nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.01.2017 Boerenbond en LLTB: "GLB schiet tekort"

Behalve de ministers Willy Borsus en Hilde Crevits, ontving voorzitter van Boerenbond Sonja De Becker tijdens Agriflanders in Gent afgelopen week Léon Faassen, voorzitter van de Nederlandse landbouworganisatie LLTB. Ze spraken over het slechte boerenjaar 2016, de vernieuwing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in 2020 en het belang van een breed politiek draagvlak. Daarenboven benadrukten ze beiden het belang van goede onderlinge contacten. “We kunnen veel van elkaar leren”, klonk het.

Léon Faassen is voorzitter van de Limburgse landbouworganisatie LLTB en ondervoorzitter van het nationale LTO. Het Nederlandse Limburg grenst aan ons Limburg en wordt daardoor voor een stuk geconfronteerd met dezelfde uitdagingen. “Het is dan ook logisch dat we naar elkaar kijken en zo goed mogelijk proberen samen te werken”, legt De Becker het bezoek van Faassen uit.

2016 was ook voor Nederland een slecht boerenjaar. “Een jaar om snel te vergeten”, vat Faassen samen. Nederlandse boeren kampten net als Vlaamse boeren met wateroverlast, en kregen daar nog eens hagelschade, de hele fosfaatdiscussie en vogelgriep bovenop. De belangrijkste les die De Becker uit 2016 trekt, is dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) tekortschiet. “Het werkt niet marktcorrigerend, en Europa beschikt niet over instrumenten om een crisis efficiënt aan te pakken. Tegen 2020 moet het anders, zoveel is duidelijk”, stelt ze. Faassen treedt haar daarin bij.

Binnen COPA, de overkoepelende Europese landbouworganisatie waarvan zowel Boerenbond als LLTB en LTO deel uitmaken, proberen de organisaties nu al een gemeenschappelijk standpunt inzake de hervorming van het GLB in te nemen. “Maar dat is moeilijk, want de verschillen binnen Europa zijn groot”, stelt Faassen. En eensgezindheid is belangrijk, benadrukt hij. “In Nederland zijn we als landbouworganisatie versnipperd. LTO bestaat uit drie regionale organisaties, wat het moeilijk maakt om met één stem naar buiten te treden. Boerenbond heeft het voordeel een sterk front te vormen. Zorg ervoor dat je dat front behoudt”, geeft hij als boodschap mee.

Een ander nadeel van Nederland is dat het geen eigen minister van landbouw heeft, stelt Faassen nog. “Hierdoor krijgen we maar weinig gehoor in Den Haag.” In diezelfde sfeer benadrukt hij het belang van het lokale politieke niveau. Hij verwijst daarbij naar het verschil in landbouwbeleid tussen de Nederlandse provincies Limburg en Noord-Brabant. “In Noord-Brabant wordt de landbouw veel meer aan banden gelegd. Het lijkt er op een politieke afrekening. Bind jezelf als landbouworganisatie dus niet te sterk aan één politieke partij, maar zorg ervoor dat je met alle partijen praat.”

Tot slot bespreken De Becker en Faassen de gevolgen van de Brexit en het vrijhandelsakkoord met Oekraïne. Voor Nederland was Groot-Brittannië op vlak van landbouwbeleid altijd een natuurlijke bondgenoot, eentje die het land nu kwijt is. Voor Vlaanderen geldt dit minder, al betreurt ook De Becker dat Groot-Brittannië de Unie verlaat. Dat tussen Oekraïne en de EU sinds vorig jaar een vrijhandelsakkoord van kracht is, juicht ze daarentegen allesbehalve toe. “We hebben altijd gewaarschuwd voor de gevolgen, omdat in Oekraïne niet dezelfde strenge productienormen gelden. Het eerste incident met pluimvee en eieren die niet aan onze hygiënestandaarden voldoen, is helaas al een feit”, klinkt het. Faassen beaamt. “Als dit de richting is waarin we evolueren, zijn we verloren”, stelt hij eerder dramatisch.

Toch wordt het gesprek positief beëindigd, met het voornemen de banden nog beter aan te halen. “Een eerste afspraak om de samenwerking verder te intensifiëren, is al gemaakt”, besluit De Becker.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via