nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

24.01.2017 Boer leert digitaal hoe hij pesticiden uit water houdt

Twee druppels van een gewasbeschermingsmiddel kunnen een meer van 100 bij 100 meter zodanig verontreinigen dat de (erg strenge) drinkwaternorm overschreden wordt. Met alle problemen van dien: drinkwatermaatschappijen moeten dure filters plaatsen en landbouwers zien hun kosten stijgen omdat het ene na het andere gewasbeschermingsmiddel van de markt verdwijnt. Samen met de andere gebruikers van sproeistoffen zijn boeren en tuinders hiervoor verantwoordelijk. Dat klinkt confronterend maar is tezelfdertijd goed nieuws want zo kan je er ook zelf wat aan doen. Aangezien puntvervuiling de grootste bron van vervuiling is, stelt Phytofar een webtool ter beschikking om de specifieke knelpunten op bedrijfsniveau te detecteren. Voor de lancering van de ‘fyteauscan’ vond de gewasbeschermingsmiddelenindustrie twee voor de hand liggende partners in drinkwaterbedrijf De Watergroep en praktijkcentrum Inagro.

Voorafgaand aan een studiedag voor distributeurs van gewasbeschermingsmiddelen werd de landbouwpers geïnformeerd over de ‘fyteauscan’, een nieuwe digitale tool die landbouwers moet helpen om verstandig om te springen met de chemische bestrijdingsmiddelen die ze inzetten tegen onkruid, ziekten en plagen. De locatie voor het persmoment, drinkwaterproductiecentrum HAC in Heverlee, verraadt wat er op het spel staat. Dat zijn de waterkwaliteit en bijgevolg ook onze drinkwatervoorziening en onrechtstreeks zelfs het voorhanden zijn (en blijven) van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Simon Six, hydrogeoloog van De Watergroep legt uit wat het één met het ander te maken heeft: “Meer en meer moeten we op drinkwaterwinningen een actieve koolfilter plaatsen om aan de drinkwaternorm van maximum 0,1 microgram actieve stof per liter water te voldoen. De laatste 10 à 15 jaar vinden we meer chemische stoffen terug in onze waterbronnen.”

De grondwaterspecialist moet in het midden laten of er werkelijk sprake is van een stijgende trend. Het kan ook zijn dat er meer sporen van gewasbeschermingsmiddelen gevonden worden omdat er nu harder gezocht wordt. De metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij in het oppervlaktewater wijzen uit dat de meetpunten zonder normoverschrijdingen voor de gemonitorde pesticiden in de minderheid zijn. Vooral in het IJzerbekken kleuren meetpunten rood en zwart vanwege het hoge aantal normoverschrijdingen. VMM meet de concentratie van pesticiden in het oppervlaktewater op een 125-tal plaatsen, en daarnaast ook bij het in- en uitgaande water van 25 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Een beperkt aantal pesticiden (vnl. imidacloprid, diflufenican en flufenacet) zorgt voor een groot aantal overschrijdingen. De cijfers voor 2014 vind je hier terug.

Waterproductiecentrum HAC in Heverlee put uit drie grondwaterwinningen en een aftakking van de Dijle. Verspreid over Vlaanderen heeft De Watergroep als grootste drinkwaterproducent in totaal 55 grondwaterwinningen en vijf oppervlaktewaterwinningen. Chemische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen horen bij de moeilijkst te verwijderen fracties tijdens het winningsproces. Je haalt ze er alleen uit met actieve koolfilters. Het bedrijf hanteert een meersporenaanpak om de aanwezigheid van pesticiden te vermijden in het ruwe water dat gebruikt wordt voor de drinkwaterproductie. Simon Six legt uit dat de Watergroep zelf anticipeert op het probleem door watervoorraden aan te leggen zodat de oppervlaktewaterwinningen stilgelegd kunnen worden in het voorjaar wanneer landbouwers uitrukken met hun spuittoestel.

In grondwaterlagen zijn chemische stoffen erg persistent aanwezig zodat er geen ad-hoc-oplossing bestaat. Six geeft het voorbeeld van het in 2004 verboden maïsherbicide atrazine. “We vinden het nog altijd terug maar de metingen wezen enkele jaren na het verbod op een dalende trend. Voor andere bestrijdingsmiddelen zien we zelfs tien jaar na het verbod nog geen effect in het grondwater.” Samen met atrazine zijn dertien jaar geleden nog een resem gewasbeschermingsmiddelen van de markt verdwenen. Het resultaat is niet onverdeeld positief voor de waterkwaliteit. Sommige middelen die in de plaats kwamen, zijn meer polair en moeilijker uit het water te halen met een actieve koolfilter. Het probleem geraakt dus niet opgelost.

Integendeel, steeds meer gewasbeschermingsmiddelen dreigen te verdwijnen omdat ze in het water gevonden worden. Sectorvereniging Phytofar steekt nu een tandje bij om probleem nummer één, puntvervuiling, aan te pakken. Daartoe lanceert het de digitale tool ‘fyteauscan’. “Landbouwers kunnen deze webtool samen met hun adviseur gebruiken”, verklaart Jan Vermaelen, voorzitter van de werkgroep Duurzaam gebruik bij Phytofar. De teeltbegeleiders van de praktijkcentra zijn hiertoe bereid maar een landbouwer kan ook aankloppen bij zijn distributeur van gewasbeschermingsmiddelen. Vooruitziende firma’s zullen zich die inspanning getroosten om te vermijden dat hun producten op lange termijn onverkoopbaar worden.

Opdat fytodistributeurs én landbouwers zouden beseffen wat er op het spel staat, geeft Vermaelen het voorbeeld van terbuthylazine. De markttoelating van dit quasi onmisbaar geachte herbicide in de maïsteelt hangt aan een zijden draadje omdat het middel zo frequent teruggevonden wordt in het water. De toepassing ervan is daarom afhankelijk gemaakt van het aanwezig zijn van een 20 meter brede met gras begroeide bufferzone langs waterlopen. Brengt dit geen soelaas, dan gaat terbuthylazine onherroepelijk uit de markt. “Het middel werd tot voor kort op 220.000 hectare maïs gespoten. Na een onkruidbestrijding in maïs wordt het spuittoestel grondig gereinigd alvorens een andere teelt te spuiten”, zegt Jan Vermaelen. Als grondig in de praktijk betekende met veel water en op een verharde ondergrond, dan laat de oorzaak van het probleem zich raden…

Veerle Van Damme van Phytofar legt uit waarom de fyteauscan puntvervuiling in het vizier neemt, en niet de andere bronnen van waterverontreiniging zoals drift en afspoeling. “Puntvervuiling blijkt de grootste bron van vervuiling te zijn. Op het eerste gezicht kleine oorzaken, zoals een zegel van een productverpakking die wegwaait, kunnen grote gevolgen hebben. Als aan die zegel 2 ml sproeistof kleeft, dan is dat genoeg om 20 kilometer van een waterloop te verontreinigen die 1 meter breed is en een halve meter diep. Wordt er bij het vullen 10 ml van een product gemorst, dan is diezelfde waterloop over een afstand van 100 km zodanig verontreinigd dat de drinkwaternorm overschreden wordt.”

Behalve voor het milieu is dit ook bijzonder schadelijk voor het imago van de landbouwsector. “Onze producten horen thuis op het veld, niet in het water”, benadrukt Van Damme. Die boodschap zou ze later die dag herhalen tijdens de studiedag voor distributeurs van gewasbeschermingsmiddelen. Het is van 1982 geleden dat er nog herbiciden zijn ontwikkeld met een echt nieuwe werkingswijze tegen onkruid. Zowel de verkopers als de gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen moeten met andere woorden nog een hele tijd voort met de bestaande middelen.

De mosterd voor de fyteauscan is in Nederland gehaald. Daar is met financiële steun van het Europese project TOPPS een vragenlijst ontwikkeld ter detectie van ‘erfemissies’, om even de term te gebruiken die onze Noorderburen hanteren voor puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen. In het kader van datzelfde project ter bescherming van de waterkwaliteit vergaarde het West-Vlaamse praktijkcentrum Inagro veel kennis over normoverschrijdingen door gewasbeschermingsmiddelen. Een spuittoestel vullen of reinigen op een verhard oppervlak met rioolputje is vragen om problemen. Het lijstje met don’ts is best lang: restwater lozen, het spuittoestel uitwendig reinigen op de beton van het erf, het spuittoestel laten overlopen al doet niemand dat met opzet natuurlijk, een zegel van de verpakking laten rondslingeren, gemorst product met water van de beton spoelen, enz.

Je zou dat in een brochure kunnen gieten, maar Phytofar en Inagro voelen meer voor een interactieve webtool. De Nederlandse erfemissiescan gold als startpunt en werd door Inagro inhoudelijk aangepast op basis van jarenlange expertise. IT-bedrijf Broos Water stond in voor de ontwikkeling van de e-tool die inmiddels reeds getest is op 100 landbouwbedrijven. Volgens Ellen Pauwelyn van Inagro waren de eerste reacties positief. De fyteauscan werd door de 100 proefpersonen onthaald als een nuttig instrument om knelpunten met puntvervuiling op de boerderij te identificeren. En die zijn er, want vier op de tien bedrijfsleiders gaf aan dat het spuittoestel gevuld wordt op een verhard oppervlak en de helft van het proefpanel is zich blijkbaar niet bewust van de risico’s van een uitwendige reiniging van het spuittoestel op een verhard oppervlak.

Elke land- en tuinbouwer in Vlaanderen kan zich door de fyteauscan op de goede weg laten zetten. Tegen de zomer zal ook de Franstalige versie klaar zijn en wil Phytofar de tool ook in Wallonië introduceren. Het gebruik ervan is gratis, eenmalig moet men zich registreren. Dat mag landbouwers niet afschrikken. De kunst is niet het gewenste antwoord maar wel het werkelijkheidsgetrouwe antwoord te geven. Het resultaat zijn dan aanbevelingen waar een landbouwer op zijn bedrijf  mee aan de slag kan. Ellen Pauwelyn van Inagro demonstreert de tool en duidt bij wijze van voorbeeld aan dat het spuittoestel na een bespuiting éénmaal gespoeld wordt. De fyteauscan wijst er in dat geval op dat driemaal spoelen veel beter uitpakt omdat de spuitoplossing zo honderdmaal verdund wordt.

Bestaande brochures en video’s, bijvoorbeeld over zuivering van restvloeistoffen, werden aan de webtool gekoppeld. Landbouwers kunnen op die manier leren hoe ze zelf een biofilter kunnen bouwen voor de restanten aan spuitoplossing. Zo'n biofilter is best al complex maar puntvervuiling kan je dikwijls voorkomen met heel eenvoudige maatregelen. Soms is het zo simpel en zo goedkoop als zand gebruiken om sproeistof op te kuisen die gemorst is op een verhard oppervlak. Wie op zo’n moment naar de waterspuit grijpt, denkt beter aan de 100 kilometer waterloop die je op die manier dreigt te verontreinigen.

De fyteauscan zit vernuftig in elkaar zodat Phytofar en Inagro ambitieus durven zijn in hun doelstelling. Nog dit jaar streven ze naar 500 landbouwers die de webtool gebruiken. Vanaf 2018 moet dat aantal stijgen naar 5.000 jaarlijkse gebruikers. Aan de bekendmaking en verspreiding van de fyteauscan zal daarom hard gewerkt worden. Phytofar en Inagro zullen de wintervergaderingen afschuimen met de tool. Ook de sproeistoffenhandel en de landbouwscholen mogen zich aan demonstraties verwachten zodat ze deze tool verder kunnen helpen verspreiden. In knelpuntgebieden zullen de bedenkers van de fyteauscan rechtstreeks naar de gebruikers stappen, tenminste als projecten dit financieel mogelijk maken.

Meer info: fyteauscan

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via