nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

06.10.2016 Boerenbond: "2016 is een jaar om snel te vergeten"

2016 zal Vlaamse land- en tuinbouwers nog lang bijblijven, helaas om de verkeerde redenen. De prijsvorming blijft in de meeste deelsectoren ondermaats. Zoals altijd hebben boeren zich uit de naad gewerkt om de lage prijzen te compenseren met een grote oogst. Tevergeefs, want na twee maanden wateroverlast lagen hun percelen er eind juni verzopen bij. De gevolgen voor akkerbouwgewassen en groenten in openlucht waren op veel plaatsen desastreus. Elke deelsector heeft zo zijn eigen zorgen, of redenen om optimistischer te zijn over de toekomst. Daarom legt Boerenbond in zijn jaarlijkse inkomensraming niet langer de focus op ‘de gemiddelde Vlaamse boerderij’. In al hun verscheidenheid hebben de Vlaamse landbouwbedrijven één ding gemeen: ze zien allemaal hun kosten fors stijgen terwijl de omzet en vooral de marge achterop hinkt.

Zoals ieder jaar maakt Boerenbond in het najaar een raming van de jaarresultaten. Nieuw is dat afgestapt wordt van de inkomensprognose voor de ‘gemiddelde boerderij in Vlaanderen’. “In realiteit bestaat de doorsnee boerderij al lang niet meer. De verschillen tussen de deelsectoren, en zelfs tussen bedrijven en teelten binnen eenzelfde deelsector zijn bijzonder groot”, zegt Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker.

De focus wordt verlegd naar de rendabiliteit van bedrijven in de verschillende deelsectoren. Boerenbond is namelijk volop bezig met de uitbouw van rendabiliteitsbarometers, waaraan individuele bedrijven zich zullen kunnen spiegelen. Dat moet hen sneller wijzer maken omtrent hun economisch presteren in vergelijking met een boekhouding of jaarrekening die cru gesteld vijgen na Pasen zijn. De rendabiliteitsbarometers passen in een nieuwe aanpak van de landbouworganisatie die ‘Slimmer boeren met cijfers’ heet.

De cijfers dan. Die ogen niet rooskleurig want 2016 zat op alle vlakken tegen. Zowel de markt als het weer waren spelbreker, inbegrepen een aantal politieke malheuren zoals de Russische boycot en de Brexit. Allemaal factoren waar boer en tuinder niet tegen opgewassen zijn. De wateroverlast van eind mei en juni moesten ze lijdzaam ondergaan. Vooral akkerbouw, groente- en fruitteelt dragen hiervan de gevolgen: minder opbrengst en voor sommige teelten ook kwaliteitsverlies.

Op het hoofdkantoor van Boerenbond in Leuven staat de telefoon meteen roodgloeiend wanneer oogsten in Vlaanderen dreigen te mislukken. Worden onze frieten duurder? En zal er genoeg graan zijn om brood van te bakken? Een misverstand dat Boerenbond graag uit de wereld helpt: “Een lager aanbod in eigen regio vertaalt zich niet noodzakelijk in hogere prijzen want de Vlaamse landbouwproductie vertegenwoordigt slechts 1,3 procent van de EU-omzet, en is dus weinig bepalend langs aanbodzijde en bijgevolg ook niet voor de prijsvorming.”

Economisch adviseur François Huyghe verduidelijkt dat aan de hand van de graanmarkt. De graanoogst in eigen land was slecht, erg slecht zelfs, en onze buurlanden kampten met hetzelfde probleem. Maar enkele duizenden kilometers verder, in Oekraïne en Rusland, werd deze zomer een topoogst van de velden gehaald. In combinatie met een lage wisselkoers voor de roebel zorgt dat voor een wereldmarkt die zich stevig bevoorraad weet door Rusland en de grote graanproducenten rond de Zwarte Zee.

Van alle akkerbouwteelten is een kleine teelt als vlas het enige lichtpuntje zodat de omzet op sectorniveau daalt met bijna acht procent. De voor het inkomen van een akkerbouwer zo belangrijke aardappelen zitten momenteel nog altijd in de grond, wachtend op regen die het rooien mogelijk moet maken. Zeker is dat de natte weersomstandigheden de areaalstijging (+15%) ruimschoots ongedaan hebben gemaakt. “De prijs stijgt momenteel, maar weet dat 60 procent van de aardappelen op contract worden geteeld”, vertelt Huyghe.

De gegevens over volumes en prijzen in de eerste acht maanden van 2016 wijzen op een omzetdaling in de groenteteelt met twee procent ten opzichte van dezelfde periode het jaar voordien. Vooral telers van industriegroenten beleefden een moeilijk jaar. De economisch adviseur van Boerenbond citeert opbrengstdalingen van 10 tot wel 35 procent, naargelang de teelt. Her en der loopt de schade nog veel hoger op, Huyghe verwijst naar lentespinazie die niet geoogst kon worden omdat de velden veel te nat waren. Globaal zullen de geproduceerde hoeveelheden industriegroenten dalen met zo’n 16 procent tegenover 2015.

Terwijl volume van groot financieel belang is voor een teler van industriegroenten zegt het aantal appels of peren dat geplukt wordt weinig over het inkomen van een fruitteler. De prijs per kilo is zoveel belangrijker. Appelteelt kampt met een rendabiliteitsprobleem door de harde concurrentie vanuit Polen. De conference-peer is de sterkhouder achter de meeste Vlaamse fruitteeltbedrijven, maar heeft door de Rusland-boycot veel van zijn pluimen verloren. De prijzen van peren lagen in de eerste acht maanden van 2016 zo’n 23 procent lager dan in dezelfde periode het jaar voordien.

Sierteelt mag zeker niet in het overzicht ontbreken want het is een deelsector die als geen ander weet een hoge toegevoegde waarde te realiseren op een kleine oppervlakte. In het dicht bevolkte en druk bebouwde Vlaanderen is dat bijna een noodzaak geworden. Het goede nieuws uit de sierteelt komt van de telers van snijbloemen die een tien procent betere prijs voor hun product kregen. Heel anders ging het eraan toe in de boomkwekerij die goed is voor de helft van de productiewaarde van sierteelt. Als gevolg van de besparingen op openbaar groen daalde de omzet in 2016 met gemiddeld vijf procent. Door de verzwakking van het Britse pond loopt de afzet naar het Verenigd Koninkrijk stroef, en tegelijk heerst er grote angst omtrent de gevolgen van de Brexit.

Over naar de dierlijke sectoren, die in hun totaliteit de omzet zien dalen met vijf procent. De vleesveehouderij heeft in het verleden diepe crises gekend en verkeert nu ogenschijnlijk in rustig vaarwater. Schijn bedriegt, zo maakt hoofdbestuurslid Guy Vandepoel duidelijk. De kosten zijn gestegen op vleesveebedrijven terwijl de prijsdruk immer aanwezig blijft zodat de marge in de sector verschrompelt. In de eerste acht maanden van 2016 daalden de prijzen van volwassen runderen met gemiddeld 7,5 procent, die van vleeskalveren met twee procent. De productie van rund- en kalfsvlees steeg wel.

Rond de varkenshouderij is het nu al even stil, en dat is meestal een goed teken. Het heeft lang geduurd vooral de crisis uitwerking had op de productievolumes maar dit jaar is het dan toch zover. Het Europees aanbod daalt licht en de export van varkensvlees buiten de EU trekt ietwat aan. Van euforie in de sector is nog helemaal geen sprake, bij Boerenbond houden ze het op “voorzichtig optimisme”. Voorzitter Sonja De Becker geeft aan dat er op varkensbedrijven langere tijd geld verdiend zal moeten worden om de financiële putten uit het verleden te kunnen dempen. In de pluimveehouderij is de conjunctuur dit jaar ook omgeslagen, maar in negatieve zin.

Als er één sector de voorbije maanden niet uit het nieuws was te slaan, dan is dat de melkveehouderij. Niet onterecht trouwens, want de crisis sneed dieper en duurde langer dan de memorabele marktinzinking van 2009. Sinds de melkprijspiek in 2013 is het ieder jaar een beetje bergaf gegaan. In 2016 hebben melkveebedrijven maandenlang hun melk verkocht onder de kostprijs. Marktkenner Vandepoel weet dat een melkprijs van om en bij de 25 eurocent per liter ook in andere landen en werelddelen de producenten pijn doet. Logisch dus dat het overaanbod op de zuivelmarkt zichzelf na verloop van tijd oplost, alleen heeft dat tijd nodig. Een melkveebedrijf is geen fabriek die even een productielijn uitschakelt en het personeel tijdelijk op non-actief zet.

Tel je de omzet van alle dierlijke en plantaardige sectoren bij elkaar op, dan betekent het resultaat (5,1 miljard euro) een globale omzetdaling met vijf procent wanneer je de vergelijking maakt met de eerste acht maanden van 2015. Plantaardige en dierlijke productie delen allebei even hard in de klappen, wat uitzonderlijk is. Belangrijker dan de omzet vindt Boerenbond de marge die land- en tuinbouwers overhouden. Waar de omzet de voorbije tien jaar met bijna negen procent toenam, noteert de sector een kostenstijging van 30 procent. Men slaagt er dus niet in om de gestegen kosten door te rekenen. Niet alleen staat de rendabiliteit van bedrijven onder druk, van het ene op het andere jaar kan die gemiddeld kleine marge erg volatiel zijn.

Bij het begin van de persbijeenkomst voorafgaand aan de Boerenbond-Nazomerontmoeting zei voorzitter Sonja De Becker dat de eerste vraag is of er het afgelopen jaar een arbeidsinkomen verdiend is, en de tweede vraag of er nog geld overschiet op de bedrijven om te investeren in de toekomst. Heel wat bedrijfsleiders in land- en tuinbouw zullen eind dit jaar terugblikken en daar tweemaal nee op antwoorden. Aan het slechte weer kan niemand wat doen, maar bij de slechte prijsvorming wil Boerenbond zich niet neerleggen. Over een onzichtbare hand om in te grijpen in de markt beschikt de voorzitter van Boerenbond niet, wel heeft ze een resem ideeën om Vlaamse boeren en tuinders niet weerloos over te leveren aan de grillen van de markt en aan de machtsconcentratie voor en na hen in de agrovoedingsketen. Daarover lees je meer in een volgend artikel.

Hou VILT.be in de gaten. Maandag verschijnt een wekelijkse duiding over de jaarbeschouwing door Boerenbond.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via