nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

01.07.2016 Boerenstiel is 68 uur per week werken voor karig loon

“Schrijnend en onrechtvaardig.” Zo oordeelt Fedagrim-voorzitter over het lage loon dat tegenover de lange werkdagen van een landbouwer staat. Hij schrikt duidelijk van de resultaten van een online enquête die door iVox uitgevoerd werd bij ruim 1.100 Belgische landbouwers. Landbouwmachinefederatie Fedagrim gaf daartoe de opdracht. Hoewel 40 procent van de respondenten aangeeft minder dan 1.000 euro per maand te verdienen, doen negen op de tien landbouwers hun werk nog altijd graag. Toch hoopt minder dan de helft dat hun kinderen later ook landbouwer en worden en zou slechts drie procent de boerenstiel aanraden.

Gemiddeld meer dan 68 uur per week werken en dat vaak voor een erg schraal loon: de opmerkelijke resultaten van een online enquête bij 1.131 Belgische landbouwers zijn niet bepaald reclame voor de boerenstiel. Opdrachtgever voor de enquête is Fedagrim, de vereniging van constructeurs en importeurs van uitrusting voor de landbouw, de tuinbouw, de veeteelt en de tuin in België. Bijna een kwart van de respondenten geeft aan meer dan 80 uur per week aan de slag te zijn. Landbouwers kloppen niet alleen lange dagen. Uit de enquête blijkt ook dat één op de drie respondenten het afgelopen jaar geen enkele dag vakantie heeft genomen.

“Bovendien geeft 40 procent van de landbouwers aan minder dan 1.000 euro per maand te verdienen”, vertelt Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert, die dit schrijnend en onrechtvaardig vindt. Drie op de tien landbouwers situeren hun arbeidsvergoeding tussen 1.000 en 1.500 euro per maand. Slechts 15 procent verdient tussen 1.500 en 2.000 euro per maand en telkens zeven procent haalt een loon van meer dan 2.000 euro of meer dan 2.500 euro uit zijn bedrijf. “Opmerkelijke cijfers voor mensen die instaan voor de productie van onze dagdagelijkse voeding”, zegt Colpaert. Hij ziet in deze slechte sociale situatie een bedreiging voor het voortbestaan van een hele sector.

Ondanks alles houdt een landbouwer van zijn beroep. Meer dan negen op de tien bevraagden zegt zijn werk graag te doen. Driekwart is er ook trots op. Toch hoopt minder dan de helft (47%) dat hun kinderen later ook landbouwer worden. Opvallend is ook dat slechts 35 procent zich gewaardeerd voelt als landbouwers. Jonge boeren worstelen meer met dat gebrek aan maatschappelijke erkenning dan hun oudere collega’s.

“De Belgische landbouw is vaak nog een familiezaak. Bij zeven op de tien waren hun grootouders al actief in de sector. Bij 80 procent van de deelnemers zijn hun ouders ook landbouwers. Eigenlijk is landbouw ook een deel van ons nationaal erfgoed en we zijn het aan het verliezen”, gaat Johan Colpaert verder. “Slechts drie procent van de respondenten geeft aan dat hij of zij het beroep van landbouwer zou aanraden. Lage winsten en inkomsten, de strenge eisen van de overheid en lage marktprijzen voeren de top drie aan van factoren die het beroep onaantrekkelijk maken.” De deelnemers aan de enquête zijn actief in alle deelsectoren van de land- en tuinbouw.

Met het oog op de toekomst ziet zes op de tien landbouwers jonger dan 34 het eigen bedrijf groeien. De resultaten tonen ook hier weer grote verschillen in functie van de leeftijd. Nog geen vier op tien landbouwers tussen 35 en 55 jaar geven aan dat ze hun bedrijf zullen zien groeien. Landbouwers ouder dan 55 jaar zien de toekomst van hun bedrijf nog somberder in. Slechts 29,5 procent zegt dat zijn bedrijf zal groeien.

“Melk en eieren, fruit en groenten, vlees … het zijn slechts enkele zaken waar onze landbouwers dagelijks keihard voor werken. Twee derde van hen schat de kans dat België binnen dit en tien jaar voldoende voedsel produceert om zelfvoorzienend te zijn klein tot zeer klein in. Onrustwekkende cijfers die dringend actie vragen”, besluit de voorzitter van Fedagrim.

Meer resultaten van de enquête worden in augustus gepubliceerd.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via