nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.01.2017 Boeren op een Kruispunt zorgt al tien jaar voor houvast

Begin 2007 werd de vzw Boeren op een Kruispunt boven de doopvont gehouden en voorgesteld als een tijdelijk project voor boeren in moeilijkheden. Inmiddels staan we tien jaar verder, hebben in bijna alle Vlaamse gemeenten reeds één of meerdere landbouwers de hulp van de vzw ingeroepen en komen de adviseurs handen tekort bij het zoeken naar oplossingen voor hulpvragers. Zij werken samen met freelance-psychologen en met vrijwilligers, zogenaamde ‘boerenfans’, en bereiken zo honderden landbouwersgezinnen. “Ons werk blijft voor het grote publiek onzichtbaar, maar heeft daadwerkelijk impact op het welzijn in de sector”, zegt directeur Riccy Focke. Het afgelopen jaar werden bijna 1.300 huisbezoeken geregistreerd, 1.200 uur aan telefoongesprekken en 65 voordrachten.

Achter de schermen verricht de vzw Boeren op een Kruispunt al tien jaar werk dat van onschatbare waarde is voor de Vlaamse land- en tuinbouw, en meer in het bijzonder voor de gezinnen achter de boerderijen. Het tiende jaarverslag blikt terug op het afgelopen jaar maar rakelt ook de ontstaansgeschiedenis van de vzw op. Daarvoor moeten we terug in de tijd naar halverwege de jaren 2000. Een groot aantal boeren en tuinders liet rechtstreeks aan het kabinet van toenmalig minister van Landbouw Yves Leterme verstaan dat ze in moeilijkheden zaten. Kennelijk vonden ze de weg niet naar gepaste hulp. Aangemoedigd door kabinetsmedewerkers Joris Relaes en Frans Coussement hebben de belangrijkste landbouworganisaties ABS, Boerenbond, KVLV en VABS toen de vzw Boeren op een Kruispunt opgericht. Bij de opstart in 2007 kon het project rekenen op startkapitaal van Cera en structurele financiële steun van de Vlaamse overheid.

Door persoonlijke en bedrijfsproblemen integraal aan te pakken, boekte Boeren op een Kruispunt betere resultaten dan de hulporganisaties die voordien actief waren. Directeur Riccy Focke: “Boeren en tuinders starten met veel vertrouwen in hun sector, met het geloof dat ze voor hun inspanningen vergoed zullen worden. Maar de voorbije tien jaar hebben we gezien dat de wereld snel verandert en een deel van de agrarische ondernemers was hier niet op voorbereid. Boeren op een Kruispunt toont hen de mogelijkheden binnen de opgelegde beperkingen, en we laten ook zien dat er nog een leven is naast het landbouwbedrijf. Het zoeken naar oplossingen gebeurt met respect voor ieders talent en vaardigheden en op maat van de adviesvrager en zijn gezin. We plaatsen het welzijn van de adviesvrager en zijn gezin centraal. We proberen het bedrijf aan te passen aan de wensen en mogelijkheden van de adviesvrager, als mens en als ondernemer.”

Door zeer discreet te werk te gaan, heeft de hulporganisatie in de loop der jaren het vertrouwen van de Vlaamse boeren en tuinders gewonnen. Discretieplicht staat niet in de weg dat het aanbod van de vzw bekendgemaakt wordt. Verspreid over Vlaanderen gaven de medewerkers van Boeren op een Kruispunt meer dan 750 voordrachten in tien jaar tijd. In diezelfde tijdspanne werd de website van Boeren op een Kruispunt een half miljoen keer bezocht. Voorzitter Dirk Lips beseft dat de lat hoog ligt voor de acht vaste medewerkers van de vzw. “Boeren en tuinders in nood zoeken te laat hulp. Zetten ze eindelijk de stap, dan ervaren onze adviseurs dat de problemen en bedreigingen van alle kanten kunnen komen. Ze worden ondergedompeld in de leefwereld van de adviesvrager.”

De doelgroep heeft niet altijd financiële moeilijkheden, maar voelt zich meestal onbegrepen door zijn omgeving, wat op zich al leidt tot een zeer groot probleem: eenzaamheid. Op 15 procent van de bezochte bedrijven waren er relatieproblemen. In de wetenschap dat meer dan één op de vijf boeren er alleen voor staat (vrijgezel, gescheiden of weduwe/weduwnaar), is het aandeel relatiebemiddeling bij koppels nog groter. In 16 procent van de gezinnen durfden adviesvragers aangeven dat ze ‘worstelden met zwarte gedachten’, ‘levensmoe waren’ en het niet meer zagen zitten om verder te gaan. Een cijfer waar je van schrikt, ook al ben je een doorwinterd hulpverlener. “Eén op de tien hulpvragers uit deze meest kwetsbare groep stapt effectief uit het leven. Onze bezorgdheid is dus zeker niet overdreven”, zegt Riccy Focke. Bij 20 procent van het totale aantal adviesvragers schakelt de vzw freelance-psychologen in want wie geestelijk (of lichamelijk) niet gezond is, krijgt zijn bedrijf niet opnieuw op de rails.

In tien jaar tijd werden er 1.975 aanmeldingen van hulpvragers geregistreerd. Telkens zijn twee adviseurs van Boeren op een Kruispunt op huisbezoek geweest voor een verkennend gesprek. Focke: “In principe hopen we steeds het gezin en bedrijf zo snel mogelijk weer op de rails te krijgen, zodat ze na deze crisis zelf weer de weg vinden naar de klassieke hulpverlening of de financieel-technische adviesdiensten. Dat lukt niet altijd, maar we kunnen wel stellen dat driekwart van de hulpvragers actief blijft als boer of tuinder. Van de 175 nieuwe adviesvragers het afgelopen jaar hebben er maar zes besloten hun bedrijf stop te zetten. In tien jaar tijd telden we in totaal 486 stopzettingen.” Gevraagd naar een verklaring voor het lage aantal stopzettingen in crisisjaar 2016 antwoordt de hulpverlener: “Bedrijfsleiders in nood vechten om te overleven. Bij de minste opleving van de prijzen hopen ze het te halen en doen ze hun uiterste best om alle schuldeisers te betalen. De meeste slachtoffers vallen pas bij het begin van een periode met betere prijzen, wanneer de schuldeisers om beurt aan de deur staan om ‘eerst’ betaald te worden.”

Lang niet alle bedrijfsstopzettingen zijn gedwongen stopzettingen. “De meeste bedrijfsleiders helpen we ‘veilig landen’ in een andere activiteit of vervangingsinkomen zoals pensioen”, zegt Focke, verwijzend naar de hoge leeftijd (55 jaar) van de doorsnee landbouwer in Vlaanderen. Met een frequentie van ongeveer één bedrijf per maand begeleidde Boeren op een Kruispunt landbouwers die betrokken waren in een juridische procedure die leidde tot een stopzetting. 121 van de 486 gestopte bedrijven ondergingen een collectieve schuldenregeling (17) of een faillissement (104). “Zij vertegenwoordigen zes procent van het totale aantal adviesvragers”, plaatst de directeur van de hulporganisatie dit in zijn bredere context.

Op een faillissement rust in de landbouwsector nog steeds een groot taboe. Onterecht als je het Riccy Focke vraagt. “Door een faillissement kunnen ondernemers een structureel verlies, waar ze op geen enkele andere manier onderuit geraken, eindelijk stoppen. Onze begeleiding bestaat vooral in het uitleggen van de procedure en het bewaken van de menselijke communicatie met curatoren. Tegelijk zoeken we samen met het gezin naar nieuwe werkgelegenheid en nieuwe kansen.” Sommige gewezen land- en tuinbouwers komen daar sterker uit. Focke verwijst naar de adviesvragers die inmiddels opnieuw succesvol ondernemen als werknemer of zelfstandige. Uiteindelijk komt de stopzetting van structureel onrendabele bedrijven ook de sector ten goede want, zo argumenteert de hulpverlener, “anders zoeken zij steeds nieuwe leveranciers om verder te gaan en blijven de facturen onbetaald”.

Voor de toekomst houden ze bij Boeren op een Kruispunt rekening met een stijging van het aantal faillissementen. “Tot hier toe konden we op 31 boerderijen een faillissement voorkomen door de bedrijfsleiders te begeleiden in een procedure van de Wet Continuïteit Ondernemingen. De WCO-procedure wordt moeilijker realiseerbaar omdat steeds meer leveranciers van landbouwbedrijven zich via het nieuwe Pandregister zullen onderscheiden als bevoorrecht schuldeiser. Op die manier hoeven ze geen dading op hun vorderingen meer te aanvaarden.” Het Pandregister maakt het schuldeisers mogelijk om een pandrecht te vestigen op roerende goederen die in het bezit blijven van de schuldenaar.

Het jaarverslag geeft geen volledig beeld van de Vlaamse land- en tuinbouw, maar schetst evenmin de “onderzijde” van de sector. Directeur Riccy Focke wil af van het cliché dat er ‘goede’ en ‘slechte’ boeren zijn, maar de besprekingen van bedrijfseconomische boekhoudingen zijn onverbiddelijk wanneer ze bedrijven in kwartielen opdelen volgens hun prestaties. De cijfers uit het tiende jaarverslag van Boeren op een Kruispunt tonen aan dat niemand onkwetsbaar is. Directeur Riccy Focke vat samen: “In 2016 bereikten we 780 verschillende landbouwersgezinnen. De afgelopen tien jaar kwamen we het vaakst over de vloer bij varkens-, melkvee- en glastuinbouwbedrijven. Bijna één op de vier varkensbedrijven met meer dan 150 zeugen deed al beroep op onze hulp. Op de melkveebedrijven waar we kwamen, bedroeg de gemiddelde leveranciersschuld bijna 76.000 euro en zelfs 122.000 euro als je alleen naar de grotere bedrijven kijkt. In de glastuinbouw hebben vooral bedrijfsleiders met een relatief klein bedrijf bij Boeren op een Kruispunt aangeklopt.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via