nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.04.2018 Blijvend grasland maakt 45% van het bioareaal uit

Vier EU-lidstaten zijn samen goed voor meer dan de helft van alle biologische landbouwgrond in de EU: Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland. In verhouding tot het nationale landbouwareaal is er nergens zoveel bio als in Oostenrijk (21,3%) en in Zweden (18,3%). Uit een infografiek die de onderzoeksdienst van het Europees Parlement maakte, valt verder op te maken dat 45 procent van het bio-areaal uit gras bestaat dat als voeder voor herkauwers wordt benut. Grondgebonden veehouderij krikt het bioareaal omhoog, wat je ook in Vlaanderen ziet als gevolg van de omschakeling van melkveehouders.

Op 11,9 miljoen hectare in de EU wordt er aan biolandbouw gedaan. Dat is op 6,7 procent van de totale landbouwoppervlakte. Spanje (16,9%), Italië (15,1%), Frankrijk (12,9%) en Duitsland (9,5%) zijn samen goed voor meer dan de helft van het bioareaal. Hou je rekening met hun grote landbouwareaal, dan daalt behalve voor Italië (14%) het percentage biologische landbouwgrond in deze landen onder de 10 procent. In een aantal andere lidstaten is de biosector relatief gezien dus belangrijker, Oostenrijk (21,3%) en Zweden (18,3%) op kop. Komen ook boven de 10 procent bio op hun totaal landbouwareaal: Estland (18%), Tsjechië (14%), Letland (13,4%) en Finland (10,5%).

In Europa bestaat 45,1 procent van het bio-areaal uit blijvend grasland. Andere blijvende gewassen (fruitbomen en bessen, olijfbomen en wijngaarden) nemen 10,9 procent in. Op de resterende 44 procent van het areaal groeien granen, verse groenten, landbouwgrondstoffen voor de verwerkende industrie en veevoeder. In België maakt het bio-areaal 5,8 procent uit van alle landbouwgrond. Dat is, met dank aan de Waalse bijdrage van grondgebonden veehouderij, meer dan in buurlanden Nederland, Luxemburg, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

In Vlaanderen is er hoofdzakelijk biologische productie van groenten en fruit, wat zich weerspiegelt in kleinere bedrijfsarealen. De helft van de Vlaamse bioboeren beschikt over minder dan 5 hectare. Daarom had de omschakeling van melkveehouders ten tijde van de crisis (2016) een grote impact op het areaal bio (in omschakeling). Dat steeg toen naar bijna 2.400 hectare, oftewel een derde van het totale Vlaamse bioareaal.

Meer info: Infografiek biolandbouw

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via