol en biodiesel laat zich raden. Hun afzetmarkt wordt kleiner, wat druk op de prijzen zet op een moment dat fossiele brandstof opnieuw zo goedkoop is dat het moeilijk concurreren is voor de alternatieven. Mocht het voor brandstofleveranciers niet verplicht zijn om biobrandstoffen bij te mengen in transportbrandstoffen, dan zou de sector nu in grote moeilijkheden verkeren.

In eigen land is BioWanze de grootste producent van bio-ethanol. “De fabriek is vooral gekend vanwege de productie van biobrandstof, zo’n 300.000 m³ per jaar”, zegt directeur André Tonneaux, “en minder voor de nuttige nevenstromen: 55.000 ton gluten, 350.000 ton Protiwanze (diervoeder) en 20.000 ton as dat als meststof/bodemverbeteraar op de markt wordt gebracht door twee afnemers in Vlaanderen en Wallonië.” Hoewel 20.000 ton geen gigantische hoeveelheid is, klinkt Tonneaux bijzonder trots wanneer het over de bodemverbeteraar gaat. “Het heeft moeite gekost om van de overheid de erkenning te bekomen dat de verbrandingsas een zuiver product is.” Boeren weten wat ze er aan hebben want het is een goede bron van fosfor en kalium.

Jaarlijks verwerkt BioWanze 800.000 ton tarwe en 400.000 ton bieten tot bio-ethanol en bijproducten. Het bedrijf ligt aan de oever van de Maas en gebruikt zo veel mogelijk vervoer over water. Van de 75 graanstations van leverancier Wal.agri liggen er vier aan het water. “Alle tarwe en bieten komen uit België en de buurlanden Frankrijk en Nederland”, zegt Tonneaux. Dagelijks verwerkt de fabriek 2.250 ton (voeder)tarwe en 150 tot 300 ton bietensiroop. Omgerekend maakt BioWanze van 1 ton tarwe 335 liter bio-ethanol en daarnaast ook 75 kilo glutenpoeder en glutenpellets voor humane voeding, 400 à 450 kilo Protiwanze voor diervoeding en 20 kilo tarwezemelen. Die tarwezemelen worden verbrand om energie op te wekken. BioWanze is met 22 MW meer dan zelfvoorzienend, en voedt ook de suikerfabriek en het elektricteitsnet.

Naar verluidt garandeert het productieproces van BioWanze biobrandstof met een broeikasgasuitstoot die twee derde lager ligt dan die van fossiele brandstoffen. Toch weet de fabriek zich bedreigd door de toekomstplannen van de EU waarin voor biobrandstoffen van de eerste generatie geen grote rol meer is weggelegd. Dus kijkt BioWanze vooruit, om de eigen toekomst en die van de 120 medewerkers te verzekeren. Tarwe blijft deel uitmaken van die toekomstvisie, maar andere biomassastromen komen in beeld. Tonneaux geeft de 5.000 ton vlasscheven die vorig jaar spontaan aangeboden werden als voorbeeld. Dat kon toen niet gebruikt worden, maar op termijn zijn er wel mogelijkheden.

Zelf denkt de directeur van BioWanze in de eerste plaats aan miscanthus, ook wel olifantsgras genoemd. Het drie meter hoge gras groeit op arme gronden, en hoeft dus niet in concurrentie te treden met voedsel- en voedergewassen op goede landbouwgrond. Van de 150.000 ton tarwezemelen, -stro en -stof die vandaag omgezet wordt in energie gelooft Tonneaux dat er 10 procent beter gevaloriseerd kan worden voor bioraffinage, en nog eens 10 procent voor diervoeding. “Als grondstof voor onze biomassaketel willen we 80 procent tarwezemelen behouden, al was het maar omdat tarwe een natuurlijke grondstof is die in een kwalitatief slecht jaar meer zemelen en minder meel oplevert.”

Om de fabriek toekomstbestendig te maken, bewandelt BioWanze meerdere pistes. Elektriciteit produceren uit minder waardevolle biomassa dan tarwezemelen, is er daar slechts één van. Ook volgt de directie een aantal projecten op de voet. André Tonneaux noemt uiteraard ValBran, het project dat gelanceerd werd met een bedrijfsbezoek aan BioWanze. Vervolgens vermeldt hij een ander project van de Universiteit Luik om antioxidanten uit gecomprimeerd CO2 te halen. En hij ziet een opportuniteit in de extractie van vaniline-aroma uit tarwezemelen omdat de mondiaal grootste producent van dit ijs-aroma erg getroffen is door de Fukushima-kernramp in Japan.

“We geloven dat biobrandstoffen van de eerste generatie nog een plek hebben in de hernieuwbare energiestrategie, maar willen wel voldoen aan de verwachtingen van markt en politiek. De fabriek kan bijdragen aan de bio-economie. Ik ben ervan overtuigd dat BioWanze over tien jaar verscheidene raffinageproducten kan toevoegen aan zijn productportfolio. Daartoe zullen we onze banden met universiteiten en andere onderzoeksinstellingen versterken”, besluit de directeur van BioWanze.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via