nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.01.2019 Bonthandel vindt verbod op pelsdierhouderij onzin

Op vrij korte termijn, tegen 2023, moeten de 17 nertsenbedrijven in Vlaanderen de deuren sluiten. Zo heeft minister van Dierenwelzijn Ben Weyts beslist, met als motivering dat dieren kweken en doden voor hun pels niet meer van deze tijd is. Daarmee valt het doek voor wat met voorsprong de meest rendabele deelsector binnen de veehouderij is. Het verbod op pelsdierhouderij zet ook de bontwerkers en -winkels in het verdomhoekje, en dat is volgens de sector onterecht. “Fast-fashion en natuurlijk bont zijn elkaars tegenpolen op vlak van duurzaamheid”, aldus Christian Parmentier. Hij runt een familiezaak in luxekledij maar geeft oude bontjassen – “sommige nog verkocht door mijn ouders” – ook een tweede leven.

Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts deelde eind vorig jaar mee dat hij een historische beslissing nam door pelsdierhouderij in onze regio te verbieden. Hij vindt pelsdierkweek een achterhaalde praktijk, waarvoor jaarlijks meer dan 200.000 nertsen moeten sterven in Vlaanderen. Er wordt nog een overgangsperiode voorzien tot eind 2023, waarin de kwekers zich al aan een reeks voorwaarden moeten houden. Van die kwekers en hun belangenverdedigers kwam er weinig weerstand tegen de beslissing. Meerderheid en oppositie binnen de Vlaamse regering waren het over deze kwestie roerend met elkaar eens zodat hun lot bezegeld was.

Onenigheid binnen de regering was er alleen over wie het compensatiebedrag voor de gedwongen sluiting van bedrijven moest betalen: minister Weyts (Dierenwelzijn) die de beslissing nam of minister Schauvliege (Landbouw) omdat het om veebedrijven gaat. Een uitdoofscenario zonder vergoeding – naar Nederlands model – lag even op tafel, maar werd weer opgeborgen wegens niet fair ten opzichte van de bedrijfsleiders. Het ontwerp van decreet met daarin het verbod op pelsdierhouderij, de sluiting van bestaande nertsenkwekerijen en de compensatieregeling gaat nog naar het Vlaams Parlement.

Aan de besluitvorming is geen overleg met de sector voorafgegaan. Dat vernam VILT bij de kwekers en de afnemers van nertsenpelzen. De Belgische Bontfederatie betreurt dan ook “dat er vanuit het kabinet Weyts nooit is gesproken met de sector en de beslissing zelfs niet is gecommuniceerd naar de sector toe”. “Via de pers hebben we het Vlaams verbod op pelsdierhouderij moeten vernemen”, zegt Isolde Delanghe namens de Bontfederatie, die deel uitmaakt van UNIZO. Het verdwijnen van 17 nertsenkwekerijen zal niet bepaald voor schaarste aan de grondstof voor bont zorgen. De 200.000 pelsdieren die jaarlijks in Vlaanderen gekweekt en gedood worden, zijn maar een fractie van de Europese markt. Marktleider Denemarken produceert bijvoorbeeld 17 miljoen pelsen.

Christian Parmentier, bedrijfsleider van de gelijknamige familiezaak gespecialiseerd in luxekledij gemaakt van onder andere pels en leder, vindt nertsenhouderij in onze regio best verdedigbaar. Hij begrijpt het Vlaams verbod niet: “Men vraagt iedereen om meer milieubewust te leven vanwege de opwarming van de aarde, maar minister Weyts verbiedt de productie van het meest natuurlijke kledingmateriaal (bont).” Dat werkt volgens Parmentier de verkoop van nepbont in de hand, “wat ecologisch geen goede zaak is”. “Nepbont is in 99 procent van de gevallen gemaakt van polyester en acryl, synthetische vezels vervaardigd uit aardolie. Via de lucht en het water van onze wasmachines verspreiden zich ontelbare plastic deeltjes afkomstig van synthetische textielproducten. De bewijzen stapelen zich op dat deze minuscule deeltjes finaal in ons water (plastieksoep) en ons voedsel terechtkomen.”

De klokkenluiders spreken van een ‘ecologische ramp’. Het probleem met op aardolie gebaseerde kunststoffen is immers dat deze niet biologisch afbreekbaar zijn en finaal veranderen in plastieksoep. Parmentier: “Geschat wordt dat kleding (o.a. de nylonjasjes gevuld met dons) en ander textiel, waarin polyester wordt verwerkt, vandaag verantwoordelijk zijn voor maar liefst 34,8 procent van dergelijke microdeeltjes in de oceanen. Wetenschappers voorspellen dat als we niets doen, we op den duur letterlijk stikken in de synthetische vezels.”

Bont is volgens de pelsexpert een duurzaam product, in tegenstelling tot fast-fashion dat na de petroleumindustrie de meest milieubelastende industrie is. “Natuurlijk bont is biologisch volledig afbreekbaar. Het laat geen schadelijke microvezels achter. Bovendien is elke fase van de bontproductie duurzaam: pelsdieren op kwekerijen eten reststromen (afval) en wildpels komt van dieren die vaak omwille van natuurbehoud bejaagd worden. Een pelsdier is waardevoller dan zijn pels alleen: de andere delen worden omgezet in nuttige producten, zoals nertsolie voor de cosmetica, biobrandstoffen en meststoffen.”

Tot slot benadrukt hij nog dat natuurlijk bont erg lang meegaat. “Klanten die bij mijn ouders een bontjas kochten, laten hem 30 jaar later door mij herwerken tot een ander kledingstuk.” Christian Parmentier hoopt dat nepbont en andere synthetische kleding niet de nieuwe norm worden. “Natuurlijke kledingmaterialen die op een duurzame manier worden verkregen, die een lange levensduur hebben, die aangepast kunnen worden aan veranderende mode-tendensen en finaal volledig biologisch afbreekbaar zijn, zijn de toekomst. Natuurlijk bont is en blijft de incarnatie van verantwoordelijk-chic, van een geïnformeerde consument, zeer bezorgd over de eigen elegantie maar ook over het milieu.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via