nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.12.2018 Botulisme is een tijdbom die in Wuustwezel ontplofte

Begin oktober speelde zich op de boerderij van Rudy Anthonissen in Wuustwezel een drama af. Op enkele dagen tijd verloor hij bijna zijn volledige veestapel. Van de circa 200 koeien en kalveren stierven er 184 een gruwelijke dood. Burgemeester Dieter Wouters was daar getuige van: “Wat ik gezien heb in de stal zal ik nooit meer vergeten. Zeker 20 dieren zakten tijdens mijn twee uur durend bezoek door hun achterpoten, waarna de verlammingsverschijnselen toenamen en ze finaal hun nek niet meer konden optillen.” Sterke beesten die het niet haalden van een microscopisch kleine vijand, de botulisme-bacterie die toxines afscheidde in het ruwvoeder. Het waren emotioneel heftige weken voor boer Anthonissen, zijn familie en de erfbetreders die met hem te doen hebben. Nu staat hij alleen (?) voor een financieel drama.

Vrijdagmorgen 5 oktober, om zes uur start melkveehouder Rudy Anthonissen nietsvermoedend de dagelijkse controle van zijn koeien. Enkele dieren lijken wat slomer dan normaal en één van de kalveren heeft moeite om recht te komen. “Wat later vind ik een jaarling dood in de stal. Ik maak me zorgen en bel de bedrijfsdierenarts. Hij is snel ter plekke, maar wanneer hij me vertelt dat hij aan ‘botulisme’ denkt, dringt het nog niet meteen door wat me te wachten staat”, vertelt Anthonissen. “Dierengezondheidszorg Vlaanderen en het Voedselagentschap komen ter plaatse en ze waarschuwen me dat er ons enkele dramatische dagen te wachten staan.”

Zondagmiddag komt de familie Anthonissen samen. Het is stil en iedereen heeft tranen in de ogen. De waarschuwing dat de botulisme-bacterie een sluipmoordenaar is eens ze in het voeder zit, was er niet voor niets. Veertig dode runderen werden tussen vrijdagochtend en zondagmiddag door kadaververwerker Rendac opgehaald. Rudy Anthonissen vervolgt zijn dramatische verhaal: “Ik ging ervan uit dat we het ergste toen gezien hadden, maar durfde amper nog de stal ingaan. Ik zie nu ook het Belgisch wit-blauw vleesvee verzwakken en langzaam in elkaar zakken. Wanneer gaat dit stoppen? Ik voel me machteloos want we kunnen niets doen om de runderen te redden.”

De nachtmerrie van de rundveehouder was toen nog niet afgelopen. Dinsdagavond gaat het alarm van de melkrobot weer af. Koeien die nog fit genoeg zijn om de robot in te wandelen, zakken alsnog in elkaar tijdens het melken. De afgelopen dagen werden er nog eens een 130 runderen door Rendac geladen op het bedrijf van de rundveehouder. “Ik kan dit niet vatten, hoe moet dit verder? Ik heb niet het gevoel dat ik iets had kunnen doen om dit te voorkomen”, zegt Anthonissen, en hij somt op: “De koeien hebben zuiver drinkwater. Ik heb geen pluimvee op het bedrijf want dat zou het risico op botulisme vergroten. Verder hou ik in de gaten of er geen kadavers te vinden zijn.”

In een week tijd schiet er van het melkveebedrijf dat de familie Anthonissen decennialang heeft uitgebaat en uitgebouwd, niets meer over. Of bijna niets, want acht koeien en twaalf kalfjes hebben het overleefd. Vanwege de economische omvang van de ramp en het dierenleed dat zich zo zichtbaar voltrok in de stal trekken veel mensen zich het lot van boer Rudy aan. Collega-veehouders staan versteld van de ravage die de botulisme-bacterie op zijn bedrijf heeft aangericht. Ze betuigen hun steun, maar maken zich ook grote zorgen in het besef dat dit iedereen kan overkomen. Een uitbraak van botulisme die zoveel slachtoffers maakt in een veestapel – 184 van de circa 200 dieren haalden het niet – is ongezien in Vlaanderen. Van de burgemeester en schepen van Landbouw in Wuustwezel tot de bedrijfsdierenarts, Dierengezondheidszorg Vlaanderen en Boerenbond, allemaal kwamen ze polshoogte nemen en boer Rudy een hart onder de riem steken.

Om te weten wat er zich precies heeft afgespeeld op de boerderij in Wuustwezel richt VILT zich tot Evelyne Van de Wouwer, regiodierenarts voor herkauwers bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen. Zij nam stalen van de koeien, de mest, het voeder en het drinkwater om uitsluitsel te geven over de eerste voorlopige diagnose dat het om botulisme ging: “Dat werd bevestigd door de analyseresultaten van de stalen. De bacterie Clostridium botulinum kan onder ideale omstandigheden vermenigvuldigen in het voeder of het drinkwater en produceert hierbij neurotoxinen. Na de opname van deze gifstoffen ogen de runderen eerst suf en lusteloos. De staart hangt slap en de dieren vertonen een wankele gang, korte tijd later kunnen de dieren niet meer recht. De verlammingsverschijnselen breiden progressief uit en leiden al snel tot de dood. Een behandeling is er niet. Besmetting van ruwvoeder gebeurt vaak door een kadaver van een vogel of ander wild dier dat bij de grasoogst mee in de baal of de kuil is terechtgekomen.”

Dit jaar werden in Vlaanderen al zeven rundveebedrijven getroffen door botulisme. De bacterie doodde er één tot maximaal tien koeien. In Wuustwezel ging bijna de ganse veestapel van boer Rudy verloren zodat Van de Wouwer vermoedt dat het kadaver groter moet geweest zijn dan de resten van een dood vogeltje. “Het besmette gras was afkomstig van een perceel waar laat gemaaid werd, en in juni gewikkelde balen hooi zijn geperst. Zo’n weide met lang gras biedt nest- en schuilgelegenheid aan heel wat wilde dieren: van hazen en vogels tot reeën met jonge kalfjes. Mogelijk is een reekalfje niet kunnen ontsnappen op het moment dat de weide gemaaid werd, en is dat kadaver niet ontdekt tijdens het schudden en persen. Gelet op de aanwezigheid van een waterloop is de kans nog groter dat de boosdoener een eend of een Nijlgans is. Door het warme weer deze zomer waren de omstandigheden voor de bacterie in ieder geval ideaal om toxinen te produceren.”

Vroeger zou de bacterie op één bedrijf nooit zoveel slachtoffers gemaakt hebben. Het gebruik van een voedermengwagen heeft dat risico sterk vergroot. Bedrijfsdierenarts Wim Timmermans ziet in de sterk toegenomen landbouwmechanisatie een groot gevaar voor de diergezondheid: “De werkbreedte van maaiers, schudders en harken nam zodanig toe dat het veel lastiger is om een kadaver te ontdekken bij de grasoogst. Vervolgens zorgt een voedermengwagen er dan weer voor dat ieder dier toxinen opneemt. Dat kan resulteren in een massale sterfte, zoals op het bedrijf in Wuustwezel waar ik 184 runderen zag creperen op enkele dagen tijd. Ondanks eerdere omvangrijke uitbraken in het verleden, moeten wij dierenartsen in België nog altijd machteloos toekijken hoe bedrijven van onze veehouders geruïneerd worden.”

Timmermans overdrijft niet wanneer hij het woord ‘ruïneren’ gebruikt. Een snelle rekensom leert dat op de boerderij van Anthonissen 180 koeien vervangen moeten worden aan 2.000 euro per dier. Mogelijk duiken nog onvoorziene kostenposten op zoals het laten verbranden van de hooibalen door Indaver en het laten verwerken van de mest omdat uitspreiden – zeker op grasland – te risicovol is gelet op de aanwezigheid van de bacterie. De teller staat al op 350.000 euro schade en kan dus nog oplopen. De landbouwer uit Wuustwezel is hier niet voor verzekerd, en met hem geen enkele collega.

Het drama had voorkomen kunnen worden door vaccinatie van de koeien, maar er is in Europa geen geregistreerd vaccin beschikbaar. Daarbuiten wel, zodat Nederlandse melkveehouders wél vaccineren met een middel dat via cascade-import uit derde landen zijn weg vindt naar de bedrijven. In principe is dat niet toegelaten zonder registratie van het vaccin, maar onze Noorderburen voeren een gedoogbeleid en vinden dat minder een probleem dan een loopje nemen met de diergezondheid. Omdat er in België geen vaccin en geen verzekering beschikbaar is, wordt naar de overheid gekeken voor een vergoeding. De bedrijfsdierenarts verwijst naar het Sanitair Fonds dat per slot van rekening gefinancierd wordt met bijdragen van veehouders. Lezen we Boer&Tuinder, dan lijkt dat geen valabele optie. Binnen de huidige opdracht van het Sanitair Fonds valt namelijk geen vergoeding voor een veestapel die verloren ging door botulisme. De bacterie is niet besmettelijk, terwijl dit solidariteitsfonds ruimingen van een veestapel vergoedt die noodzakelijk zijn om een verdere verspreiding van besmettelijke dierziekten zoals mond-en-klauwzeer bij herkauwers of varkenspest bij varkens te voorkomen.

Boerenbond ziet twee opties om nieuwe drama’s te voorkomen: een private catastrofeverzekering voor vee zoals die in Nederland bestaat of een aanvullende schaderegeling binnen het Sanitair Fonds voor uitzonderlijke calamiteiten. “De sector moet zelf zijn verantwoordelijkheid opnemen”, aldus Boerenbond-hoofdbestuurslid Guy Vandepoel, “maar vooraleer we hier een structurele oplossing hebben, zijn we allicht een paar jaar verder.” In Wuustwezel stelt het probleem zich nu zodat erfbetreders die met boer Rudy te doen hebben luidop nadenken over oplossingen. “Als het Sanitair Fonds niet kan helpen, dan het Landbouwrampenfonds misschien wel?”, zeggen Timmermans, Van de Wouwer en Vandepoel.

Ook dat lijkt lastig, om meerdere redenen zelfs, onder meer omdat het Landbouwrampenfonds er niet is voor een catastrofe op één bedrijf maar voor een ramp die vele landbouwbedrijven treft en verspreid over Vlaanderen voor meer dan 1,24 miljoen euro schade zorgt. Binnen het huidige wettelijke kader kan zelfs het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) geen uitkomst bieden. De oude regeling voorzag nog een vergoeding voor een verlies van de veestapel door het uitbreken van een dierziekte. Het Departement Landbouw en Visserij bevestigt aan VILT dat zij geen mogelijkheid tot vergoeding zien van de rampspoed op de boerderij in Wuustwezel. Dierengezondheid is na de regionalisering van het beleidsdomein landbouw nog steeds federale materie. Vlaams minister Joke Schauvliege stuurde een brief aan haar bevoegde collega Denis Ducarme om de problematiek onder zijn aandacht te brengen. Mogelijk ziet hij een oplossing, bijvoorbeeld een noodregistratie van het vaccin tegen botulisme.

Zolang een solidariteitsfonds onder veehouders ontbreekt en de overheid vasthoudt aan rigide regelgeving die geen vangnet voor zware botulisme-uitbraken voorziet, tikt de tijdbom. Gelet op de betaalbare kostprijs van vaccinatie, de ervaringen die daar in Nederland mee zijn en de effectiviteit van het vaccin (beschermd tegen toxinen van type C en D die op rundveebedrijven meestal de boosdoener zijn, nvdr.) is vaccinatie een derde piste die naar voor geschoven wordt door Dierengezondheidszorg Vlaanderen. Zo’n vaccin is ooit beschikbaar geweest, meer bepaald in de periode 2009-2014, na enkele uitbraken van botulisme op West-Vlaamse rundveebedrijven. Het gevoel van urgentie ebde toen snel weg zodat er jaar na jaar minder vaccins verkocht werden. Dat deed de fabrikant toen besluiten om niet langer de kosten te maken voor een markttoelating.

Hoe moet het nu verder met boer Rudy uit Wuustwezel? Niemand die het weet, behalve de man zelf. Hij kocht zich opnieuw een kleine veestapel en wil weer koeien melken. Nederlandse koeien, die daar gevaccineerd zijn tegen botulisme. Erfbetreders zijn niettemin bezorgd dat de bacterie opnieuw toeslaat. Tegen zo’n stille sluipmoordenaar als botulisme kan een boer weinig beginnen. Waakzaam zijn, dat wel, en boer Rudy is dat bij elke rondgang in zijn stal: driemaal daags, zeven dagen per week en 365 dagen per jaar. Door zijn verhaal te vertellen, hoopt Rudy Anthonissen soortgelijke drama’s bij collega-rundveehouders te voorkomen. Ook Dierengezondheidszorg Vlaanderen is het daarom te doen. “Het advies om ingekuild gras visueel te controleren op kadavers, wildschrikkers op maaibalken te plaatsen en graspercelen van binnen naar buiten te maaien zodat wild kan vluchten, moet meer dan ooit ter harte genomen worden”, zegt dierenarts Evelyne Van de Wouwer.

Dit filmpje op PlattelandsTV toont hoe een perceel grasland op een tijdsefficiënte manier van binnen naar buiten gemaaid kan worden.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Rudy Anthonissen

Volg VILT ook via