nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.02.2017 Braziliaanse antidumping heffing voor Europese frieten

Brazilië gaat een antidumping heffing opleggen voor verwerkte aardappelproducten uit België, Nederland, Duitsland en Frankrijk. De Braziliaanse overheid dreigde daar al langer mee nadat het in 2015 een antidumping onderzoek startte naar de import van diepgevroren aardappelproducten uit die landen. De beslissing kan belangrijke economische gevolgen hebben voor de Europese verwerkende industrie, want voor hen is Brazilië de tweede belangrijkste afzetmarkt ter wereld.

Het antidumping onderzoek startte na een klacht van een lokale Braziliaanse aardappelverwerker. Volgens dit bedrijf werden enorme volumes goedkope diepgevroren aardappelproducten vanuit West-Europa ingevoerd in het land in de periode van juli 2014 tot juni 2015. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) voorziet in een antidumping procedure wanneer een overheid bedrijven ervan verdenkt dat de verkoopprijs van de producten in dat land lager liggen dan de verkoopprijs die de bedrijven hanteren in hun land van oorsprong.

Brazilië stelde dat de prijzen die de Europese aardappelverwerkers hanteren in het land 18 tot 41 procent lager liggen dan de prijzen waaraan ze producten in Groot-Brittannië hebben verkocht in de referentieperiode. Voor België zou het gaan om 24,8 procent prijsverschil. De antidumping procedure bepaalt dat de betrokken bedrijven aan een diepgaand onderzoek worden onderworpen, waarbij onder meer hun hele boekhouding over meerdere jaren wordt nageplozen door een Braziliaanse delegatie.

“Een ontzettend tijdrovende en dure procedure, zeker voor KMO’s en familiebedrijven, de gangbare bedrijfsstructuur van de meeste aardappelverwerkende bedrijven in ons land”, zei Romain Cools, secretaris van Belgapom, daarover. Weigeren om aan het onderzoek deel te nemen, is vaak geen optie, want die bedrijven zien zich ‘gestraft’ door de zwaarste importheffingen. Brazilië kan immers individueel een importheffing gaan opleggen.

Eerder deze week maakte het Braziliaanse handelsdepartement haar advies bekend. De autoriteiten van het land hebben intussen te kennen gegeven dat ze dit advies zullen volgen en dus een antidumping heffing zullen opleggen aan de aardappelverwerkende bedrijven uit België, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Hoe hoog die heffing zal zijn, is nog niet duidelijk. In het slechtste geval zouden de diepgevroren aardappelproducten uit West-Europa tot 40 procent duurder kunnen worden in Brazilië.

De impact voor de Nederlandse en de Belgische aardappelverwerkende industrie is niet min. In de periode december 2014 tot november 2015 exporteerde Nederland 83.000 ton aardappelproducten naar Brazilië, omgerekend in tonnen aardappelen gaat het om 166.000 ton. België voerde in 2014 ruim 71.000 ton aardappelproducten uit naar het land, goed voor 142.000 ton aardappelen. In beide landen wordt dan ook alles gedaan om via diplomatieke weg de beslissing van Brazilië nog ongedaan te maken.

Bovendien worden er ernstige vraagtekens geplaatst bij het antidumping onderzoek dat Brazilië heeft uitgevoerd. “Het is inhoudelijk zeer onzorgvuldig en inadequaat”, zo stelt de Nederlandse Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI). Experten beweren ook dat het feit dat Brazilië haar besluit eenzijdig oplegt, in strijd is met de WTO-regels. Een dergelijke maatregel zou pas na vijf jaar onderzoek ingesteld mogen worden, terwijl het onderzoek in dit geval maar drie jaar duurde. “Dit neigt naar marktprotectionisme waar steeds meer landen naar grijpen”, aldus VAVI.

Het lijkt er bovendien op dat de Verenigde Staten staan te trappelen om de plaats van de West-Europeanen in te nemen in Brazilië, want zij zullen niet met deze importheffing geconfronteerd worden.

Bron: Boerenbusiness/eigen verslaggeving

Volg VILT ook via